Alternerend leren biedt jongeren concrete ervaring op de werkvloer én -al doende- een kwalificatie

Niet voor alle leerlingen is voltijds schoollopen de meest geschikte aanpak om te leren. Sommige jongeren leren beter en gemotiveerder al doende. Vanaf hun vijftiende kunnen jongeren daarom kiezen voor alternerend leren: een combinatie van leren op de werkvloer en leren op de schoolbank. Zo kunnen ze een beroeps- of onderwijskwalificatie behalen waarmee ze beter toegerust op de arbeidsmarkt aantreden.

Volgens het VDAB-Schoolverlatersrapport (PDF bestand opent in nieuw venster) van 2018 komt immers iets minder dan 8% van de schoolverlaters zonder kwalificatie op de arbeidsmarkt. Maar zij maken wel ongeveer 32% uit van het totale aantal werkzoekenden. Het ontbreken van een diploma of getuigschrift maakt hen tot een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt.

Met duaal leren zet de Vlaamse overheid versterkt in op alternerend leren als evenwaardig alternatief voor voltijds schoollopen.

Dat biedt heel wat voordelen voor alle partijen.

  • Jongeren vinden na hun studies sneller een job en weten door de kennismaking met een onderneming al beter hoe het eraan toegaat op een werkplek. De overgang naar de arbeidsmarkt verloopt vlotter.
  • Scholen of opleidingsaanbieders krijgen meer voeling met de praktijk, en kunnen hun jongeren een motiverende formule aanbieden om een diploma of getuigschrift te behalen.
  • Ondernemingen helpen leerlingen bij het afronden van hun opleiding en leiden zo mee de werknemers van de toekomst op.

Op de website www.duaalleren.vlaanderen ((opent in nieuw venster)) vindt u alles over duaal leren: wat het is, welke voordelen het heeft en wat u concreet moet doen om ermee te starten.

Alternerend leren -en dus ook duaal leren- wordt financieel gestimuleerd:

  • De startbonus is een premie voor jongeren, die hen stimuleert om hun opleiding op de werkvloer af te maken.
  • De stagebonus is een premie voor werkgevers, die hen aanzet om een leerwerkplek aan te bieden.
  • Met de RSZ-korting voor mentoren betalen ondernemingen een verminderde RSZ-bijdrage als ze opleidingen op de werkvloer organiseren voor jongeren of hun leerkrachten en daarvoor een of meer werknemers als begeleider/opleider inzetten. De mentoren staan in voor kwaliteitsvolle begeleiding van lerenden op de werkvloer.
  • Met de RSZ-korting voor jongeren in een alternerende opleiding betalen ondernemingen een verminderde RSZ-bijdrage op de leervergoeding die zij aan jongeren betalen.

Opleiding tijdens de loopbaan verhoogt de inzetbaarheid

De Vlaamse overheid wil dat werknemers niet alleen goed opgeleid op de arbeidsmarkt aantreden, maar ook in de loop van hun verdere loopbaan de kans blijven krijgen om zich verder bij te scholen. Dat is belangrijk om inzetbaar te blijven en zo bij te dragen aan sterke, concurrentiële ondernemingen. Maar het is evengoed van belang voor sociale integratie, actief burgerschap en persoonlijke ontwikkeling. Een analyse van de opleidingsdeelname in Vlaanderen door de OESO ((opent in nieuw venster)) geeft aan dat die opleidingsdeelname hoger kan en moet.

Om de stap naar een opleiding makkelijker te maken, voorziet de Vlaamse Overheid de volgende mogelijkheden:

Met het erkennen van verworven competenties wordt talent zichtbaarder en beter inzetbaar

De Vlaamse overheid zet in op het waarderen van competenties en talenten van mensen. Het maakt daarbij niet uit in welke context deze zijn verworven: op het werk, tijdens vrije tijd, door zelfstudie, … Ze doet dit via EVC, wat staat voor “erkenning van verworven competenties”.

Met een ervaringsbewijs kan u de competenties die u elders verworven hebt, laten valideren.

Meer info over ervaringsbewijzen ((opent in nieuw venster)).