Vooraleer een energiedeskundige een EPC opmaakt, komt deze eerst ter plaatse om het gebouw of de gebouweenheid (woning, appartement, winkel, kantoor, praktijkruimte, kinderopvangverblijf, kapper, appartementsgebouw...) te inspecteren.

De energiedeskundige kijkt dan naar de geplaatste isolatiematerialen, technische installaties, vensters, deuren…

De energiedeskundige moet hierbij de regels en werkwijzen volgen die zijn vastgelegd in het inspectieprotocol.

Voorbereiding van het plaatsbezoek

Bij de opmaak van een EPC komt heel wat kijken. Het is dan ook belangrijk dat de energiedeskundige tijdig aangesteld is, zodat alle partijen het plaatsbezoek degelijk kunnen voorbereiden.

Anderzijds is het belangrijk dat de energiedeskundige de eigenaar(s) of gebouwbeheerder tijdig informeert over het verloop van het plaatsbezoek, het belang van bewijsstukken (en destructief onderzoek in geval er geen bewijsstukken voorhanden zijn maar er wel vermoed wordt dat isolatie aanwezig is).

  • Stap 1

    Bij de opmaak van een EPC moet een energiedeskundige zich baseren op bewijsstukken en op wat visueel kan vastgesteld worden (al dan niet na destructief onderzoek met toestemming van eigenaar).

    De energiedeskundige mag geen informatie uit verklaringen gebruiken.

    Hebt u facturen van uitgevoerde isolatiewerken, nieuwe beglazing of ketel, stel die dan zeker ter beschikking van de energiedeskundige. Als deze documenten voldoen aan bepaalde voorwaarden worden ze gebruikt bij de berekening van de energiescore.

    Voorbeelden van bewijsstukken zijn door de architect ondertekende plannen voor de stedenbouwkundige of omgevingsvergunning, facturen, ondertekende lastenboeken of lastenboeken vergezeld van de aannemingsovereenkomst, foto’s, technische fiches vergezeld van facturen…

    Alle aanvaarde bewijsstukken zijn opgenomen op de aanstiplijst(PDF bestand opent in nieuw venster) (of aanstiplijst(Word bestand)) voor ontvangen documenten bij de opmaak van een EPC.

    Het belang van bewijsstukken

    Bewijsstukken verzamelen is belangrijk, want hoe meer gegevens er gekend zijn, hoe beter de energiescore zal zijn. Er moet dan immers niet gerekend worden met waarden bij ontstentenis.

    Maar niet alle gegevens mogen zomaar overgenomen worden uit bewijsstukken. We lichten hierna de werkwijze bij enkele veel voorkomende bewijstukken toe: facturen en offertes.

    • Voorwaarden

      Een factuur moet o.a. het adres van de eenheid of het gebouw vermelden waarvoor een EPC wordt opgemaakt. Er moet dus een ontegensprekelijke link zijn tussen het bewijsstuk en de eenheid. De vermelding van het adres bij de plaats van uitvoering of werf wordt aanvaard.

      Staat het adres van de eenheid waarvoor een EPC wordt opgemaakt niet op de factuur (of ander bewijsstuk), dan kan de factuur niet worden aanvaard, tenzij de ontegensprekelijke link kan gemaakt worden via vaststellingen ter plaatse of een combinatie van verschillende bewijsstukken (bijvoorbeeld notariële akte en factuur en/of plan).

      Voorbeeld isolatie

      In de factuur hiernaast staan 2 types isolatie vermeld (zie pagina’s 1 en 2).

      Het gaat over volgende dakisolatie:

      • merk Linitherm type PAL PD
      • merk Recticel type Bi4

      De lambda- en R-waarden van deze isolatielagen worden in de factuur vermeld. De energiedeskundige mag deze echter niet overnemen uit een factuur, maar moet deze waarden opzoeken in een bron die garandeert dat de waarden gedeclareerd zijn, zoals een technische fiche, ATG-attest of de EPBD-databank. Hoe dit in zijn werk gaat, leest u verderop in de stap ‘Na het plaatsbezoek’.

      De isolatiedikte (hier 120 mm) en het materiaaltype (hier PIR) mogen wel worden overgenomen uit een factuur.

    • Gegevens uit een offerte mogen niet zomaar overgenomen worden, ook niet als de offerte ‘voor akkoord’ ondertekend is en het adres van de eenheid of het gebouw wordt vermeld waarvoor een EPC wordt opgemaakt.

