Iedere ouder heeft de intentie om een regeling uit te werken in het belang van het kind. Maar als de emoties hoog oplopen wordt het kind vaak toch de inzet van de strijd. Een kind lijdt daaronder.
LB

Liesbet Bellon

justitieassistent

Een hoogoplopend conflict tussen ex-partners over de verblijfsregeling van de kinderen of de uitoefening van het ouderlijk gezag kan soms leiden tot schrijnende toestanden. Annelies Laureyssens, leidinggevend familierechter bij de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen herinnert zich een vader en moeder op zitting die ruzie maakten over wie de plechtige communie van hun dochter zou mogen organiseren. “Er kon maar één feest zijn en dus moest de dochter van 12 jaar kiezen met wie ze haar communie wilde vieren: papa of mama. Kiezen tussen haar papa of mama was natuurlijk onmogelijk voor haar. Twee weken voor de plechtige communie waren die ouders, ieder afzonderlijk, een eigen feest in mekaar aan het steken. Vader had al uitnodigingen gemaakt voor het feest, moeder ook, vader had kleren voor zijn dochter gekocht, moeder ook. Iedere ouder had zelfs zijn eigen fotograaf geregeld. En dat kind had het allemaal ondergaan. De moeder was er zeker van dat haar dochter wilde dat zij het feest zou organiseren. Maar dat dacht de vader dus ook, want zo had ze het tegen hem gezegd. Dat meisje had niet gelogen hé. Ze wilde gewoon haar ouders niet verdrietig maken. Wat ik hen toen heel duidelijk gemaakt heb op zitting.”

Schaduw op de muur van ouders die ruzie maken en hun kind dat huilt

Liesbet Bellon en Kim Verstraete horen dagelijks in het justitiehuis hoe kinderen worstelen met het loyaliteitsconflict tegenover hun ouders. “Het wisselmoment is voor veel kinderen en jongeren ook erg ingrijpend. Sommigen moeten echt letterlijk kleren, knuffelbeer of fopspeen achterlaten bij de ene ouder, voor ze bij de andere binnen mogen. Eigenlijk zeg je tegen zo’n kind: dat stuk van jou mag hier bij mij niet bestaan. En zo’n kind aanvaardt dat omdat het geen andere keuze heeft”. “Kinderen die om die reden hun spullen dubbel hebben, kom ik ook vaak tegen in het justitiehuis”, aldus Liesbeth Bellon. “Omdat sommige zaken die ze gekregen hebben van papa niet bij mama binnen mogen, hebben ze twee boekentasjes en twee gsm’s enz. Zeker voor jonge kinderen is dat erg verwarrend en frustrerend.”

“We houden ouders een spiegel voor.”

Als de familierechter bijkomende informatie wenst vooraleer een beslissing te nemen over de verblijfsregeling en de uitoefening van het ouderlijk gezag, vraagt die aan de justitieassistent om een maatschappelijk onderzoek uit te voeren bij het gezin. De justitieassistent gaat vervolgens in gesprek met de beide ouders, hun kind(eren) en derden (school, huisarts) en stelt binnen de drie maanden een schriftelijk verslag op voor de familierechter.

Ik heb het volste vertrouwen in de deskundigheid van de justitieassistent.
AL

Annelies Laureyssens

Familierechter

En volgt de familierechter blindelings dat advies? “Ja, altijd”, zegt Annelies beslist. “Anders zou ik geen maatschappelijk onderzoek vragen. Ik heb het volste vertrouwen in de deskundigheid van de justitieassistenten. Het liefst van al zou ik in elk dossier waarin ik moet beslissen een maatschappelijk onderzoek vragen. Voor mij is dat objectieve advies van de justitieassistent immers zeer waardevol. Helaas is dat in de praktijk niet mogelijk. Daarom vraag ik enkel een maatschappelijk onderzoek als het gaat om een hoog conflict.”

Hoogconflictscheidingen, waarbij een ouder zijn of haar kind meesleurt in de strijd met de ex-partner, zijn helaas geen rariteit. Maar zelden gebeurt zoiets bewust, volgens Liesbeth. “Laatst had ik een mama, een psychologe, die zei dat ze heel goed besefte welke emotionele impact een echtscheiding heeft op een kind. Daarom was ze erg voorzichtig met haar zoontje. Maar tijdens het wisselmoment was één verkeerd woord van de ex-partner genoeg om de strijd toch te doen losbarsten. Er werd geroepen en gescholden waar het kind bij was. Dan is het aan mij, als justitieassistent, om de ouders een spiegel voor te houden. Heel de vuile was van de andere ouder buitenhangen waar je kind bij is, is niet ok.”

