Algemeen wezen een aantal delegaties op het nauwe verband die deze dossiers hebben met andere “Fit for 55”-initiatieven, met name de richtlijn hernieuwbare energie, het EU-emissiehandelssysteem en de energiebelastingrichtlijn. Zij willen een duidelijk beeld van het algehele effect van het pakket op de sector.

Specifiek wat ReFuelEU Aviation betreft, onderstreepten de ministers dat de Europese luchtvaartsector, die de gevolgen van de pandemie draagt, concurrerend moet blijven. Er moet voor voldoende productie- en distributiecapaciteit worden gezorgd om in de nodige duurzame luchtvaart­brandstoffen te voorzien en om fragmentering van de markt te voorkomen.

Relevant voor de Vlaamse regionale luchthavens is dat na de eerste onderhandelingsronde een opt-inclausule werd opgenomen voor kleinere luchthavens om deze binnen het toepassingsgebied van het voorstel te kunnen brengen.

Ook inzake FuelEU Maritime, een complex dossier met grote relevantie voor de Vlaamse zeehavens, benadrukte onder meer België het belang van de mondiale dimensie, zowel voor wat betreft ambitieniveau als voor wat betreft de aanpak van mogelijke problemen met koolstof­lekkage of herroutering als gevolg van de verplichte verlaging van de broeikasgas­intensiteit van schepen en de verplichtingen voor Europese havens.

Op vraag van Vlaanderen benadrukte federaal minister Gilkinet dat de verplichtingen inzake walstroom eerder op terminalniveau dienen worden uitgewerkt in plaats van op havenniveau om dure investeringen te vermijden in infrastructuur die mogelijk onvoldoende zal worden gebruikt.

Diezelfde bemerking werd ook gemaakt bij de bespreking van het voorstel rond het bevorderen van infrastructuur van alternatieve brandstoffen. Wat deze verordening betreft, pleit Vlaanderen voor ambitieuze doelstellingen, zowel voor wegvervoer als wat walstroom in de zee- en binnenvaart betreft.