      Het moet immers aangetoond worden dat de werken of materialen uit de offerte wel degelijk werden uitgevoerd of geplaatst, bijvoorbeeld via vaststellingen ter plaatse. Kunnen de werken of materialen niet ter plaatse vastgesteld worden, dan is een factuur nodig om de werkelijk uitgevoerde werken en hoeveelheden te bevestigen (bijvoorbeeld bij dakisolatie die niet kan vastgesteld worden, omdat het plafond is afgewerkt en bijgevolg enkel aangetoond kan worden met een factuur of (beperkt) destructief onderzoek). Als de details van de werken of materialen (bijvoorbeeld merk en type) vermeld staan in de offerte, is het voldoende dat de factuur refereert naar de offerte (bijvoorbeeld door het uniek kenmerk van de offerte te vermelden).

      Voorbeeld schrijnwerk

      In de offerte hiernaast worden de vensters met hun afmetingen vermeld. Ook het type profiel wordt vermeld.

      Soms gebeuren er nog wijzigingen na de goedkeuring van de offerte. De factuur is dus nodig om de uitgevoerde materialen te bevestigen.

      Zowel de factuur als de offerte vermelden een K-waarde. *

      Deze waarde mag echter niet uit een offerte of factuur worden overgenomen.

      Deze eigenschappen kunnen tijdens het inspectiebezoek worden achterhaald dankzij de inscriptie of stempel van de glasfabrikant in de afstandshouder tussen de verschillende glasvlakken van (drie)dubbele beglazing.

      Hoe de energiedeskundige te werk gaat, leest u hierna bij ‘Verloop van het inspectiebezoek’

        * Tegenwoordig spreekt met niet meer van K-waarde, maar van de U(glas)-waarde.

      Latere opzoekingen van de eigenschappen voorbereiden

      In een factuur (of de bijbehorende offerte) staan vaak details over de gebruikte materialen, zoals merk, type (isolatie, ketel, PV-panelen), isolatiedikte,…

      Met de gegevens over het merk en type uit de factuur kunnen de eigenschappen door de energiedeskundige worden opgezocht in technische fiches en databanken (ATG, EPBD,..)

      Uit betrouwbare bronnen mogen immers wel de gedeclareerde waarden worden overgenomen, zoals de lambda D-waarde (warmtegeleidingscoëfficiënt).

      Deze eigenschappen worden vervolgens door de energiedeskundige gevalideerd in het EPC. Hoe dit in zijn werk gaat, leest u verderop in de stap ‘Na het plaatsbezoek’.

    • Stap 2

      Zijn er geen bewijsstukken of vaststellingen mogelijk en er is weinig of geen informatie beschikbaar over de samenstelling van de gebouwschil, dan rekent de software met aannames.

      Hierbij wordt bijvoorbeeld automatisch isolatie ingerekend bij gebouwen gebouwd vanaf 1971. Hoeveel isolatie er wordt ingerekend, hangt af van de leeftijd van het gebouw of de eenheid. De isolatiedikte die wordt ingerekend stemt overeen met de bouwgewoonten uit die tijd. Het is dan ook van belang het bouwjaar te achterhalen.

      Het bouwjaar dat in het EPC wordt ingevuld, stemt overeen met het jaar van de aanvraag van de bouwvergunning.
      Afhankelijk van de bron waarin het bouwjaar werd opgezocht (notariële akte, factuur, Woningpas, kadastrale legger, bouwvergunning, e-mail van de gemeente,..), moet de energiedeskundige dus nog 1 of 2 jaren terugrekenen om het overeenstemmende jaar van de aanvraag van de stedenbouwkundige of omgevingsvergunning te bepalen (het zogeheten referentiejaar bouw of referentiejaar renovatie).

      Ontdek bij de vragen hieronder waar u het bouwjaar kunt opzoeken en hoe u het kunt aflezen in uw Woningpas. Hou steeds een schermafdruk bij als bewijs.

      Voorbeelden

      Naast de Woningpas, kan het jaar van de vergunningsaanvraag ook worden teruggevonden op de goedkeuringsdocumenten van de stad of gemeente.

      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      Plannen horende bij de bouwvergunningsaanvraag

      Ook uit de door de gemeente of stad afgestempelde en goedgekeurde plannen die deel uitmaakten van de vergunningsaanvraag kan het bouwjaar afgeleid worden.

    • Stap 3

      Het EPC is een momentopname van het gebouw of de gebouweenheid op het moment van de inspectie. Als er weinig bewijsstukken voorhanden zijn, is de energiedeskundige aangewezen op visuele vaststellingen om de eigenschappen van het gebouw(deel) te bepalen.

