Standpunt VEKA

Bij uitzondering mogen mechanische ventilatiemonden waarvan het debiet werd gemeten maar die achteraf zijn ingewerkt in een kast of verborgen achter een valse wand als mechanische ventilatievoorziening worden beschouwd, als ze aan alle onderstaande voorwaarden voldoen:

  • Het mechanische ventilatiedebiet van de voorziening in de kast, achter de valse wand is gemeten volgens één van de debietmeetmethodes.
  • De kast of de valse wand maakt doorstroom mogelijk tussen de mechanische ventilatiemond en de betreffende ruimte of omgekeerd met een (DO, een rooster), of een permanente opening of spleet met een vrije hoogte of vrije breedte van minstens 1 cm.
  • De DO (rooster of spleet) kan minstens het gemeten mechanische ventilatiedebiet doorstromen. Daarbij wordt rekening gehouden met een debiet van 0,36 m³/h per cm² spleet voor een drukverschil van 2 Pa. Het is aanbevolen de doorstroomopening groter te dimensioneren.

Deze uitzondering geldt voor een mechanische ventilatiemond die achteraf werd ingewerkt in een kast, verborgen achter een valse wand. Het is niet de bedoeling dat alle mechanische ventilatiemonden van een ventilatiesysteem zo worden verdoken of ingewerkt. Een dergelijke uitvoering is namelijk nadelig voor de goede werking van het systeem. De ventilator zal meer energie verbruiken en er is meer geluidshinder.