Uitzonderingen op de vergunningsplicht

De uitzonderingen op de vergunningsplicht voor civiele vuurwapens, onderdelen en munitie vloeien enerzijds voort uit de definitie van “vuurwapen” in het Wapenhandeldecreet en anderzijds uit de lijst van “vrijgestelde civiele vuurwapens, onderdelen en munitie”. Deze lijst is vastgesteld in het Wapenhandelbesluit en werd deels gebaseerd op de bepalingen van richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens.

Geen vergunningsplicht voor niet-vuurwapens en blanke wapens

Het vergunningsregime voor civiele vuurwapens, onderdelen en munitie geldt enkel voor “VUURwapens”, namelijk draagbare wapens, van een loop voorzien, waarmee door explosieve voortstuwing een lading, een kogel of een projectiel wordt uitgestoten.
De vergunningsplicht bij in-, uit-, doorvoer en overbrenging geldt dus niet voor niet-vuurwapens, zoals gas- en luchtwapens. Dit is zelfs het geval voor niet-vuurwapens die volgens de Wapenwet van 8 juni 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan als vergunningsplichtige wapens worden geclassificeerd.

Hetzelfde geldt voor blanke wapens, namelijk “wapens voorzien van één of meerdere klingen die één of meerdere snedes hebben”. Zelfs als voor het bezit van dergelijke wapens binnen België een vergunning nodig is volgens de Wapenwet van 8 juni 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan, is er nog steeds geen vergunning nodig bij in-, uit-, doorvoer en overbrenging.
Voor zowel niet-vuurwapens als blanke wapens geldt wel één uitzondering. Als een niet-vuurwapen of blank wapen volgens de Wapenwet van 8 juni 2006 of de uitvoeringsbesluiten ervan als een “verboden wapen” worden geclassificeerd, zijn ook de invoer en de overbrenging ervan naar het Vlaamse Gewest verboden. In de mate echter dat de Wapenwet uitzonderingen op het bezitsverbod voorziet, kan het verboden niet-vuurwapen of blank wapen binnen de perken van die uitzondering toch ingevoerd of overgebracht worden, weliswaar met invoer- of overbrengingsvergunning. Zo kan bijvoorbeeld een erkend verzamelaar van messen toch een nochtans verboden werpmes invoeren.

Meer hierover vindt u in de sectie “Wapens waarvan de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging verboden zijn”.

Vrijgestelde civiele vuurwapens, onderdelen en munitie

Het Wapenhandelbesluit bevat een lijst van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie die in-, uit- en doorgevoerd en overgebracht kunnen worden zonder vergunning.

Deze lijst bevat enkel civiele vuurwapens, onderdelen en munitie die op basis van de Wapenwet van 8 juni 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan als “vrij verkrijgbare wapens” geclassificeerd worden. Het gaat respectievelijk over: (1) bepaalde vuurwapens met een historische, folkloristische of decoratieve waarde en onderdelen ervan; (2) bepaalde vuurwapens die voor het afschieten onbruikbaar zijn gemaakt; (3) bepaalde alarmwapens en (4) bepaalde vuurwapens die ontworpen zijn voor het geven van signalen, voor reddingsactiviteiten, voor het slachten van dieren of voor visserij met harpoenen. U  kunt de lijst zelf terugvinden in de sectie “Wetgeving” . In de infofiche onderaan de pagina vindt u alvast een schematisch overzicht van alle vrijgestelde civiele vuurwapens, onderdelen en munitie.

Het moet benadrukt worden dat op basis van deze lijst NIET alle vuurwapens met een historische, folkloristische of decoratieve waarde vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht bij in-, uit-, doorvoer en overbrenging. Het gaat enkel over de categorieën van wapens die gebruik maken van zwart kruit. Voor de andere categorieën van vuurwapens met een historische, folkloristische of decoratieve waarde is dus nog wel een vergunning nodig bij in-, uit-, doorvoer en overbrenging. Het feit dat ze door de Wapenwet van 8 juni 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan als “vrij verkrijgbare wapens” geclassificeerd worden doet daar niks van af.

 

Documenten: 
Deel met anderen