Overslaan en naar de inhoud gaan
Bijkomende Steun voor de jeugdsector Bijkomende Steun voor de jeugdsector

Bijkomende Steun voor de jeugdsector

Wat

De Vlaamse Regering keurde op 24 september 2021 een besluit goed met een regeling voor bijkomende steun aan jeugdorganisaties die een werkingssubsidie ontvangen als landelijk georganiseerde jeugdvereniging, als vereniging informatie en participatie of als cultuureducatieve vereniging. 

Heel wat jeugdorganisaties moesten in het voorjaar van 2021, naar aanleiding van de 3de coronagolf, hun werkzaamheden tijdens de schoolvakanties of hun activiteiten in samenwerking met scholen opnieuw aanpassen of stopzetten. Daardoor staan de jeugdorganisaties op organisatorisch, logistiek, emotioneel en financieel vlak onder grote druk. De Vlaamse Regering wil deze organisaties op korte termijn uit de nood helpen en op lange termijn perspectief bieden. 

Doel van deze beleidsmaatregel is een deel van het onevenwicht tussen kosten en opbrengsten bij jeugdorganisaties te compenseren, een onevenwicht dat veroorzaakt is door het verbod of beperkingen op publieke activiteiten wegens de coronamaatregelen. Deze steun kan hen helpen om in 2021 een resultaat te boeken dat nul is, of een nettoverlies dat kleiner is dan begroot.

Voor wie

Je vereniging moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Je vereniging krijgt in 2021 een werkingssubsidie als landelijk georganiseerde jeugdvereniging, als vereniging informatie en participatie of als cultuureducatieve vereniging, op basis van artikels 9, 10 of 11 van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid;
  • Je vereniging heeft in 2021 een nettoverlies begroot;
  • Je vereniging bevindt zich niet in ontbinding, vereffening of faillissement;
  • De som van de rekeningen 10 (fondsen van de vereniging), 12 (herwaarderingsmeerwaarden), 13 (bestemde fondsen), 14 (overgedragen resultaat) en 15 (kapitaalsubsidies) op de balans van je vereniging was positief bij het sluiten van het boekjaar 2019.

De subsidie moet worden gebruikt voor de opdrachten die in bovenvermeld decreet vermeld worden onder artikel 9, § 1,  artikel 10 § 1 en artikel 11, § 1.

Bijkomende steun aan jeugdorganisaties

Voorwaarden en indiendata