Met welke tegemoetkomingen of ondersteuning kan u het basisondersteuningsbudget combineren?

Het zorgbudget voor mensen met een handicap of basisondersteuningsbudget (BOB) is combineerbaar met andere tegemoetkomingen, zoals:

Dit betekent dat het bedrag van het zorgbudget voor mensen met een handicap of BOB bovenop de bovenstaande tegemoetkomingen komt, als u daar recht op hebt.

U kunt het zorgbudget voor mensen met een handicap (BOB) ook combineren met volgende diensten van het VAPH of andere sectoren in de jeugdhulp:

  • rechtstreeks toegankelijk aanbod bij de voorzieningen
  • tegemoetkomingen voor hulpmiddelen
  • contextbegeleiding, vanuit een CKG of een voorziening Jongerenwelzijn
  • ambulante diagnostiek vanuit een OOOC
  • dagbegeleiding in groep (‘dagcentrum’, erkend door Jongerenwelzijn).
  • contextbegeleiding in functie van autonoom wonen (CBAW, ‘begeleid zelfstandig wonen’, erkend door Jongerenwelzijn). De persoon met de handicap krijgt dan zelf het zorgbudget voor mensen met een handicap (BOB), en niet de ouders.

Met welke tegemoetkomingen of ondersteuning kan u het basisondersteuningsbudget niet combineren?

U kunt het zorgbudget voor mensen met een handicap (BOB) niet combineren met volgende diensten van het VAPH:

  • niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning. Het zorgbudget voor mensen met een handicap (BOB) is dus niet te combineren met het persoonlijke-assistentiebudget, of met het persoonsvolgend budget. Eenmaal u start met het besteden van een PAB of PVB ontvangt u niet-rechtstreeks toegankelijke hulp (nRTH) en verliest u het zorgbudget voor mensen met een handicap (BOB).
  • Bepaalde vormen van niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Dit gaat zowel om jeugdhulp van het VAPH als om jeugdhulp uit andere sectoren van de jeugdhulp. Het gaat om:
    • Dagopvang door een MFC/MPI/OBC van het VAPH (‘semi-internaat’)
    • Verblijf in een MFC/MPI/OBC van het VAPH (‘internaat’)
    • NRTH mobiele/ambulante begeleiding door een MFC of thuisbegeleidingsdienst van het VAPH
    • Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp en verblijf in een residentiële voorziening van Jongerenwelzijn (‘begeleidingstehuis’, ‘instelling bijzondere jeugdzorg’, ‘kamertraining’)
    • Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp en verblijf in een OOOC (onthaal, oriëntatie en observatie centrum; erkend door Jongerenwelzijn)
    • Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp en verblijf in een CKG (centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning, erkend door Kind & Gezin)
    • Verblijf in een gemeenschapsinstelling van Jongerenwelzijn
    • Een inschrijving in een internaat of internaat permanente openstelling (IPO) van een medisch-pedagogisch instituut van het Gemeenschapsonderwijs
  • Een verblijf in een residentiële gehandicaptenvoorziening buiten Vlaanderen (in Brussel, Wallonië of het buitenland)
  • Ondersteuning door een ambulante gehandicaptenvoorziening buiten Vlaanderen (in Brussel, Wallonië of het buitenland)
  • Een verblijf in een psychiatrisch verzorgingstehuis

Als u zeker wilt zijn of uw kind beroep doet op deze vormen van niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp, kunt u dit navragen bij de intersectorale toegangspoort van uw provincie of het VAPH.

Als u start, stopt, of gebruik maakt van deze ondersteuning, moet u dit melden aan uw zorgkas. Enkel niet-rechtstreeks toegankelijke hulp van het VAPH wordt automatisch gemeld aan de zorgkas.