Afvalverwijderingsplan 1997-2001 goedgekeurd

Op 1/7/1997 keurde de Vlaamse regering het
Uitvoeringsplan "Huishoudelijke Afvalstoffen" voor de
planperiode 1997-2001 goed. Gelet op de onderhandelingen
die op dat moment nog bezig waren met Brussel
(mogelijkheid tot medegebruik van de oven van
Nederoverheembeek) en binnen de provincies Antwerpen en
Limburg werd op vraag van Leefmilieuminister Theo
Kelchtermans toen het deel "Verwijderingsplan" niet mee
goedgekeurd. Het is dit ontbrekende luik "Verwijdering",
dat vandaag wèl van de Vlaamse regering het groene licht
heeft gekregen.

Het verwijderingsplan legt voor de komende 5 jaar het
programma vast voor de bijkomende
verwijderingsinfrastructuur. Het betreft hier de
verbrandingsovens en andere thermische
verwijderingsinstallaties enerzijds en de stortplaatsen
anderzijds. Daarbij wordt rekening gehouden met het
gegeven dat de levensduur van een afvaloven de planperi-
ode van 5 jaar overstijgt. Verder is bewust gekozen om de
programmering zo vast te stellen dat geen overcapaciteit
aan afvalverbranding wordt gecreëerd. Concreet wordt de
nodige capaciteit afgestemd op de hoeveelheid restfractie
die het strengste scenario (het beleidsplus-scenario)
voor 2006 aangeeft. Aldus wordt een uitbreiding van de
verbrandingscapaciteit met een capaciteit van 700.000 ton
voorzien. Daarnaast wordt echter ook een afbouw gepland
van bestaande installaties die vanuit milieu-oogpunt
minder efficiënt zijn, en dit voor een totale capaciteit
van 200.000 ton. De beschikbare capaciteit stijgt m.a.w.
van 1.156.000 ton eind 1997 tot 1.656.000 ton in 2001.
Daartegenover staat een verwachte productie van te ver-
branden restfractie van 2.064.000 ton in 2001 en
1.697.000 ton in 2006.

Deze optie houdt in dat er de komende jaren permanent een
onvoldoende verbrandingscapaciteit in Vlaanderen beschik-
baar zal zijn. Kortlopende individuele afwijkingen op
het VLAREA-stortverbod, dat ingaat op 1/7/1998, zullen de
komende jaren dan ook zeker voor meerdere gemeenten
moeten toegestaan worden.

Terugblikkend op de voorbije planperiode moet vastgesteld
worden dat de hoeveelheid ingezamelde huishoudelijke
afvalstoffen (met inbegrip van het gemeentevuil) steeg
van 405 kg/inwoner in 1991 tot 492 kg/inwoner in 1996.
Dit betekent niet dat het afvalbeleid in de voorbije
jaren heeft gefaald. Vooreerst is deze stijging onge-
twijfeld mee beïnvloed door het feit dat de afvalstromen
veel beter onder controle werden gebracht : minder
sluikstortingen en minder "thuisverbrandingen".
Daarnaast is beleidsmatig van even groot belang de
evolutie van de selectief ingezamelde afval en de
hoeveelheid restfractie die terminaal dient verwijderd.
Deze evolueerde de voorbije jaren als volgt :
- selectief ingezameld : van 74 in 1991 tot 211
kg/inwoner in 1996;
- te verwijderen rest : van 331 in 1991 tot 281
kg/inwoner in 1996.

De voormelde bijkomende capaciteit van 700.000 ton wordt
gerealiseerd als volgt :
- 150.000 ton als derde lijn in Beveren (de totale
capaciteit aldaar wordt dan 350.000 ton);
- 200.000 ton in Drogenbos;
- 350.000 ton voor rest Antwerpen en Limburg, waarvoor
op basis van een MER (Milieu-Effect-Rapport) de inplan-
tingsplaats (één of twee) zal worden bepaald.

Bovendien mag het afvalbeheerprogramma niet los gezien
worden van de milieu-effecten die de gekozen afvalverwij-
dering meebrengt. Het storten is vanuit milieu-oogpunt
duidelijk de slechtste oplossing en zal om die reden
verder maximaal worden afgebouwd, zowel via het afvalhef-
fingenbeleid als via regelgeving (VLAREA). Vanuit
milieu-oogpunt en volgens de ladder van Lansink geniet
afvalverbranding de voorkeur op storten. Maar het is
even duidelijk dat verbranding of andere thermische
verwijderingswijzen voor het onvermijdbaar en niet-
recupereerbaar brandbaar afval slechts kunnen worden
geaccepteerd indien de risico's en de hinder inherent aan
deze afvalverwijdering tot een vanuit milieu-oogpunt aan-
vaardbaar niveau beperkt worden gehouden. Vanuit die
benadering is het beter resoluut te kiezen voor modern
geconcipieerde en voldoende grote installaties, gebouwd
en geëxploiteerd met toepassing van de beste beschikbare
technieken, zodat de naleving van de strengste emissie-
normen te allen tijde kan worden gewaarborgd.

In de programmering is trouwens ook ruimte voorzien voor
nieuwe of verbeterde technieken, die zich in de toekomst
kunnen ontwikkelen.


info : Jean Vrijsen, woordvoerder van
minister Kelchtermans - tel. (02) 553 70 11
e-mail: persdienst.kelchtermans@vlaanderen.be