      Als het gebouw of de gebouweenheid volledig afgewerkt is, is de isolatie echter vaak niet meer zichtbaar. Vooral als er een vermoeden is dat er isolatie aanwezig is, maar dit niet kan aangetoond worden met bewijsstukken, is verder (destructief) onderzoek aangewezen.

      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      Inspectie van plafondisolatie na het uitnemen van een plafondspot

      Door bijvoorbeeld een inbouwspotje in het vals plafond uit te nemen, een muurrooster af te vijzen of door een gaatje te boren in een gevelvoeg, kan de energiedeskundige de aanwezigheid, het type eventueel de dikte van de isolatie vaststellen,

      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      Foto's van het verloop van de inspectie van dakisolatie na beperkt destructief onderzoek

      Een energiedeskundige kan (beperkt) destructief onderzoek uitvoeren op vraag van de eigenaar, maar de energiedeskundige is niet verplicht om het destructief onderzoek uit te voeren.

      De eigenaar kan het (beperkt) destructief onderzoek zelf uitvoeren of laten uitvoeren, zoals bijvoorbeeld bij daken die na de sondering opnieuw waterdicht moeten worden gemaakt.

    • Stap 4

      De energiedeskundige moet toegang hebben tot de ruimten van het gebouw of de gebouweenheid waarvoor een EPC opgesteld wordt.

      Dit is onder andere nodig om het beschermde volume te bepalen, op te meten, de verwarmingselementen te inspecteren, de samenstelling van de ramen, muren, vloeren en daken te bepalen, de verwarmde, verlichte, geventileerde en gekoelde volumes te bepalen…

      Ook de aanwezige technische installaties, zoals bijvoorbeeld de verwarmingsketel of ventilatie-unit moeten goed bereikbaar zijn voor de energiedeskundige, evenals de ruimten waar de toestellen opgesteld zijn die warm water aanmaken.

      Zijn er collectieve installaties aanwezig, dan moet de toegang tot de stookruimte geregeld worden voor de energiedeskundige (tenzij er reeds een EPC Gemeenschappelijke Delen aanwezig is). Ook toegangen tot zolders zonder vaste trappen moeten voorbereid worden.

    Verloop van het plaatsbezoek

    • Stap 1

      Op de aanstiplijst wordt toegelicht wat het belang is van de bewijsstukken voor het resultaat van het EPC. Alle aanvaarde bewijsstukken worden in de lijst vermeld.

      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      Samen met de energiedeskundige wordt de aanstiplijst ingevuld op basis van de overgemaakte bewijsstukken

      Samen met de energiedeskundige wordt aangeduid welke documenten aangeleverd werden. Door deze lijst te ondertekenen worden discussies later vermeden.

      De energiedeskundige houdt de ingevulde en ondertekende aanstiplijst bij. Op het EPC verschijnt welke bewijsstukken uiteindelijk gebruikt werden bij de opmaak van het EPC.

    • Stap 2

      De energiedeskundige zal een opmeting maken van het beschermde volume van de eenheid of het gebouw. Dit volume omvat alle ruimten die men wenst te beschermen tegen warmteverlies.

      Op basis van voorwaarden vastgelegd in het inspectieprotocol zal de energiedeskundige bepalen welke ruimten hier wel of niet in opgenomen worden.

      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      Het gebouw en de openingen worden opgemeten met alle soorten meettoestellen

      Eens de grens van dit volume vastgelegd is, zal de energiedeskundige een opmeting maken van dit volume en van de schildelen (gevels, daken, ramen, deuren,…) die het begrenzen.

    • Stap 3

      Een belangrijke factor bij het bepalen van de energiescore is hoe goed een eenheid of gebouw geïsoleerd is.

      Op basis van visuele vaststellingen en bewijsstukken (indien deze beschikbaar zijn) zal de energiedeskundige de samenstelling van de verschillende schildelen bepalen.

      Zoals reeds aangegeven, zijn bewijsstukken en verder (destructief) onderzoek heel belangrijk bij het achterhalen van de eigenschappen.

      Soms zijn er echter geen bewijsstukken beschikbaar. De energiedeskundige is dan aangewezen op de visuele vaststellingen (al dan niet na (beperkt) destructief onderzoek) die tijdens het inspectiebezoek gedaan worden om de eigenschappen van de materialen te bepalen, zoals bijvoorbeeld het schrijnwerk en isolatie in vloeren, muren, daken en plafonds.

