Foto van Kobe, werkvloerbegeleider bij Halte R

Allereerst een stapje terug in de tijd. “De werkstraf”, zei toenmalig minister van justitie Verwilghen in 2002, “zal de overbevolking in de gevangenissen oplossen en recidive doen dalen. Alvast het eerste deel van dat plan is niet helemaal een succes geworden. Regering na regering beet zijn tanden stuk op de overbevolking in onze gevangenissen. Maar hoe zit het tweede deel? De werkstraf als humanere en efficiëntere aanpak van criminaliteit? Voor Vlaanderen zijn daar jammer genoeg geen cijfers voor. Nederlandse onderzoek bewijst echter dat de werkstraf als alternatief voor de gevangenis wel degelijk vruchten afwerpt. Werkgestraften recidiveren er 47 procent minder dan kort gestrafte gedetineerden. En toch blijft er kritiek op het ‘papiertjes rapen’ en ‘opstelletjes schrijven’. Een hardnekkig cliché dat volgens Kobe Corne ver van de realiteit staat.

Corne: De kern van de werkstraf gaat over een zeer eenvoudig gegeven. Je hebt de maatschappij schade toegebracht en die zal je terugbetalen met inzet, werkuren, voor de maatschappij. Daarom gaan we ook steeds op zoek naar werkplaatsen waar de band met de samenleving duidelijk is. Dat kan bijvoorbeeld in woonzorgcentra, in parken, kringloopwinkels… alle vzw’s en openbare diensten komen in aanmerking. Een werkstraf kan oplopen tot 300 uur en iedere minuut daarvan moet ingevuld worden aan de voorwaarden die op voorhand zijn afgesproken. Hier schrijven we geen opstellen. Er wordt gewerkt. We gaan wel op zoek naar een uurbesteding op maat van de gestrafte. Dat betekent niet dat er een menu is waaruit mensen kunnen kiezen, maar als we de maatschappij willen vergoeden, doen we dat best op plaatsen waar die mensen het meest nuttig zijn. We vertrekken vanuit zijn vaardigheden en kwaliteiten. Een daklegger zal bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan de restauratie van een oude hoeve. Een boekhouder kan worden ingeschakeld om de papiermolen van een aantal vzw’s op orde te brengen. Onze partners zien onze werkgestraften graag komen omdat ze geselecteerd zijn op de noden van die organisatie. Ik kan eerlijk zeggen dat we geen tekort aan werkplaatsen hebben. Net omdat we ‘kwaliteit’ leveren. We waken daar ook zeer strikt over. Als iemand een attitude probleem heeft of er is sprake van een verslaving, sturen we die niet uit. Dan worden de strafuren gepresteerd op onze eigen werkvloeren. Dat geldt ook voor de kleine groep mensen die niet voldoen op de werkvloer van onze partners. Die halen we hier binnen. Op onze werkvloer voeren we opdrachten uit die onze werking bij de partners ondersteunen. Als ik een onderverdeling maak, zetten we 70 procent van de gestraften aan het werk in de maatschappij, 30 procent zetten we zelf aan het werk.

Halte R op de werkvloer

Heeft een werkstraf een louterend effect op de gestraften. Komen ze tot inzichten? Of is dat wishfull thinking?

Corne: Het werk op zich werkt louterend. Ze kunnen goedmaken wat ze verkeerd gedaan hebben. Ze worden niet voortdurend geconfronteerd met hun fouten, maar kunnen focussen op het werk waarmee ze hun schuld terugbetalen. Onze partners zijn echt niet bezig met de gestraften te veroordelen. Die zijn tevreden met het werk dat ze verzetten. In de cel betaal je met tijd voor je feiten. Bij een werkstraf doe je dat ook maar gebruik je die tijd om echt iets terug te geven. Er zijn mensen die zich na hun werkstraf blijven engageren voor die vzw. Dan denk ik dat er wel een klik gemaakt is. Het ligt moeilijker met mensen die met een verslaving kampen. Ik denk dat in die groep mensen beter eerst kunnen afkicken, voor ze aan een werkstraf beginnen. Maar daarna geeft die werkstraf wel structuur aan hun dagen. Dat is absoluut een meerwaarde voor iemand met een verslaving.

