In Vlaanderen zijn er heel veel wegen per vierkante kilometer. Gemiddeld om de 200 meter komt een dier een weg tegen. Vele diersoorten moeten zich van de ene plek naar de andere kunnen verplaatsen. Bijvoorbeeld om eten te zoeken of om zich voort te planten.

De overheid probeert de doorgesneden leefgebieden van de dieren opnieuw met elkaar te verbinden. Dat gebeurt met:

  • ecoducten: groene bruggen voor dieren
  • boombruggen: dikke touwen die bomen verbinden over drukke wegen waarlangs eekhoorns en andere boomdieren veilig kunnen oversteken
  • ecotunnels
  • amfibieëntunnels
  • ecoduikers: waterlopen die onder een weg doorlopen waarbij er ook een droge strook is voor dieren
  • rasters langs de weg: zij verhinderen dat de dieren op de weg kunnen komen en leiden de dieren naar een veilige oversteekplaats
  • aangepast ecologisch bermbeheer: als planten in de bermen kunnen overleven en zich uitzaaien, kunnen dieren ook via deze verbindingen andere leefgebieden bereiken.

Natuurpunt organiseert elk jaar in februari-maart een paddenoverzet.

Meer informatie

  • Op de website Wegen & Natuur - Een wegennet voor dieren vindt u alle informatie over de inspanningen van de Vlaamse overheid.
  • In de online strip 'De Beestige Brug' ondervinden Suske en Wiske aan den lijve hoe het is om een dier te zijn in een landschap vol wegen. Achteraan in de strip wordt op een speelse manier uitgelegd wat een ecoduct is, waarom padden tunnels nodig hebben, hoe een eekhoornbrug werkt en waarom vissen soms de trap nemen.
  • Laatst gewijzigd op 11 juni 2019