      Isolatie

      De energiedeskundige gaat na of er isolatie aanwezig is in muren, daken, vloeren, plafonds, poorten en deuren. Is er isolatie aanwezig, dan bepaalt de energiedeskundige zoveel mogelijk eigenschappen van de isolatie, zoals het materiaal en de isolatiedikte.

      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      Overzichtsfoto die aantoont dat zoldervloerisolatie aanwezig is

      Ook hier moeten de bepalingen van het inspectieprotocol worden gevolgd. Zo moet de dikte van de isolatie op foto worden vastgelegd op een detailfoto, terwijl een overzichtsfoto aantoont waar de isolatie aanwezig is.

      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      Detailfoto die isolatiedikte aantoont

      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      Detailfoto die aantoont hoe de isolatie geplaatst is

      Verdere foto’s kunnen inzicht geven in de opbouw en eigenschappen van de isolatie. Er moet wel telkens een ontegensprekelijke link zijn tussen de foto en de eenheid of het gebouw. Daarom is een combinatie van overzichts- en detailfoto’s belangrijk.

      Schrijnwerk

      Naast de isolatie is ook het schrijnwerk van belang voor de energieprestatie. Zowel de eigenschappen van de beglazing als van de profielen moet worden nagegaan.

      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      De aanwezigheid van hoogrendementsglas nagaan met de vlammentest

      Beglazing
      Om de eigenschappen van glas ter plaatse vast te stellen, bestaan volgende mogelijkheden:

      • Soms wordt een Uglas-waarde vermeld in de afstandshouder tussen de glasbladen (cfr. de inscripties of stempels van de glasfabrikant in de afstandshouder tussen de glasbladen).
      • Via de vlammentest kan nagegaan worden of er hoogrendementsbeglazing aanwezig is of niet. Hoogrendementsglas heeft een coating die kan opgespoord worden. Als één van de binnenste vlammetjes verkleurt ten opzichte van de andere in de weerspiegeling van een glasblad, dan bevindt zich daar een coating (zie foto hiernaast). Herhaal de controle zowel aan de buitenzijde als aan de binnenzijde van het raam. Kijk hierbij schuin op het raam.
        Een vlammentest is niet altijd sluitend, soms wordt geen verkleuring vastgesteld en is er toch een coating aanwezig. Ook is de verkleuring niet altijd even goed zichtbaar.
      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      De aanwezigheid van hoogrendementsglas nagaan met een digitale meter
      • De aanwezigheid van de coating van het hoogrendementsglas kan ook worden nagegaan met een digitale meter.
      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      Opmeten van de breedte van een kunststofprofiel

      Profielen

      • Om, bij gebrek aan bewijsstukken, de eigenschappen van kunststof profielen te bepalen, zijn bijkomende opmetingen nodig die vastleggen hoeveel kamers mogen toegekend worden aan het profiel.
      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      Kenplaat met vermelding van de U-waarde van de garagepoort

      Garagepoorten

      • Bij garagepoorten is soms een kenplaat met de eigenschappen van de poort aanwezig. Aangezien de aanwezigheid van isolatie bij poorten en deuren niet visueel kan vastgesteld worden, is de informatie op deze kenplaat of sticker van belang.

      Latere opzoekingen van de eigenschappen voorbereiden

      Bij de voorbereiding van het plaatsbezoek lichtten we reeds toe dat niet alle eigenschappen uit bewijsstukken mogen afgeleid worden.

      Echter, met de informatie die fabrikanten op de materialen aanbrengen, kan de energiedeskundige na het plaatsbezoek opzoekingen doen in technische fiches, databanken van ATG- en andere attesten. Uit deze bronnen kunnen de eigenschappen van bijvoorbeeld isolatie en glas gehaald worden. (Hoe dit in zijn werk gaat, leest u verderop in de stap ‘Na het plaatsbezoek’.)

      De energiedeskundige moet deze gegevens dus noteren en vastleggen op foto’s. Soms moeten bijkomende opmetingen gedaan worden om de correcte eigenschappen te kunnen opzoeken, zoals de spouwbreedte van dubbele of driedubbele beglazing.

      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      Verpakking van de gebruikte zoldervloerisolatie met vermelding van merk, type en dikte

      Op de foto hiernaast ziet u de verpakking van zoldervloerisolatie die tijdens de werken aanwezig was op de zolder. De verpakking vermeldt de dikte, maar ook het merk en het type, waarmee een technische fiche kan opgezocht worden.

