Gedaan met laden. U bevindt zich op: De huurprijs van een sociale woning met een ondertekende huurovereenkomst vanaf 1 juli 2026

De huurprijs van een sociale woning met een ondertekende huurovereenkomst vanaf 1 juli 2026

Vanaf 1 juli 2026 berekent de woonmaatschappij de huurprijs voor een sociale woning met een eengemaakte huurprijsberekening. Dat gaat volgens een sociale formule, in 8 stappen.

De berekening vanaf 1 juli 2026

  • Stap 1
    Uw inkomen bepaalt voor een groot deel uw huurprijs. De woonmaatschappij kijkt naar het inkomen van alle huurders en van alle meerderjarige gezinsleden (behalve meerderjarige kinderen waarvoor u nog een Groeipakket ontvangt).
    De woonmaatschappij gebruikt het inkomen van uw meest recente aanslagbiljet. Dat noemen we het referentie-inkomen. Dat is niet altijd voor elk gezinslid van hetzelfde jaar.
    Hebt u of iemand in uw gezin geen referentie-inkomen? Alleen dan kijkt de woonmaatschappij naar uw huidige inkomsten.
  • Stap 2

    We indexeren het gevonden inkomen uit stap 1 naar het huidige jaar en delen dit door 54.

    Ligt uw inkomen boven een bepaalde grens? Dan delen we door 53 of 52 in plaats van door 54.
  • Stap 3

    In deze stap past de woonmaatschappij uw huurprijs aan met een correctie op basis van van de woning.

    Die correctie kan:

    • een korting zijn (u betaalt minder), of
    • een toeslag zijn (u betaalt extra)

    De bedragen zijn begrensd:

    • maximale korting: tot 52 euro per maand (bedrag in 2026)
    • maximale toeslag: tot 21 euro per maand (bedrag in 2026)

    Welke correctie voor u geldt, hangt af van de marktwaarde van uw sociale woning.

    • Heeft uw woning een lagere marktwaarde? Dan krijgt u een correctie in min (korting) en betaalt u minder huur.
    • Heeft uw woning een hogere marktwaarde? Dan krijgt u een correctie in plus. U betaalt u een toeslag.

    Voorbeeld: Woont u in een nieuwbouw of een grondig gerenoveerde woning? Dan betaalt u gedurende de eerste 5 jaar een vaste toeslag van 21 euro per maand.

  • Stap 4

    U krijgt een korting van 24 euro per kind of persoon ten laste (bedrag in 2026). Deze korting op de basishuurprijs heet de gezinskorting.

    Heeft uw kind een erkende ernstige handicap? Dan kunt u een dubbele gezinskorting krijgen.
  • Stap 5

    Als uw woonmaatschappij extra geld investeerde om uw woning energiezuiniger en milieuvriendelijker te maken, dan verbruikt u minder energie. Denk aan woningen met een goede isolatie of een zuinige verwarmingsketel. U bespaart dan geld op het gebruik van verwarming en warm water.

    Om die investering terug te verdienen, vraagt de woonmaatschappij een maandelijkse toeslag bovenop uw huurprijs. Dat heet de energiecorrectie.
    De hoogte van deze toeslag hangt af van hoeveel energie u bespaart door de werken. De woonmaatschappij berekent dit volgens de regels van de Vlaamse Regering.

    De uitgespaarde hoeveelheid energie rekenen ze gedeeltelijk door aan het voordelige sociaal tarief. Op deze manier is de toeslag een eerlijk bedrag, dat altijd lager is dan het bedrag dat u bespaart op uw energiefactuur.

  • Stap 6
    Uw huurprijs kan nooit lager zijn dan de minimale huurprijs. Die hangt af van de marktwaarde van uw woning. Hoe hoger die waarde, hoe hoger de minimale huurprijs.

    In 2026 bedraagt de minimale huurprijs 40% van de marktwaarde van de woning, met vaste grenzen:

    • minimum: 226 euro
    • maximum: 389 euro

    Concreet:

    • Is de marktwaarde van uw sociale woning 564 euro of minder? Dan betaalt u minstens een huurprijs van 226 euro.
    • Is de marktwaarde van uw sociale woning 973 euro of meer? Dan betaalt u minstens een huurprijs van 389 euro.
    • Ligt de marktwaarde van uw sociale woning tussen 564 euro en 973 euro? Dan betaalt u een huurprijs van 40% van die marktwaarde.

