Hoe en wanneer wordt de bijdrage doorgestort aan de overheid?

De toegangshouder dient uiterlijk de dertigste dag van elke maand de in de vorige maand geïnde heffingen ten gunste van het Energiefonds op de rekening van de Vlaamse Belastingdienst te storten (art. 14.2.2, §2, laatste lid, Energiedecreet).

Welke informatie moet aan de Vlaamse Belastingdienst worden bezorgd?

  1. de storting op de rekening van de Vlaamse Belastingdienst zal worden opgegeven uiterlijk de twintigste dag van elke maand: een overzicht van de ten laste van de afnemers aangerekende heffingen die in de loop van de vorige maand werden geboekt, met opgave van:
  • de benaming van de toegangshouder
  • de maatschappelijke zetel en desgevallend de exploitatiezetel
  • de contactgegevens van de persoon die instaat voor de inning en doorstorting van de bijdragen
  • de vermelding van het globale bedrag dat zal worden doorgestort
  • de mededeling die bij
  • de datum waarop doorgestort zal worden
  • het aantal afnamepunten per tarief waarvoor de heffing wordt doorgestort.

 

2. Bij de jaarlijkse afsluiting van de rekeningen en uiterlijk op 1 juli: informatie over de niet-invorderbare schuldvorderingen van de heffing:

  • de reële boekhoudkundig geregistreerde niet-betaalde schuldvorderingen over het afgelopen boekjaar
  • de berekening en een toelichting over de wijze van berekening van het forfaitair geraamde bedrag voor niet-invorderbare schuldvorderingen dat in mindering wordt gebracht op de doorgestorte bedragen.

Wat gebeurt er bij niet-naleving van de opgelegde eisen?

Bij niet-naleving van de opgelegde eisen inzake de consistentie, volledigheid en accuraatheid van de te rapporteren gegevens, kan de Vlaamse Belastingdienst de toegangshouder een administratieve geldboete opleggen die niet lager is dan 150 euro, en niet hoger dan 20.000 euro.

Bij niet-naleving van de opgelegde rapporterings- of betaaltermijn kan de Vlaamse Belastingdienst de toegangshouder een administratieve geldboete opleggen van 250 euro per kalenderdag vertraging.