      (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
      Inscriptie van de fabrikant waarmee de eigenschappen van het glas kunnen bepaald worden

      Op de foto hiernaast ziet u de inscripties of stempels die een glasfabrikant aanbrengt in de afstandshouder tussen de twee glasvlakken van dubbele beglazing. Met deze gegevens (fabrikant, spouwvulling, glastype), aangevuld met de opmeting van de spouwbreedte, kunnen de eigenschappen opgezocht worden in de Prestatieverklaring (DoP).

      • Stap 4

        Naast de gebouwschil hebben ook de technische installaties (verwarming, warm water, ventilatie, koeling, zonnepanelen, zonneboiler,...) een grote invloed op de energiescore van de eenheid of het gebouw.

        Daarom zal de energiedeskundige de eigenschappen noteren van alle installaties die gebonden zijn aan het gebouw. Losse, verplaatsbare toestellen en volledig open haarden worden dus niet in rekening gebracht. Toestellen die niet (vaak) gebruikt worden, maar wel aanwezig zijn, worden wel in rekening gebracht. Het EPC staat immers los van het gedrag van de gebruiker en gaat over het gebouw en wat er in het gebouw (of de eenheid) aanwezig is.

        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Inspectie van de aanwezigheid van thermostaatkranen op de radiatoren
        Voorbeeld verwarming

        Bij de inspectie van de verwarmingsinstallatie kijkt de energiedeskundige naar de warmte-opwekker (bijvoorbeeld een ketel of warmtepomp), het afgiftesysteem (bijvoorbeeld vloerverwarming en/of radiatoren of convectoren) en de regelingen (bijvoorbeeld kamerthermostaat, buitenvoeler, thermostatische radiatorkranen).

        Om de eigenschappen van de verwarmingsinstallatie buiten het stookseizoen na te gaan, kan de energiedeskundige vragen om deze in te schakelen.

        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Inspectie van de opstelling van een ketel

        De energiedeskundige gaat na waar de warmte-opwekker staat opgesteld, of er ongeïsoleerde leidingen zijn, of het fabricagejaar gekend is, of er een label aanwezig is,…

        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Inspectie van een ketel met aanwezigheid van een HR Top label in de klep naar het bedieningspaneel

        Net zoals bij isolatiematerialen en beglazing kunnen met het merk en type, of met een serienummer, meer eigenschappen opgezocht worden bij de fabrikant. Ook hier geldt: hoe meer gegevens, hoe beter het EPC zal zijn, omdat er niet moet gerekend worden met waarden bij ontstentenis.

        Met de ter plaatse vastgestelde gegevens moet de energiedeskundige dus nog aan de slag om eigenschappen van de installaties bij de fabrikant op te zoeken. Hoe dit in zijn werk gaat, leest u verderop bij stap ‘Na het plaatsbezoek’.

      • Stap 5

        De energiedeskundige moet een projectdossier bijhouden gedurende 10 jaar te rekenen vanaf de datum van het ingediende certificaat. Naast een kopie van de bewijsstukken en een schets van het beschermde volume en zijn verschillende schildelen, bestaat dit dossier uit foto’s van de visuele vaststellingen.

        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Voorbeeld van een deel van een fotografisch dossier horende bij een EPC Gemeenschappelijke Delen

        De energiedeskundige zal tijdens zijn bezoek dus foto’s nemen van alle onderdelen van de eenheid of het gebouw.

        Het fotografisch dossier dient enkel voor intern gebruik van de energiedeskundige en het VEKA en moet vertrouwelijk worden behandeld.

      Na het plaatsbezoek

      Op basis van de aangeleverde bewijsstukken en de vaststellingen die werden gedaan tijdens het plaatsbezoek zal de energiedeskundige het EPC opmaken.

      Hoe gaat de energiedeskundige te werk?

      • Stap 1
        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Voorbeeld van een afdruk van een 3D model van een appartementsgebouw

        De energiedeskundige maakt plannen of 3D-model op. Dit gebeurt meestal met behulp van een tekenprogramma zoals SketchUp. De energiedeskundige kan het model ook met de hand tekenen.

      • Stap 2

        De energiedeskundige berekent het beschermde volume, de bruikbare vloeroppervlakte, de ruimteverwarmingsclusters, gekoelde ruimteclusters, verlichtingszones…

      • Stap 3

        Met de ter plaatse genoteerde gegevens en de informatie uit bewijsstukken, zoekt de energiedeskundige de eigenschappen op van technische installaties, isolatiematerialen en schrijnwerk in technische fiches en databanken (ATG, EPBD, Verbond van de Glasindustrie(opent in nieuw venster)).

