Overslaan en naar de inhoud gaan

Investeringssubsidies - sectorale prioriteiten

In 2022 gaat een nieuw subsidiereglement voor sectorale investeringssubsidies van kracht. De indiendatum voor projecten zal eenmalig afwijken met als uiterste indiendatum 1 september 2022.

 

INFOMOMENT
Op vrijdag 17 juni 2022 organiseerde het departement een infomoment om het nieuwe subsidiereglement toe te lichten.
De presentatie vind je hier.

Wat

Organisaties in de cultuur- en jeugdsector met eigen infrastructuur kunnen in aanmerking komen voor één of meerdere van de thematische investeringssubsidies die vastgelegd werden als “sectorale prioriteiten” door de ministers van Cultuur en Jeugd.

Voor de periode 2022 - 2026 zijn de drie sectorale prioriteiten de volgende:

  • duurzaamheid
  • veiligheid
  • toegankelijkheid

De sectorale investeringssubsidies bedragen voor één of een combinatie van prioriteiten: 

  • Minimaal 10.000 euro voor jeugdinfrastructuur

  • Minimaal 30.000 euro voor cultuurinfrastructuur

  • Maximaal 500.000 euro voor cultuur- en jeugdinfrastructuur.

Algemene voorwaarden

De algemene voorwaarden om als project in aanmerking te komen voor subsidiëring als sectorale prioriteit vind je in Art. 8 van het Besluit betreffende het verlenen van investeringssubsidies voor culturele - en jeugdinfrastructuur met bovenlokaal belang. 

De belangrijkste voorwaarden zijn: 

  • De subsidieaanvrager is een rechtspersoon zonder winstgevend doel. 

  • Het project betreft cultuur- of jeugdinfrastructuur met bovenlokaal belang. 

  • Het project ligt in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. 

  • Minstens 40% van de financiering van de kosten wordt gedragen door een inbreng van eigen middelen of door middelen van andere overheden en/of derden. Die inbreng kan bestaan uit investeringen, subsidies, kredieten of het leveren van (bouw)materialen in natura. De investeringssubsidie van de Vlaamse Gemeenschap bedraagt nooit meer dan 60% van de aankoop- of bouwkosten. Onvoorwaardelijke subsidiebeloftes die afhankelijk gemaakt zijn van subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap, worden aanvaard. 

  • De organisatie wiens culturele - of jeugdwerking is gevestigd in de infrastructuur waarin de werken plaatsvinden, beschikt over een aantoonbaar beschikkingsrecht voor de infrastructuur dat niet kan eindigen binnen twintig jaar na toekenning van de investeringssubsidies. 

  • De overheidsopdracht voor de plaatsing van de werken wordt op zijn vroegst verzonden of gepubliceerd op de datum van de subsidiebeslissing. 

  • Projecten met een gevraagd subsidiebedrag lager dan 150.000 euro zijn geen jeugdverblijven of hostels met een erkenning bij Toerisme Vlaanderen, of in aanloop naar een erkenning bij Toerisme Vlaanderen. 

Welke kosten komen in aanmerking?

  • Algemene kosten: het ereloon voor de opstellers van het ontwerp, de kosten voor het plaatsen en het uitvoeren van de overheidsopdrachten en de kosten voor het toezicht. Deze kosten worden forfaitair vastgesteld op maximaal 15% van het bedrag van de raming van de bouwwerken. 

  • Kosten voor het uitvoeren van de bouwopdracht, van een energieaudit, van een toegankelijkheidsdoorlichting of andere specifieke studiekosten voor de gesubsidieerde maatregelen. 

Indiendata

In 2022 moet een aanvraag voor een thematische investeringssubsidie voor sectorale prioriteiten uitzonderlijk ten laatste op 1 september ingediend worden. Vanaf 1 juni 2022 kun je een dossier indienen via KIOSK.

De minister neemt een beslissing, uiterlijk op 15 november 2022.

Hoe aanvragen

Je kunt een sectorale investeringssubsidie voor sectorale prioriteiten aanvragen via de webapplicatie KIOSK.
Lees de handleiding.

