---
title: "Metadata over Voetafdruk biomassagebruik - algemeen"
date: 2024-11-19T10:00:00
bibliography: ../references.bib
link-citations: TRUE
thema:
  - Natuur & maatschappij
  - Ruimte
  - Landbouw
  - Bos
keywords:
  - voetafdruk
  - biomassa
  - consumptie
  - export
  - economie
lang: nl
tab: metadata
verantwoordelijke:
- Katrijn Alaerts <katrijn.alaerts@inbo.be>
always_allow_html: true
output: html_document
---
## Technische informatie

```{r setup, include=FALSE}
library(knitr)
opts_chunk$set(message = FALSE, warning = FALSE, echo = FALSE)
library(git2rdata)
```
```{r databereik}
databereik <- paste(
  range(read_vc("voetafdruk_totaal")$jaar),
  collapse = " - ")
```

- **Periodiciteit**: vijfjaarlijks
- **Volgende update**: 2027
- **Databereik**: `r databereik`

## Databron

- **Producent**: VITO i.s.m. het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)
- **Dataset**: Het economische basismodel bestaat uit een combinatie van twee multiregionale input-outputmodellen (Exiobase versie 3.8.2 en EORA), gekoppeld aan het Vlaamse input-outputmodel. Verschillende druk- en impactmodellen brengen de milieu-impact van de bedrijfstakken uit het economische basismodel in kaart.
Het achtergronddocument [@AlaertsEtAl2023] geeft een uitgebreide toelichting over de gebruikte methodes.
- **Gegevensinzameling**: We combineren deze drie input-outputmodellen om zo veel mogelijk landen van impact, en verantwoordelijke sectoren en productgroepen te kunnen onderscheiden.
De basisdata van de multiregionale input-outputmodellen komen voort uit internationale statistieken zoals FAOSTAT en UN Comtrade.
Het Vlaamse model wordt opgemaakt door het Federaal Planbureau en in een tijdreeks gezet door VITO.
De tabellen die de milieu-impact per bedrijfstak weergeven (de milieu-extensietabellen), steunen op diverse druk- en impactmodellen (zie berekeningswijze) en voor ruimtelijk expliciete gegevens o.a. ook op een wereldwijde landgebruikskaart.

## Berekeningswijze

Zie ook [@AlaertsEtAl2023]. 

### Financiële stromen als basis

In de hele set van voetafdrukindicatoren ([voetafdruk biomassagebruik](https://www.vlaanderen.be/inbo/indicatoren/voetafdruk-biomassagebruik-algemeen), [voetafdruk landgebruik en biodiversiteit](https://www.vlaanderen.be/inbo/indicatoren/voetafdruk-landgebruik-en-biodiversiteit-algemeen), [voetafdruk ontbossing en koolstofuitstoot in de tropen](https://www.vlaanderen.be/inbo/indicatoren/voetafdruk-ontbossing-en-koolstofuitstoot-in-de-sub-tropen-algemeen)) kiezen we voor één methode om het verband te leggen tussen grondstofstromen en hun impact: **monetaire input-outputmodellering**.
Een multiregionaal monetair input-outputmodel (MRIO) modelleert handelsstromen tussen verschillende bedrijfstakken (bv. veeteelt, vervaardiging van diervoeders, vleesverwerking, textiel- en lederproductie ...) uit verschillende landen.
Daarvoor gebruikt het tabellen die de financiële stromen van en naar die bedrijfstakken in beeld brengen.
Die stromen worden verbonden met producten en diensten bestemd voor eindconsumptie (bv. X% van de output van een bedrijfstak gaat naar vleesproducten, Y% naar oliën en vetten, Z% naar chemische producten, Q% naar bouwwerken …).
Ze worden ook gekoppeld aan milieu-extensietabellen die de milieu-impact per eenheid output van een bedrijfstak weergeven (bv. X ton CO2-eq of X ha akkerland per euro output).
Op basis van al die informatie kan onder meer de druk en impact die de totale consumptie van een land in andere landen veroorzaakt, achterhaald worden.

### Vlaamse consumptie, productie, export, economie: waar gaat het om?

De Vlaamse **consumptie** omvat de vraag naar goederen en diensten door huishoudens, vzw’s en overheden, maar ook investeringen in vaste activa zoals woongelegenheden, infrastructuur en machines, en de veranderingen in voorraden van bedrijven.
De Vlaamse **export** omvat alle uitvoer van intermediaire en afgewerkte producten.
Goederen die louter door Vlaanderen getransporteerd worden, of in Vlaanderen verhandeld, maar niet verwerkt worden, tellen niet mee.
De Vlaamse **economie** is de som van onze Vlaamse consumptie en onze productie voor export. 

De impact die **onze Vlaamse consumptie, export of economie** teweegbrengt, omvat de impact van de **ganse voorketen** van de producten en diensten die we consumeren en/of produceren voor export, inclusief de land- of bosbouwactiviteiten in alle landen waar onze grondstoffen direct of indirect vandaan komen. 