Ook voor jongeren die een stommiteit hebben uitgehaald en zeer korte straffen hebben in plaats van een GAS-boete te betalen, kan het een echte wake-up call zijn. Gewoon het besef dat er gevolg wordt gegeven aan wangedrag, zet aan tot nadenken.

Wat moeten we ons voorstellen bij de begeleiding van een werkstraf? Gaat het volgens het ‘three strikes, you’re out’ principe. Wie drie keer in de fout gaat, moet het opnieuw gaan uitleggen voor de rechtbank?

Corne: (trekt de wenkbrauwen op) Nee. Als iemand ernstig in de fout gaat, werken we volgens het ‘one strike, you’re out’ principe. De justitieassistent wordt steeds ingelicht. Het is niet onze taak om mensen de hand boven het hoofd te houden. Mensen aanvaarden of vragen een werkstraf om niet naar de cel te moeten of thuis te moeten zitten met een enkelband. Een werkstraf mag geen strafvermindering zijn. Het moet een volwaardig alternatief blijven. Daar maken we geen compromissen over.

En toch, voor veel mensen blijft het aanvoelen als een tik op de vingers in plaats van een straf.

Corne: Dat is echt onzin. Stel, iemand heeft een fulltime job en daarboven op een werkstraf van 100 uur. Dan ben je zo’n drie maanden lang iedere zaterdag kwijt. Krijg je het maximum van 300 uur dan gaat het om 9 maanden dat je weekend gehalveerd wordt. Dat betekent dat je vrijdag niet doorzakt op café met de collega’s, geen uitstapjes doet met het gezin, niet naar de voetbal gaat kijken… Dat is ingrijpend. Dat is straf. Ik geloof meer in werkstraffen dan in celstraffen omdat je de connectie met de maatschappij behoudt, de samenleving op een nuttige manier vergoedt en als gestrafte minder beschadigd geraakt. Wat voor de samenleving ook niet goed is. Schade aan de gestrafte is schade aan de samenleving. Dat moeten we beseffen.

Hoeveel procent van de mensen rondt een straf succesvol af?

Corne: Bij Halte-R is dat tot 90 procent. Dat zijn mooie cijfers waar we trots op zijn. Dat betekent dat 10 procent alsnog zijn vervangende straf moet uitzitten. Het is onze taak om er alles aan te doen om die cijfers zo hoog mogelijk te houden, maar de verantwoordelijkheid blijft bij de mensen zelf liggen.

Hoe omschrijf je zelf je job? Ben je therapeut? Interimbureau?

Corne: (lacht) Nee, ik ben werkstrafbegeleider. Ik probeer mensen te motiveren om zich te engageren, ik vervul een opdracht voor de rechtbank en de justitieassistenten. En ik help organisaties die werkkrachten nodig hebben. Op het einde van de rit hoop ik dan dat we dan een win-win-win verhaal hebben geschreven voor alle betrokkenen. Die les heb ik geleerd bij mijn allereerste begeleiding van een gestrafte. Een student communicatie die ik inschakelde bij de stad Kortrijk die op dat moment haar stadsfolders aan het vernieuwen was. De stad Kortrijk was zeer tevreden, de justitieassistent was tevreden en de student had werkervaring om op zijn cv te zetten. Win-win-win. Dat doe ik nu al 18 jaar en daarom is mijn job fantastisch (grote glimlach). Er zijn zelfs zeldzame gevallen waarbij een werkgestrafte achteraf een job krijgt aangeboden. Dat zijn mooie dagen.

Slotvraagje, waar staat Halte-R voor?

Corne: De R staat voor re-integratie. We zetten iemand aan de kant omdat hij een fout heeft gemaakt. Halt houden, dus. Maar aan de kant betekent niet dat we hem uit de samenleving halen. We helpen hem terug op weg.