Buitenlandse werknemers die niet de nationaliteit van een EER-lidstaat of Zwitserland hebben, hebben in bepaalde situaties geen gecombineerde vergunning of arbeidskaart nodig om in België te mogen werken.

  • Als de buitenlandse werknemer naar België komt voor een korte tewerkstelling die verband houdt met de aard van zijn job (als journalist, sporter, artiest, enzovoort)
  • Als de buitenlandse werknemer naar België komt om een andere reden dan werk, bijvoorbeeld omdat hij vluchteling is.

1. Korte tewerkstelling

De buitenlander komt naar België voor een korte tewerkstelling die verband houdt met de aard van zijn job (als journalist, sporter, artiest, enzovoort)

2. Andere reden dan werk

De buitenlandse werknemer is om een andere reden dan werk naar België gekomen. Hij krijgt automatisch de toelating om in België te werken als hij voldoet aan een van de volgende verblijfsredenen uit het Koninklijk Besluit van 2 september 2018 ((opent in nieuw venster)):

  • Hij is onderdaan van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserse Bondsstaat (art. 4).
  • Hij heeft een bijzondere verblijfstitel omdat hij een bepaald ambt uitoefent (art. 5).
  • Hij is partner of kind van een houder van een bijzondere verblijfstitel op basis van een specifiek ambt. Het wederkerigheidsakkoord moet daarvoor van toepassing zijn (art. 6).
  • Hij werkt binnen een leerovereenkomst of volgt een opleiding volgens het principe van alternerend leren (art. 7).
  • Hij is een erkend vluchteling (art. 8).
  • Hij loopt een verplichte stage in België voor zijn studies in België, in de Europese Economische Ruimte of de Zwitserse Bondsstaat (art. 9).
  • Hij is in het vreemdelingenregister ingeschreven met een tijdelijk verblijf:
    • leerling binnen een leerovereenkomst of een overeenkomst voor alternerend leren (art. 10,1°)
    • buitenlandse student die studeert in een Belgische onderwijsinstelling (art. 10,2°)
    • begunsteling van internationale akkoorden rond het werkvakantieprogramma (art. 10,3°)
    • humanitair geregulariseerde (art. 10,4°)
    • subsidiair beschermde (art. 10,5°)
    • tijdelijk beschermde (art. 10,6°)
    • niet-begeleide minderjarige vreemdeling (art. 10,7°)
    • erkende gezinshereniger (art. 10,8°)
    • slachtoffer van mensenhandel (art. 10,9°)
    • echtgenoot of kind van een houder van een bijzondere verblijfstitel op basis van een specifiek ambt (art. 10,10°).
  • Hij is een persoon met onbeperkt verblijf (art. 11).
  • Hij heeft een identiteitskaart voor vreemdelingen (art. 12).
  • Hij heeft een verblijfsvergunning ‘EG-langdurig ingezetene’ (art. 13).
  • Hij heeft een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie (art. 14).
  • Hij heeft een duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie (art. 15).
  • Hij is een gezinshereniger-in-onderzoek met EU-onderdanen die houder is van Bijlage 19 ter (art. 16).
  • Hij is echtgeno(o)t(e) van een Belg of van een onderdaan van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte die houder is van Bijlage 15 als grensarbeider (art. 17).
  • Hij heeft een attest van immatriculatie – model A:
    • gezinshereniger-in-onderzoek met niet-EU-onderdanen (art.18,1°)
    • slachtoffer van mensenhandel (art. 18,2°)
    • asielzoeker (art. 18,3°).
  • Hij heeft een Bijlage 35 en is in beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen:
    • gezinshereniger-in-onderzoek met EU-onderdanen (art. 19,1°)
    • gezinshereniger-in-onderzoek met niet-EU-onderdanen (art. 19,2°)
    • asielzoeker (art. 19,3°).
  • Hij is een buitenlander die tijdelijk in het bezit is van Bijlage 15 en wacht op het eigenlijke verblijfsdocument. Hij komt daarvoor niet in aanmerking als hij een bijzondere verblijfstitel heeft voor een specifiek ambt en als het wederkerigheidsakkoord van toepassing is. Ook zijn echtgeno(o)t(e) en kinderen krijgen in dat geval niet automatisch een toelating. [SH1]

Bekijk alle details per categorie ((opent in nieuw venster)).

Let op: De werknemer moet zijn specifieke verblijfssituatie zelf aantonen via de dienst Bevolking en/of Vreemdelingenzaken van zijn gemeente. De dienst Economische migratie is daar niet voor bevoegd. De werknemer krijgt dan op basis van zijn verblijfssituatie een verblijfsdocument, dat hem automatisch toelaat om te werken.

Een werknemer die niet in aanmerking komt voor een vrijstelling, komt mogelijk in aanmerking voor een toelating tot arbeid.