    Voorbeeld: Is de marktwaarde van uw sociale woning 700 euro? Dan bedraagt uw minimale huurprijs 280 euro, namelijk 40% van 700 euro.

  • Stap 7

    U betaalt nooit meer dan de huurprijs van een vergelijkbare woning in dezelfde buurt op de private huurmarkt.

    De maximale huurprijs is dus het hoogste bedrag dat u kunt betalen. Deze prijs hangt af van de marktwaarde van uw woning.

    De woonmaatschappij bepaalt die marktwaarde met een schattingsmodel in opdracht van de Vlaamse overheid, de sociale huurschatter. Daarbij kijkt ze naar de ligging van de woning en naar kenmerken zoals het aantal slaapkamers en het bouwjaar. Op deze manier kan de woonmaatschappij een nog juister bedrag op de waarde van uw woning plakken.

  • Stap 8

    Hebt u twee of meer kinderen ten laste? Of bent u of iemand van uw gezin erkend als ernstig gehandicapt? Dan komt u misschien in aanmerking voor de vermindering onroerende voorheffing. Dit is een vermindering op de grondlasten die de woonmaatschappij als eigenaar van de woning betaalt.

    De woonmaatschappij ontvangt deze vermindering en vergelijkt het bedrag met . U krijgt het hoogste van de twee kortingen: ofwel krijgt u de sociale korting, ofwel krijgt u de vermindering op de onroerende voorheffing.

    Lees meer informatie over de vermindering op de onroerende voorheffing.

De uiteindelijke berekening ziet er zo uit:

(inkomen / 54*) + energiecorrectie - patrimoniumkorting of toeslag - gezinskorting = voorlopige huurprijs

Is deze voorlopige huurprijs te hoog of te laag? Dan past de woonmaatschappij grenzen toe:

  • de minimale huurprijs = ondergrens
  • de maximale huurprijs = bovengrens

Ligt uw voorlopige huurprijs tussen deze twee grenzen? Dan is uw voorlopige huurprijs gelijk aan uw definitieve huurprijs.
Ligt uw voorlopige huurprijs onder de minimumgrens of boven de maximumgrens? Dan wordt uw huurprijs aangepast:

  • de voorlopige huurprijs = te laag → u betaalt de minimale huurprijs (ondergrens)
  • de voorlopige huurprijs = te hoog → u betaalt de maximale huurprijs (bovengrens)

(*bij een hoog inkomen kan de woonmaatschappij delen door 53 of 52 in plaats van door 54)

Bestaande huurder

Huurt u nu al een sociale woning met een ondertekende huurovereenkomst voor 1 juli 2026? Kijk dan in dit stappenplan om te weten of uw huurprijs wijzigt. Dat hangt af van het type huurovereenkomst dat u ondertekende.

Huurlasten

Huurlasten zijn extra kosten die u betaalt bovenop de huurprijs. Ze zijn afhankelijk van uw woning en kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • onderhoud van gemeenschappelijke delen (zoals trappenhal of lift)
  • onderhoud van centrale verwarming
  • huur van een garage.

Deze kosten worden apart aangerekend en staan los van de huurprijsberekening.

Klachten

Hebt u een vraag over uw huurprijsberekening? Dan contacteert u altijd eerst uw woonmaatschappij. Als u de uitleg onvoldoende vindt, kunt u zich wenden tot de klachtenbehandelaar van de woonmaatschappij.

Pas als u niet tevreden bent met de dienstverlening van de woonmaatschappij of de behandeling van uw klacht, neemt u contact op met de Vlaamse Ombudsdienst.

U kunt niet bij Wonen in Vlaanderen terecht met een klacht over de huurprijs of uw sociale verhuurder.

Betalingsproblemen door de energiecrisis?

Hebt u het door de energiecrisis financieel moeilijk en kunt u uw huur niet meer betalen? Contacteer dan meteen uw sociale verhuurder. Zij kunnen u helpen en samen met u een oplossing zoeken.

Zoek hier de contactgegevens van uw sociale verhuurder