Opgelet:  
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen projecten met een gevraagd subsidiebedrag tot en met 150.000 euro en projecten met een gevraagd subsidiebedrag tussen 150.000 euro en 500.000 euro

Alle aanvragen moeten de volgende informatie bevatten: 

  • de adresgegevens van het project; 

  • een identificatie en situering van de subsidieaanvrager, inclusief een geconsolideerde versie van de statuten als dat van toepassing is; 

  • het bewijs dat de organisatie beschikkingsrecht heeft of zal krijgen over de infrastructuur waar het infrastructuurproject plaatsvindt. Dat recht mag niet kunnen eindigen binnen twintig jaar na ingebruikname van het project; 

  • de visie van de subsidieaanvrager over de inpassing in het bovenlokale cultuur- of jeugdlandschap; 

  • een kostenraming, namelijk een eenduidige omschrijving van de voorziene werken binnen het project, met de bijbehorende raming per kostenpost. Er wordt duidelijk aangegeven of de btw al dan niet of gedeeltelijk gerecupereerd kan worden; 

  • een gedetailleerd financieel plan voor het project met de nodige formele documenten en intentieverklaringen over de financiering; 

  • de meest recente goedgekeurde jaarrekening van de subsidieaanvrager; 

  • een motivering van de impact van het project, gerelateerd aan het algemeen inhoudelijke beoordelingscriterium; 

  • in functie van de gekozen prioriteit of prioriteiten: 

  • een motivering van de duurzaamheid en een prognose voor de energiebesparing per jaar door de geplande maatregelen. Om de prognose te berekenen, worden de berekeningsformules gebruikt die de administratie ter beschikking stelt. In geval van specifieke maatregelen voor waterbesparing of waterrecuperatie en materiaalrecuperatie wordt een prognose van besparing bijgevoegd;  

  • een motivering van de veiligheid, inclusief advies van de bevoegde dienst als dat van toepassing is; 

  • een toegankelijkheidsdoorlichting van INTER met opgave van prioritaire maatregelen, en motivering over het respecteren van de keten van toegankelijkheid en de integrale toegankelijkheid van de functionele ruimten in de infrastructuur; 

  • een nulmeting van het energieverbruik op basis van het werkingsjaar voorafgaand aan de aanvraag. Voor aanvragen die in 2022 zijn ingediend, wordt een nulmeting ban het energieverbruik op basis van het werkingsjaar 2019 bij de aanvraag gevoegd. Om de nulmeting te bepalen, wordt de CO2-calculator gebruikt die de administratie ter beschikking stelt. 

 
Daarnaast moeten de aanvragen van projecten met een gevraagd subsidiebedrag tot en met 150.000 euro de volgende informatie bevatten: 

  • een beknopte beschrijving van de geplande werken, inclusief een minimum aan plannen en schetsen ter illustratie en aanduiding van het project binnen de bestaande situatie op het plan; 

  • de planning en de termijn voor de geplande werken. 

 
De projecten met een gevraagd subsidiebedrag tussen 150.000 euro en 500.000 euro moeten in hun aanvraag de volgende extra informatie opnemen: 

  • een beknopte evaluatie van de bestaande infrastructuur van de subsidieaanvrager, met duiding van de voorgeschiedenis en de functionaliteit;  

  • een beknopte beschrijving van het architecturale en functionele concept en programma van eisen met situering in langetermijnvisie voor de infrastructuur en de aanpak van de werking en het beheer;  

  • plannen, gebundeld in het formaat dat in KIOSK wordt gevraagd, op een gebruikelijke relevante schaal: 

  • een inplantingsplan van de volledige site met aanduiding van het voorziene project binnen de site; 

  • grondplannen; 

  • bij een verbouwing wordt een plan toegevoegd met aanduiding van de werken van de verbouwing ten opzichte van de bestaande situatie; 

  • gevels en sneden; 

  • de planning van de uitvoering van de voorziene werken, met eventueel een opdeling in deelprojecten en fasering, en eventueel verkregen vergunningen of een verslag van het overleg met de stedenbouwkundige dienst in kwestie. 
     

Eens de subsidie is toegekend is de begunstigde verplicht om het logo van de Vlaamse Gemeenschap te vermelden in alle communicatie aangaande het project.

Meer info of hulp nodig?

Inhoudelijke vragen | Vragen over een lopend dossier in KIOSK | Technische vragen over KIOSK

Gebruik het contactformulier