Essentieel voor de maritieme toegankelijkheid van onze havens

De havens van Antwerpen, Gent, Oostende en Zeebrugge zijn belangrijke toegangspoorten voor onze Vlaamse economie. Gezien de natuurlijke sedimentatie in de vaarpassen van de Noordzee, Westerschelde, Beneden-Zeeschelde en de zeehavens is het noodzakelijk om regelmatig onderhoudsbaggerwerken uit te voeren. “Deze werken moeten continu kunnen plaatsvinden om te vermijden dat dokken en vaargeulen dichtslibben: 7 dagen op 7, 24 uur op 24”, zegt minister Peeters. “Alleen op die manier verzekeren we dat grote zeeschepen onze havens kunnen binnenvaren en zorgen we ervoor dat onze economie kan blijven draaien.”

Eén groot contract zorgt voor efficiëntiewinsten

Dit nieuwe baggercontract start begin volgend jaar en heeft een looptijd van 5,5 jaar. De kostprijs voor deze werken wordt jaarlijks op 143,5 miljoen euro (incl. btw) geraamd. “Dat is minder dan in het verleden want we creëren efficiëntiewinsten doordat we met één contract werken voor de onderhoudsbaggerwerken op àlle maritieme toegangswegen naar en in onze Vlaamse havens: op de Noordzee, in de havens van Oostende en Zeebrugge, tussen Wielingen en de zeesluis van Wintam en op de Antwerpse Linkeroever. In het verleden waren er drie aparte contracten voor de drie geografische gebieden. Nu kunnen we de algemene kosten zoals werfleiding en projectorganisatie bundelen en hebben we ook de mogelijkheid om baggerschepen efficiënter en flexibeler in te zetten. Wanneer een opdracht door (weer)omstandigheden niet op één locatie kan worden uitgevoerd, kan er een ander werk elders gebeuren.”

Openbare Europese aanbesteding

Het bestek voor deze onderhoudsbaggerwerken op de maritieme toegangswegen werd in opdracht van minister Peeters door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken opgesteld en gepubliceerd conform een Europese openbare aanbestedingsprocedure. Op die manier heeft de mededinging maximaal kunnen spelen. In deze aanbesteding bleek de offerte van de tijdelijke maatschap JDN – DI – BDC (Jan De Nul – Dredging International (DEME) – Baggerwerken De Cloedt en Zn) de meest voordelige op basis van de vastgelegde gunningscriteria. In de toewijzing van deze opdracht speelden de kostprijs, de kwaliteit van de werken en een vlotte inzetbaarheid alvast een rol. De veiligheid, inzet en loonvoorwaarden van het personeel werden evenmin uit het oog verloren. Daarnaast was er verregaande aandacht voor duurzaam ondernemerschap en het milieu. Gelet op het strategische belang van deze werken werd ook aan de inschrijvers gevraagd om voldoende economische financiële draagkracht te kunnen bewijzen, en voldoende knowhow, zowel bagger-technisch als op het gebied van milieu.

Aandacht voor de klimaatproblematiek en duurzaam ondernemen

De urgentie van de klimaatproblematiek is ondertussen voor iedereen duidelijk. “De klimaatmaatregelen voor mobiliteit die ik recent heb laten goedkeuren in het Vlaams klimaatplan moeten er mee voor zorgen dat we gaan naar 40% CO2-reductie”, aldus minister Peeters. Maar ook hier speelde klimaat een belangrijke rol. “Door in de criteria veel belang te hechten aan duurzaam ondernemerschap en meerdere klimaatvriendelijke aspecten hebben we hier een aannemer kunnen kiezen die een klimaatvriendelijke aanpak vooropstelt”, zegt minister Peeters. De aandacht voor klimaatvriendelijke aanpak zit in vele componenten vervat. De aannemer moet de meeste werkzaamheden verrichten met het minste verbruik van energiebronnen, de meest recente en dus milieuvriendelijkste baggervoertuigen worden ingezet, er is minder uitstoot van CO2, stikstof, zwavel en fijnstof … Daarnaast moest elke inschrijver een plan van aanpak voor duurzaam ondernemerschap opstellen.

Einde van langlopend contract op Linkeroever

De Belgische overheid kende in 1972 alle baggerwerken op de Antwerpse Linkeroever toe aan drie baggeraars: de Algemene Baggermaatschappij, de baggerdivisie van de holding Ackermans & van Haaren - beide opgegaan in DEME - en Jan De Nul. Dat contract vermeldde geen einddatum of een jaarlijks baggervolume. Dat langlopende contract maakte het onmogelijk voor andere baggeraars om mee te dingen naar de opdracht en was dan ook in strijd met de huidige wetgeving op overheidsopdrachten, wat tot kritiek van het Rekenhof leidde. In 2019 werd een akkoord bereikt om dat langlopende contract zonder schadevergoeding stop te zetten en deze werken mee te nemen met de andere onderhoudsbaggercontracten waarvoor dus begin 2022 een nieuw contract start. In het nieuwe contract werden de aanbevelingen die het Rekenhof omtrent mededinging in het verleden uitte integraal in acht genomen.

Mobiele baggertuigen die rekening houden met getijden

Deze baggerwerken gebeuren om voldoende diepgang te garanderen voor de scheepvaart. Sleephopperzuigers, dat zijn mobiele of zelfvarende baggertuigen, baggeren daarvoor in het midden van de vaargeul, zonder de scheepvaart te belemmeren. In alle werkzones is er een getijdeverschil van minstens vier meter. Een tijgebonden omgeving met golven en stromingen heeft een directe invloed op de exacte diepte waar men precies baggert. Tweemaal per dag variëren de waterstanden, daarmee kunnen omgaan is bijzonder belangrijk en vraagt specifieke technische vaardigheden en knowhow. Te diep of niet diep genoeg baggeren is immers een milieuovertreding en kan de natuur onnodig verstoren.

In opdracht en onder toezicht van de Vlaamse overheid

Deze baggerwerken gebeuren in opdracht en onder toezicht van de afdeling Maritieme Toegang van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken. Maritieme Toegang zorgt ervoor dat vanaf de kust tot voorbij Antwerpen, de Schelde altijd vlot bevaarbaar is. Naast onderhoudsbaggerwerken gebeurt dat door wrakkenberging (het verwijderen van alle obstakels), het verruimen van de vaargeul en door slibverwerking. Waar mogelijk wordt de baggerspecie gestort in zee (de vaargeul voor de kust) of in de Schelde. Het slib afkomstig van baggerwerken in de haven van Antwerpen wordt verwerkt door de slibverwerkingsinstallatie AMORAS.