Verschil tussen commercieel en niet-commercieel transport

In bepaalde gevallen is er geen vergunning vereist voor vervoer van eigen dieren (bijv. geen handelskarakter, naar dierenkliniek of naar prijskampen waar geen dieren verkocht worden, ...). Op de webpagina's van de Dienst Dierenwelzijn vindt u meer informatie over deze uitzonderingen. Ook het vervoer van eigen paarden naar wedstrijden of voor recreatie wordt in Vlaanderen als niet-commercieel vervoer beschouwd, en daarom valt het niet onder de verordening.

Kort of lang transport

De verordening maakt onderscheid tussen kort transport en lang transport.

  • Onder 'kort transport' verstaat men transport dat
    • minder lang duurt dan 12 uur als het om binnenlands vervoer gaat
    • of minder lang dan acht uur als het om grensoverschrijdend transport gaat.
  • 'Lang transport' is alle transport
    • van 12 uur of langer in het binnenland
    • of 8 uur of langer grensoverschrijdend.

Normen

De ‘Verordening 1/2005 inzake de bescherming van dieren tijdens het transport (PDF bestand opent in nieuw venster)’ legt normen vast voor wat betreft:

  • documenten die in uw bezit moeten zijn
  • geschiktheid van dieren voor transport
  • vervoermiddelen
  • behandeling van de dieren en transportomstandigheden,
  • beschikbare oppervlakte
  • reis- en rusttijden
  • het journaal (reisplan)

Documenten

In de vrachtwagen moet de volgende documenten aanwezig zijn.

Geschiktheid voor transport (Bijlage I Hoofdstuk I)

Vooraleer een dier geladen wordt, moet eerst beoordeeld worden of dat dier wel geschikt is voor transport, en of het tijdens de reis ook geschikt zal blijven. Dat betekent dat het dier gezond genoeg moet zijn om de reis te kunnen doorstaan en dat het transport geen of zeer weinig negatieve gevolgen voor het dier mag hebben. Er moet dus ook rekening gehouden worden met de zwaarte van de reis. Voor transporten die lang duren of waar extreme temperaturen verwacht worden, moeten de dieren in zeer goede conditie zijn.

De volgende dieren worden beschouwd als niet geschikt voor transport en mogen dan ook niet vervoerd worden:

  • dieren die ziek of gewond zijn, en in het bijzonder:
    • dieren die niet in staat zijn zelfstandig te lopen of zich zonder pijn te verplaatsen
    • dieren met ernstige open wonden of een prolaps
  • drachtige dieren waarvan de draagtijd al meer dan 90 % gevorderd is, of die in de week ervoor geworpen hebben
  • pasgeboren dieren waarvan de navel nog niet geheeld is.
  • biggen van minder dan 3 weken oud, lammeren van minder dan een week oud en kalveren van minder dan 10 dagen oud, tenzij ze over een afstand van minder dan 100 km worden vervoerd.
  • herten met een bastgewei.

Lichtgewonde of zieke dieren kunnen echter wel vervoerd worden, voor zover het vervoer geen extra lijden veroorzaakt. Dat betekent dat het slechts om een lichte aandoening mag gaan, en dat de conditie van het dier niet achteruit mag gaan door het transport. Bij twijfel moet het advies van een dierenarts ingewonnen worden.

Het vervoermiddel (Bijlage I Hoofdstuk II en Hoofdstuk VI)

Het vervoermiddel moet aan een aantal eisen voldoen vóór het mag ingezet worden om dieren te vervoeren.

  • De dieren mogen zich niet kunnen verwonden.
  • Het vervoermiddel moet hen bescherming bieden tegen slechte weersomstandigheden.
  • De dieren mogen niet kunnen ontsnappen.
  • Het vervoermiddel voorzien zijn van een anti-slipvloer.
  • Er moet voldoende ventilatie zijn.
  • Er moet voldoende verlichting aanwezig zijn om de dieren goed te kunnen controleren.
  • De maximale hellingsgraad van de laadbruggen wordt ook vastgelegd.
  • Jonge dieren moeten de beschikking hebben over strooisel.

Vervoermiddelen die lang transport van landbouwhuisdieren uitvoeren, moeten aan enkele bijkomende voorwaarden voldoen.

  • Het dak van deze vervoermiddelen moet in een lichte kleur zijn.
  • Ze moeten ook voorzien zijn van een mechanisch ventilatiesysteem en er moet een temperatuurregistratie- en monitoringsysteem aanwezig zijn.
  • De temperatuur moet tussen de 5°C en 30°C blijven.
  • Verder moeten deze vervoermiddelen ook over een “tracking en tracing” satellietnavigatiesysteem beschikken. Dit laatste is niet verplicht als het om het vervoer van geregistreerde paarden gaat.
  • Bij lang transport moeten alle dieren de beschikking hebben over strooisel.

Behandeling van de dieren (Bijlage I Hoofdstuk III)

Het spreekt vanzelf dat de dieren zo goed mogelijk behandeld moeten worden. Pijnlijke handelingen zoals slaan, schoppen, de dieren voorttrekken aan kop, hoornen, oren, poten, vacht of staart en het gebruik van prikstokken zijn dan ook verboden. Het gebruik van de elektrische prikkelaar is nog toegelaten, maar onder zeer strikte voorwaarden.
Tijdens het vervoer moeten de dieren over voldoende stahoogte kunnen beschikken. Er moet ruimte zijn boven het hoofd van de dieren als zij in hun natuurlijke positie staan. Ook over het aanbinden van dieren bestaan er regels. Zo mogen de dieren niet aangebonden worden aan hoornen, gewei of neusringen en mogen de poten niet samen gebonden worden. De dieren moeten ook steeds kunnen gaan staan of liggen.

Benodigde oppervlakte (Bijlage I Hoofdstuk VII)

Voor het transport van runderen, paarden, schapen, geiten en pluimvee zijn de oppervlaktes vastgelegd die tijdens het vervoer beschikbaar moeten zijn.

Voor het transport van varkens geldt de algemene richtlijn dat alle varkens gelijktijdig moeten kunnen gaan liggen en in hun natuurlijke houding moeten kunnen staan.

De reis- en rusttijden (Bijlage I Hoofdstuk VI)

Voor runderen, paarden, schapen, geiten, varkens en pluimvee zijn de maximale reis- en rusttijden vastgelegd. Laden en lossen is in de reistijd inbegrepen. Ook het verblijf op een verzamelcentrum is in de reistijd inbegrepen, tenzij dat langer duurt dan zes uur en er strooisel en drinkwater aanwezig is.

Het journaal (Bijlage II)

Het journaal is een document dat moet ingevuld worden ingeval van een internationaal lang transport van paardachtigen (met uitzondering van geregistreerde paarden), runderen, paarden, schapen, geiten of varkens.
Dit journaal bevat:

  • planning van de reis, die minstens 48 uur op voorhand moet overgemaakt worden aan de Lokale controle-eenheid (LCE) van het FAVV, zodat kan nagekeken worden of deze realistisch is
  • formulier dat moet ingevuld op de plaats van vertrek
  • formulier dat moet ingevuld op de plaats van bestemming
  • verklaring van de vervoerder waar hij de werkelijk afgelegde route moet noteren
  • formulier om onregelmatigheden te melden.

Na het transport moet de vervoerder het volledig ingevulde journaal aan de LCE terug bezorgen.

  • Laatst gewijzigd op 27 maart 2019