Geen publicaties in uw winkelwagentje

Innovatie

lees

Leren in Vlaanderen

Jaarlijks gaan 1.200.000 Vlamingen naar school, waar ze onderwezen worden door 120.000 leerkrachten. Maar ook het besef van leren als een levenslang proces dat niet stopt nadat men een diploma heeft behaald, groeit. Bijna een op tien Vlamingen tussen 25 en 64 jaar volgt bijkomende opleidingen of training.

Vlaanderen telt vijf universiteiten (Leuven, Antwerpen, Gent, Hasselt en Brussel).

Internationalisering maakt een steeds belangrijker aspect uit van het onderwijs. Europese programma’s zoals Erasmus en Leonardo da Vinci zorgen ervoor dat zowel de leerlingen en studenten als het onderwijzend personeel de kans krijgen om ervaring op te doen in het buitenland. Duizenden Vlaamse studenten maken van deze mogelijkheid gebruik. En omgekeerd komen duizenden buitenlandse studenten in het kader van een Europees programma naar Vlaanderen.

Vlaanderen heeft verschillende internationale scholen. In Antwerpen vind je de Antwerp British School en de Antwerp International School. Brussel geeft je een ruime keuze, waarvan de grootste twee de International School of Brussels en The British School of Brussels zijn. Het Europacollege in Brugge, dat lessen voorziet op universitair niveau, huisvest tevens een internationaal onderzoeks- en trainingscentrum van de United Nations University.

Verschillende business schools van Vlaanderen horen bij de Europese top. De Vlerick Leuven Gent Management School prijkt in de top 20 in de jaarlijkse ranking van de Financial Times. En ook de University of Antwerp Management School (UAMS) doet het goed op de ranking.

Op weg naar de toekomst.

Alleen een samenleving die investeert in onderzoek en ontwikkeling (O&O), is in staat om mee te stappen in een snel veranderende wereld. Vlaanderen is klaar om die uitdaging aan te gaan.

De O&O-intensiteit, die het percentage berekent van het bruto-inkomen dat een regio aan onderzoek en ontwikkeling besteedt, toont dat Vlaanderen zich in de Europese subtop bevindt. Vlaanderen legt ook steeds meer de nadruk op innovatie. De nieuw ontwikkelde producten en diensten halen naar schatting een kwart van de totale omzet van de Vlaamse ondernemingen, die nauw samenwerken met kenniscentra.

Ondernemers kunnen van de diensten van een kenniscentrum gebruikmaken om een specifiek technisch probleem op te lossen, technologische innovatie te begeleiden of producten te testen. Om uit te maken welk kenniscentrum het best geschikt is om een specifiek probleem op te lossen, kan men een beroep doen op de diensten van een innovatiecentrum. De medewerkers van het innovatiecentrum regelen afspraken met verschillende kenniscentra. Uiteindelijk beslist de ondernemer zelf met wie hij scheep wil gaan.

Binnen de Vlaamse kenniscentra onderscheiden we de strategische onderzoekscentra en de competentiepolen.

Strategische onderzoekscentra voeren vraaggedreven strategisch basisonderzoek uit met het oog op economisch of maatschappelijk potentieel dat in de min of meer afzienbare toekomst kan worden gerealiseerd. Het zijn samenwerkingsverbanden met een internationale scope en een vaste infrastructuur. Competentiepolen slaan de brug tussen economie en technologische innovatie. Deze organisaties zijn alle bottom-up ontstaan en bundelen krachten uit verschillende sectoren, meestal in de vorm van privaat-publieke samenwerkingsprojecten.