        Volgende eigenschappen moeten opgezocht worden: U-waarden en g-waarde beglazing, U-waarde vensters, gedeclareerde lambda-waarden van isolatiematerialen, rendementen van verwarmingsketels of mechanische ventilatie-installaties,…

        Deze informatie is niet altijd beschikbaar, maar van recente beglazingen, profielen en installaties zijn deze eigenschappen meestal wel gekend.

        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Detail van de factuur met de gegevens over de dakisolatie

        Isolatie

        We hernemen de factuur voor dakisolatie uit ‘Verzamelen van bewijsstukken’ uit stap ‘Voorbereiding van het plaatsbezoek’. De lambda-waarde mocht niet uit de factuur overgenomen worden (en de R-waarde ook niet).

        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Technische fiche dakisolatie met vermelding van de gedeclareerde lambda-waarde

        Echter, met de gegevens van de isolatie (merk, type), kan de gedeclareerde lambda-waarde in een betrouwbare bron opgezocht worden, zoals de technische fiche hiernaast. De gedeclareerde lambda-waarde wordt in het EPC gevalideerd.

        Samen met de isolatiedikte (gekend uit de factuur of opgemeten ter plaatse) en informatie over het al dan niet ononderbroken zijn van de isolatie, berekent de software de overeenstemmende R-waarde.

        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Inscriptie van de glasfabrikant, uniek voor elk glasvlak

        Beglazing

        We hernemen de inscriptie van de glasfabrikant uit de stap ‘Verloop van het plaatsbezoek’.

        Met het ‘ID’-nummer dat uniek is voor elk glasvlak dat de fabriek verlaat, kan een Prestatieverklaring opgezocht worden bij de fabrikant.

        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Prestatieverklaring van de beglazing

        In de Prestatieverklaring staan de gedeclareerde eigenschappen van de beglazing: Uglas en g-waarde (zontoetredingsfactor). Beide waarden worden in het EPC gevalideerd.

        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Inspectie van de kenplaat van een ketel

        Verwarming

        We hernemen de ketel uit de stap ‘Verloop van het plaatsbezoek’. De foto hiernaast toont de kenplaat het merk, type en serienummer van de combiketel (verwarming en warm water).

        Uit het serienummer kan o.a. het fabricagejaar afgeleid worden volgens de instructies van de fabrikant.

        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Technische fiche van de ketel opgesteld conform de vereiste normeringen

        Met het merk en type kan verder de technische fiche opgezocht worden, waarmee de seizoensgebonden efficiëntie voor verwarming en warm water kan opgezocht worden. Ook het testrendement bij 30% deellast is vermeld en wordt in het EPC gevalideerd.

      • Stap 4
        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Overzicht van de in te vullen schermen in de EPC software

        De energiedeskundige voert alle gegevens (oppervlakten en eigenschappen van de schil van het gebouw, en technische installaties,..) in de EPC software van de Vlaamse overheid.

        Met de software berekent de energiedeskundige de energiescore en maakt het proef-EPC aan.

      • Stap 5
        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Voorblad van een generiek proefcertificaat

        De energiedeskundige bezorgt het proefcertificaat aan de eigenaar.
        De eigenaar heeft dan de mogelijkheid tot het stellen van vragen.

        Een proefcertificaat is geen officieel EPC en is dus niet geldig. U kunt een proef-EPC herkennen aan het lichtgrijze en diagonaal geplaatste woord ‘proef’.

      • Stap 6

        De energiedeskundige dient het definitief energieprestatiecertificaat in de Energieprestatiedatabank van de Vlaamse overheid in.

        De energiedeskundige drukt het EPC integraal en in kleur af, ondertekent het EPC met de hand en bezorgt het aan de eigenaar.

      • Stap 7
        (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
        Overzicht van een simulatie in de EPC-software

        Het is mogelijk om onbeperkt simulaties te maken voor toekomstige renovaties zonder de originele data te overschrijven.

        Zo kunnen verschillende renovatiescenario’s vergeleken worden en voor elke ingreep kan ingeschat worden welk label er kan behaald worden.

        Voor elk scenario of simulatie kan een proef-EPC aangemaakt worden.

      • Stap 8

        Vervolledigen en klasseren van het projectdossier en de administratie. Het projectdossier moet door de energiedeskundige 10 jaar bijgehouden worden.