Waardebepaling getuigschriften uit het deeltijds kunstonderwijs (DKO)

Het DKO onderscheidt vier studierichtingen: beeldende kunst, muziek, woordkunst en dans. Elke studierichting heeft een eigen structuur met graden en opties, die zijn vastgelegd in de organisatiebesluiten van 31 juli 1990 die van kracht werden op 1 september 1990.

Het getuigschrift dat men voor elke graad bekomt, heeft geen “civiel effect”. D.w.z. dat men het getuigschrift niet kan inbrengen wanneer men aan wervingsexamens wil meedoen. Het toont enkel aan dat men een bepaald niveau aankan. De opleiding biedt een stevige basis aan jongeren die naar het hoger kunstonderwijs (muziekconservatoria, toneel- en kleinkunstopleidingen, dansopleiding) willen gaan.