Interview Axel Buyse: ‘We moeten meer samenwerken met Nederland’ - Doorbraak

maandag, 25 september, 2017 - 09:19
AB
‘Nederland is mijn werk én mijn passie’, glundert Axel Buyse, algemeen afgevaardigde van de Vlaamse regering in Nederland bij aanvang van het interview. ‘Nederland is Vlaanderens belangrijkste buitenlandse partner en daarom moeten we meer samenwerken’, vindt Buyse. ‘Niet alleen op basis van taal en geschiedenis, maar vooral vanuit de keiharde economische realiteit.’
 
‘Bij de brexit zijn we objectief gezien partner nummer één van Nederland. De belangen van Vlaanderen en Wallonië verschillen sterk van elkaar. Vlaanderen mag niet lijden onder de brexit. We zijn verplicht om ons eigen economisch beleid te voeren en dus aansluiting te zoeken met Nederland.’
Afgelopen zomer keurde de Vlaamse regering alleszins de nieuwe strategienota Vlaanderen-Nederland goed. Die houdt vier doelstellingen in: internationale samenwerking en het slechten van fysieke, economische en culturele grenzen.
 
Doorbraak: Hoe verloopt de uitvoering van de strategienota?
Buyse: ‘Het voortraject stelde de ambtenarij op. Voor de Vlaamse regering is het een bindend document en vanwege de continuïteit ook voor de volgende regering. Natuurlijk kan de nota nog aangepast worden aan de veranderende realiteit.’
‘Vrij nieuw is de opbouw in lijn met een tweejaarlijkse beleidscyclus, om jaar na jaar de Vlaams-Nederlandse samenwerking op te voeren. Ten tijde van minister-president Kris Peeters (CD&V) is de afspraak gemaakt om de minister-presidenten en hun topministers tweejaarlijks te laten samenkomen. De jongste bijeenkomst was eind vorig jaar in Gent. Daar hebben we iets extra kunnen regelen: in het jaar waarin er geen top is, zullen de leidende ambtenaren samenkomen om de gemaakte afspraken te evalueren – in Europa heet dat een mid term review. Nederlandse ambtenaren en een industrieel als Wouter De Geest van BASF drongen er mee op aan om op die manier zichtbare resultaten te kunnen behalen. Zo hebben we een plan om onze chemiesector te behouden en te versterken. Wil men tegen 2040 van alle verbrandingsmotoren en een pak andere uitstoot af, dan zal heel onze industrie moeten transformeren. Dat dossier mag dus niet op tafel blijven liggen.’
 
‘Waar ik trouwens enorm trots op ben is de aangekondigde fusie van de haven van Gent met de havens van Zeeland. Daar liggen enorme economische kansen. Louter de voorbereiding hiervan zorgde meteen voor meer samenwerking tussen omliggende bedrijven. Een van de mooiste voorbeelden is het plan van Arcelor Mittal Gent om een groot deel van zijn CO2-uitstoot via een pijpleiding 25 km verder naar Dow Chemical in Terneuzen te leiden. Daarvan zou plastic worden gemaakt. In CO2 zitten namelijk koolstofverbindingen om petroleum te vervangen.’
 
Vlamingen hebben historisch gezien vaak een ingebakken wantrouwen tegenover Nederlanders. Is dat vice versa ook?
‘Nee, helemaal niet. Nederlanders zijn vrij positief over Vlamingen. Ze vinden ons bourgondisch en goedlachs. Maar hun beeld is niet gebouwd op een grote kennis. Ze verwarren Vlaanderen voortdurend met België. Wallonië kennen ze dan weer enkel van de Ardennen. Opvallend genoeg heeft de modale Vlaming een betere kennis van Nederland dan de modale Nederlander van België. Het Vlaamse beeld van Nederland intrigeert mij bovenmatig. Ik ben van plan om daar ooit eens een diepgaande historische studie over te maken.’
 
Opvallend: vóór uw carrière in de diplomatie was u bijna twintig jaar buitenlandjournalist bij De Standaard.
‘Buitenlandjournalistiek was een bewuste keuze. Als student geschiedenis was ik enorm geboeid door internationale politiek. Mijn thesis ging over de perceptie van de Cubaanse revolutie in Vlaanderen, en dat in een periode waarin er verwacht werd dat je een scriptie zou schrijven over een of andere Vlaamsgezinde burgemeester. Na twintig jaar besloot ik een andere richting in te gaan. Mijn visie op journalistiek verschilde namelijk met de nieuwe richting van de krant. Ik was een te academisch ingestelde journalist geworden op een blitse krantenredactie. Jammer genoeg wordt internationale politiek nu te weinig analytisch benaderd. Er zit te veel emotie en opinie in. Ik ben nog een van de fossielen die vindt dat er een zo groot mogelijke scheiding moet bestaan tussen berichtgeving, analyse en opinie.’
 
24 september 2017 - Sander Carollo
 
Terug naar nieuwsoverzicht