Efficiënter en sneller

Tussen mei 2020 en mei 2022 werden meer dan 7,92 miljoen belpogingen gedaan in het kader van de interfederale strategie rond testen en contactopsporing. 2,28 miljoen mensen werden gecontacteerd en geïnformeerd. Het contactonderzoek zal in de toekomst zoveel mogelijk gebruik maken van digitale instrumenten om mensen te bereiken die COVID-19 hebben opgelopen.

Mensen die positief getest hebben, zullen via de nieuwe overheidsapp, ‘GovApp’, bereikt en geïnformeerd worden. Bij testafname en -resultaten zullen mensen aangespoord worden om de app te installeren. Vanuit de GovApp worden zij dan toegeleid naar een website of naar Mijn Burgerprofiel voor meer informatie of om gegevens door te geven aan de overheid.

Gert De Gelder, Verantwoordelijke Dienst Project Oplossingen - Digitaal Vlaanderen, zal het project leiden: “Het contactonderzoek digitaal transformeren zal een efficiëntieverhoging met zich meebrengen. We gaan er ook van uit dat iemand die besmet is veel sneller zal worden bereikt als die persoon de app geïnstalleerd heeft. Voor dit project zullen we veel opgedane kennis kunnen hergebruiken uit onze ervaring met de GovApp en de CovidSafe app.”

Hybride

Voor mensen die geen gebruik (kunnen) maken van de app, blijft telefonisch en persoonlijk contactonderzoek nodig. Hiervoor zal een kleine, wendbare ploeg van 30 medewerkers van mutualiteiten worden ingezet en wordt een samenwerking opgezet met het contactcenter van de Vlaamse overheid voor de drukke momenten. Samen zullen zij vragen van burgers over contactonderzoek en quarantainemaatregelen beantwoorden en het telefonische contactonderzoek uitvoeren. Tania Huybrechts, Programmamanager contactcenter Vlaamse overheid, ziet de meerwaarde van deze hybride aanpak: “De flexibiliteit van ons contactcenter om het aantal voorlichters vlot te kunnen op- en afschalen biedt kansen voor kostefficiëntie in een moeilijk voorspelbaar thema. Het contactcenter vormt zo een goede aanvulling op het basisteam in de mutualiteiten, die hun uitgebreide ervaring in contacten met zieke mensen en hun mogelijkheden voor huisbezoeken in drukke periodes volop kunnen inzetten waar dat het meest nodig is.”