Overslaan en naar de inhoud gaan
Nieuwsbericht

Onderzoek brengt dienstverlening rond kunstenerfgoed in kaart

In opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd en Media analyseerde KU Leuven de dienstverlening rond kunstenerfgoed in Vlaanderen. Het onderzoek brengt het bestaande aanbod in kaart, benoemt de hiaten en overlappingen en formuleert concreet beleidsadvies. Zo raden de onderzoekers aan om de definitie van de term “kunstenerfgoed” uit te breiden, hiaten in de dienstverlening weg te werken en de subsidiëring van pilootprojecten verder te zetten.

Het Vlaamse cultuurbeleid moedigt de archiefzorg in de kunstensector aan. Nu de eerste generatie hedendaagse kunstenaars (vanaf 1945) hun oeuvre afsluit, moeten de vele bijzondere nalatenschappen worden veiliggesteld. Maar daar bestaan nog veel uitdagingen rond: zowel voor de omgang met als voor de borging van archieven, collecties of praktijken.  

Daarom gaven we KU Leuven de opdracht om, in samenwerking met de relevante actoren, een onderzoek uitvoeren om de bestaande dienstverlening te analyseren. Het onderzoek bestond uit desk research, diepte-interviews, focusgroepen en een enquête. De onderzoekers hebben de belangrijkste bevindingen samengevat aan de hand van zes kernthema’s.

Foto van het archief van Fotomuseum Antwerpen

Uitbreiding van definitie “kunstenerfgoed”

De Vlaamse overheid definieert kunstenerfgoed als “de omgang met en de borging van de archieven, de collecties of de praktijk van hedendaagse kunstenaars en kunstorganisaties, actief in Vlaanderen. En dit over alle kunstdisciplines.” Uit het onderzoek blijkt echter dat de term in de praktijk nauwelijks is ingeburgerd, waardoor verschillende spelers een eigen definitie hanteren op basis van hun specifieke noden en de discipline waarin ze actief zijn. De onderzoekers stellen voor om het concept verder uit te werken: 

  • Orale en andere immateriële praktijken moeten duidelijker opgenomen worden in de definitie. 
  • De term kunstenerfgoed moet verbreed worden om ook kunstenaarsgemeenschappen en -netwerken te betrekken en niet louter op individuele kunstenaars/kunstenorganisaties te focussen. 
  • De beperking om enkel naoorlogse kunstenaars op te nemen, moet afgezwakt worden. Eerder dan te werken met een strakke tijdsafbakening, waardoor bepaalde collecties en archieven uit de boot vallen, schuiven de onderzoekers “relevantie” naar voren.

Decentrale werking van het veld

Vlaanderen hanteert een decentraal model met betrekking tot kunstenerfgoed. Dat model werkt goed wanneer het gaat over het begeleiden van kunstenaars of kunstenorganisaties tijdens hun actieve carrière. Maar de versnippering van het kunstenerfgoedlandschap en het gebrek aan centrale sturing resulteert in een werking op basis van ad hoc oplossingen. Zowel de spelers in het kunstenveld als die in het erfgoedveld benadrukken de meerwaarde van een decentraal veld dat dicht bij de kunstenaars staat en specifiek kan inspelen op de wensen en noden van de verschillende disciplines. Er zijn echter enkele specifieke aspecten van het veld waar centrale coördinatie volgens de onderzoekers een meerwaarde kan zijn, zoals het afstemmen van een rolverdeling, een centrale depotwerking en een versterking van TRACKS.

Nood aan referentiekader

Het veld is gebaat bij een transversaal referentiekader dat de klemtonen, methodes en visie in het Vlaamse erfgoedveld aangeeft. Daarbij is het echter ook belangrijk dat zo’n kader voldoende ruimte laat voor de specifieke dynamieken van zowel de discipline als de individuele kunstenaar/kunstenorganisatie – waardering blijft tenslotte ook maatwerk. Dit kader moet door de sector zelf, in samenspraak met de overheid, ontwikkeld worden. Het moet de krijtlijnen schetsen voor de volgende zaken: 

  • Wat moet worden bewaard? 
  • Wat moet worden ontzameld? 
  • Hoe kunnen we tot eengemaakte strategie komen voor digitale bewaring? 

Middelen om aan erfgoedzorg te doen

Hoewel de respondenten in het onderzoek aangaven kunstenerfgoed erg belangrijk te vinden, gaf ongeveer 75% aan er onvoldoende aandacht aan te kunnen besteden. Dat blijkt ook uit de historische achterstand die verschillende spelers signaleren wanneer het om de ontsluiting van hun archieven ging. Beperkte financiële middelen en gebrek aan tijd komen stelselmatig naar voren als belangrijke oorzaak voor het gebrek aan aandacht voor kunstenerfgoed. De onderzoekers schuiven daarom (een combinatie van) verschillende mogelijke scenario’s naar voren: 

  • De voortzetting en uitbreiding van de pilootprojecten
  • Erfgoedzorg als functie binnen projectensubsidies binnen het Kunstendecreet; 
  • Erfgoedzorg meer prominent valoriseren, door het als aparte rubriek in de subsidieaanvraag op te nemen; 
  • Een (eenmalige) impulsfinanciering voor kunstenaars. 

Kennisplatform om publiek-private samenwerkingen te stimuleren

Publiek-private samenwerkingen kunnen een grote meerwaarde bieden voor de verdere ontwikkeling van kunstenerfgoed. Private spelers vervullen momenteel al een belangrijke rol in het veld door het ondersteunen van musea en/of het oprichten van eigen structuren. Deze ondersteuning gebeurt momenteel voornamelijk ad hoc en vertrekt veelal vanuit persoonlijke contacten tussen musea en private spelers. Om deze samenwerkingen op een meer structurele manier uit te bouwen, is er nood aan een gedetailleerd overzicht van de private initiatieven en meer kennis in de culturele sector omtrent publiek-private samenwerkingsmogelijkheden. Laura D’hoore en Annick Schramme pleiten in hun onderzoek voor een faciliterend privaat kenniscentrum en een online kennisplatform dat bruiklenen en/of andere samenwerkingsprojecten tussen musea en private verzamelaars zou kunnen stimuleren en faciliteren. Het kunstenerfgoedveld zou volgens de onderzoekers niet alleen gebaat zijn bij dit soort platforms, maar kan ook fungeren als interessant startpunt voor de ontwikkeling ervan. Het zorgt immers voor een concreet vraagstuk waarrond publieke en private spelers kunnen samenkomen.  

Het departement gaat in 2023-2024 verder in dialoog met de actoren in het veld over de beleidsaanbevelingen van het onderzoek. Ontdek de 12 pilootprojecten nalatenschappen kunstenerfgoed.

Veldanalyse dienstverlening Kunstenerfgoed

Lees het volledige onderzoeksrapport