Overslaan en naar de inhoud gaan
Kadervorming Kadervorming

Kadervorming

1. Wat als onze kadervormingscursussen niet kunnen doorgaan?

Een kadervormingscursus die niet doorgaat, annuleer je in de KAVO-tool (www.mijnkadervorming.be).

Voor cursussen die verplaatst worden naar een andere periode, kunnen de gegevens online aangepast worden.

2. Specifieke tijdelijke maatregelen naar aanleiding van de coronacrisis

 

2.1. Schrappen evaluatiemoment

Het schrappen van het evaluatiemoment wordt vervroegd ingevoerd. Dat wil zeggen dat verenigingen vanaf nu een attest kunnen uitreiken aan jongeren die hun cursus en stage met succes hebben afgerond.

Wat moet je doen?

Je bent als vereniging verantwoordelijk voor het ganse traject, dat wil zeggen dat je nagaat of een deelnemer inderdaad slaagde voor zowel cursus als stage. Je doet dat bijvoorbeeld aan de hand van het trajectboekje van de jongere of door contact op te nemen met de stageplaats.  Daarna kruis je in de KAVO-tool aan of de deelnemer geslaagd is voor het gehele traject. Bij ‘datum evaluatie’ wordt de dag van de beslissing genoteerd (in plaats van de datum van het evaluatiemoment).
 

Een paar voorbeelden

Akim volgde in de paasvakantie van 2018 zijn cursus bij vereniging A, liep in de zomer van 2018 stage bij vereniging B en zou normaal gezien in deze paasvakantie (2020) deelnemen aan een evaluatiemoment van vereniging A (afgelast wegens coronamaatregelen). Akim krijgt toch zijn attest nadat vereniging A naging of Akim geslaagd was voor het theoretische gedeelte en voor de stage en in de Kavo-tool aangaf dat Akim geslaagd is voor het hele traject.

Mati volgde in de krokusvakantie van 2015 haar cursus bij vereniging C, liep in de paasvakantie van 2017 stage bij vereniging D maar deed niet mee aan een evaluatiemoment. Mati krijgt nog steeds geen attest.
 

2.2. Verlenging van de maximale trajectduur van drie jaar

Deelnemers die door de coronacrisis niet in staat zijn om hun traject tijdig af te ronden, krijgen een verlenging van de trajectperiode tot en met 31 december 2021.

De maatregel geldt niet met terugwerkende kracht voor jongeren waarvoor de termijn van drie jaar al was afgelopen vóór 13 maart 2020.
 

2.3. Geen verplichting om eerst het volledige theoretische gedeelte te volgen om daarna aan de stage te mogen beginnen

Tot en met 31 december 2021 kunnen jongeren uitzonderlijk hun stage aanvatten en afronden terwijl hun cursus nog niet afgerond is, op voorwaarde dat ze al 15 van de 50 cursusuren volbrachten. 

Wat moet je doen?

In de tool kan je voor het theoretische gedeelte verschillende luiken ingeven. Je kan een jongere bij het begin van de cursus linken aan die cursus, maar je zal de deelnemer pas kunnen koppelen aan zijn stageplaats nadat de volledige cursus gevolgd is én de deelnemer een positieve beoordeling heeft gekregen.

Voorbeeld

Je organiseert een eerste stukje animatorcursus van 15 uur tijdens een weekend eind juni. De deelnemer doet stage tijdens de zomervakantie. De rest van de cursus van 35 uur vindt plaats tijdens de herfstvakantie. Na de herfstvakantie geef je de beoordeling van de stage in de KAVO-tool in, wanneer de deelnemer geslaagd is, koppel je hem aan zijn stageplaats.

Diego volgde een instructeurscursus bij vereniging X, hij zou tijdens de paasvakantie stage lopen tijdens de animatorcursus zodat hij tijdens de herfstvakantie de volgende animatorcursus mag begeleiden als volwaardige begeleider en zo kan meetellen voor de begeleiderseisen. De animatorcursus in de paasvakantie werd geannuleerd, maar vereniging X beslist om deze te laten doorgaan in de opgesplitste vorm. De vereniging organiseert een weekend met 15 uur vorming voor de zomer, en nog eens twee weekends na de zomer. Diego loopt stage tijdens deze opgesplitste cursus. Zo heeft hij zijn stage toch tijdig kunnen lopen en kan hij tijdens de animatorcursus in november mee als geattesteerd instructeur.
 

2.4 Flexibiliteit voor corona–afwezigen

We springen flexibel om met corona-afwezigen (zieken, quarantaine, ). Het gemiste theoretisch gedeelte kan vervangen worden door theorie uit een andere – al dan niet geattesteerde – cursus of vorming in het jeugdwerk.  

We verwachten dat verenigingen nagaan of de deelnemer met de alternatieve vorming voldoende kon werken aan de competenties die in de gemiste inhoud aan bod kwamen. Verenigingen moeten ook over voldoende bewijsstukken beschikken om de uitzondering toe te staan (bv. een doktersbriefje en cursusprogramma, …).