"Het kind is het kompas".

Tijdens haar gesprekken met kinderen probeert Liesbeth vooral te luisteren en erkenning te geven. “Het is vaak voor het eerst dat ze echt kunnen vertellen waar ze mee worstelen. Die stem proberen we te laten horen aan de ouders. We willen de ouder uit het conflict trekken met de ex-partner en helpen om de blik weer gericht te krijgen op de kinderen. Wat betekent dat voor jouw kind als hij zijn lievelingsknuffel moet achterlaten voor hij bij papa of mama binnen mag? Met dat soort vragen confronteren we de ouders en brengen we in beeld hoe kinderen de scheiding en de vele conflicten ervaren.”

“In al onze dossiers die we opvolgen is het kind het kompas. Het kind bepaalt welke koers we varen. Dat is fundamenteel aan onze opdracht. Wat niet wil zeggen dat we zomaar blindelings de wil van de jongere voor waarheid aannemen. Een tienerdochter wil bijvoorbeeld bij papa gaan wonen omdat ze van hem langer mag uitgaan. We confronteren de ouders er wel mee en proberen de betekenis van die uitspraak te achterhalen en te kaderen. Daarnaast is info van buitenaf zoals de school, het CLB of de huisarts ook heel waardevol. Het laat ons toe om de puzzel te leggen en zo komen we tot een genuanceerd advies.”

Kim Verstraete vindt de tussenkomst van de justitieassistent BO nog een andere, belangrijke meerwaarde hebben. “Het gebeurt dat de justitieassistent tijdens een huisbezoek verontrustende signalen opmerkt. Dat kan gaan over emotionele of fysieke verwaarlozing van de kinderen of wanneer we merken dat de ontwikkelingskansen van kinderen in het gedrang komen. We bespreken zo’n dossier op ons team, dat doen we trouwens met al onze dossiers. Is er hulpverlening geïnstalleerd voor de ouders? Zo niet, staan ze daar dan voor open? We overleggen wanneer we overgaan tot melding bij het parket. Meestal gaat het om gezinnen die al gekend zijn bij de jeugdrechtbank of het CLB, maar dat is niet altijd zo. Soms blijven gezinnen lange tijd onder de radar. Dan is het aan ons om onze verantwoordelijkheid te nemen en de positie van de kinderen helpen te versterken.”

“We zullen altijd voor de rechten van het kind blijven opkomen.”

Zowel de justitieassistent als de familierechter waken over het welzijn van de kinderen in hoogconflictscheidingen. Maar zijn er zaken die toch nog beter kunnen? Liesbeth vindt van wel. “Als justitieassistent heb ik op het einde van mijn maatschappelijk onderzoek enkel een gesprek met de ouders waarin ik mijn advies terugkoppel, niet met de zoon of dochter. Dat zou ik liever anders zien. Ik zou ook aan hen willen uitleggen waarom ik het beter vind dat ze bij papa of mama gaan wonen bijvoorbeeld.” Annelies knikt bevestigend. “Kinderen worden wel gehoord in de familierechtbank, maar over het vonnis wordt niet naar hen gecommuniceerd. Dat doen we enkel naar de ouders omdat zij de partijen zijn die in conflict liggen. We wilden de kinderen dus uit dat conflict houden, maar misschien moeten we evolueren naar het Nederlandse model. Daar is er een kindbehartiger, geen advocaat, die tijdens de hele gerechtelijke procedure het kind bijstaat en het vonnis op maat van het kind uitlegt.”

Voor Kim moet sowieso bij iedere aanpassing bekeken worden wat dit voor het kind betekent. Leeft die bepaalde nood bij het kind of enkel bij die ouder? Is dit afgestemd op het kind? Maar nu is vooral de belangrijkste vaststelling dat alle neuzen in dezelfde richting staan. “Ieder van ons vindt het belangrijk om de kinderen uit die strijd te halen. Ouders kunnen scheiden, dat is hun goed recht. Maar een kind heeft ook recht op een liefdevolle thuis én het recht om de beide ouders graag te zien.”