### Biomassagebruik

De indicator geeft weer hoeveel biomassagrondstoffen nodig zijn om de goederen die we consumeren of exporteren te produceren.
De internationale data komen uit de databank voor materiaalstromen van UNEP [@UNEPIRP2021].
De Vlaamse data zijn gebaseerd op de rapporten en data van het Monitoringsysteem Duurzaam Oppervlaktedelfstoffenbeleid (MDO) en op de landbouwstatistieken (meitelling).
De cijfers zijn gekoppeld aan de sectoren die deze grondstoffen voortbrengen (bv. granen aan de akkerbouw, hout aan bosbouw, enz.).
De impactcategorie vormt een onderdeel van het materialengebruik dat OVAM rapporteert in de Vlaamse materialenvoetafdruk [@ChristisEtAl2021].

## Opmerkingen bij de gegevenskwaliteit en betrouwbaarheid

De gerapporteerde cijfers in de reeks van voetafdrukindicatoren verschillen van die uit het achtergrondrapport [@AlaertsEtAl2023], omdat het basismodel ondertussen enkele **aanpassingen en correcties** onderging.
De belangrijkste wijzigingen zijn:

- Grondstoffen en producten die in Vlaanderen louter verhandeld worden voor export en hier geen verdere verwerking ondergaan (de “**wederuitvoer**”), worden niet meer meegeteld in de impact van onze export.
Ook goederen die enkel door Vlaanderen getransporteerd worden, zonder eigendom te worden van een Vlaams bedrijf (de “**doorvoer**”), tellen niet mee in de exportcijfers.
Dit om afstemming te verzekeren met de andere voetafdrukindicatoren van de Vlaamse overheid (koolstofvoetafdruk, materialenvoetafdruk).
In het achtergrondrapport [@AlaertsEtAl2023] werd enkel de doorvoer niet tot de export gerekend, de wederuitvoer telde wel mee.
De aanpassing heeft een grote invloed op de gerapporteerde impact van onze Vlaamse export.
- Ook de verdeling van de Vlaamse consumptie over de verschillende **productgroepen** werd aangepast om afstemming te verzekeren met de andere voetafdrukindicatoren van de Vlaamse overheid (koolstofvoetafdruk, materialenvoetafdruk).
De voetafdrukindicatoren in deze fiche brengen louter de impact van verhandelde biomassastromen in beeld.
Een opdeling van de consumptie per type biomassastroom (bv. dierlijke voeding, niet-dierlijke voeding, energieproducten, houtproducten…) zou de interpretatie van de resultaten kunnen vereenvoudigen.
Bij toekomstige updates wordt de haalbaarheid van zo’n indeling nagegaan.
- De data voor het gebruik van gas en elektriciteit uit het Vlaamse input-outputmodel werden verfijnd en in aparte categorieën gerapporteerd. 
- Enkele fouten in de data van het multiregionale model Exiobase 3.8.2 werden gecorrigeerd.
- De datareeks 2010-2016 werd toegevoegd. 
De reeks 2010-2016 is berekend op basis van het interregionaal input-outputmodel 2010 en de updates daarvan, de reeks 2015-2019 is berekend op basis van het interregionaal input-outputmodel 2015 en de updates daarvan.
Tussen beide periodes is de structuur van het economische basismodel gewijzigd, de resultaten van beide periodes zijn daarom niet zomaar te vergelijken.

We gebruiken **recente modellen en de best beschikbare data**, die in verschillende gevalstudies op hun kwaliteit en nauwkeurigheid getest zijn.
Op vele schattingen zit echter een **grote onzekerheid**, die **inherent** is aan werken met multinationale databanken van diverse origine en met complexe impact-ketens.
Om de set van voetafdruk-indicatoren uit het experimentele stadium te lichten, is verder onderzoek naar hun betrouwbaarheid noodzakelijk.
Welk effect heeft het gebruik van een ander type input-outputmodel bijvoorbeeld op de resultaten?
En wat als een ander landgebruiks- of biodiversiteitsmodel gehanteerd wordt? 

De resultaten vormen een goede basis om **grootteordes** mee te geven en algemene verhoudingen tussen (grote groepen van) landen en sectoren af te leiden.
Ze kunnen helpen om het **bewustzijn** rond onze externe impact te vergroten en om **hotspots** van impact aan te duiden voor verdere actie of onderzoek.
De grote onzekerheid op de basisdata en op de modellen maakt de indicatoren **niet geschikt** om uitspraken te doen over de impact van **meer specifieke** bedrijfstakken en producten.
Enkele beperkingen die eigen zijn aan (financiële) input-outputmodellering beïnvloeden de interpretatie van de resultaten, o.a.:

- Het model **bundelt diverse sectoren per land in grote groepen**.
Dat geldt zeker voor diverse activiteiten die van land- en bosbouw afhankelijk zijn, en die de basis vormen van de voetafdrukberekeningen in deze indicatorenset.
Zo worden uiteenlopende oorzaken samengevoegd die aan de basis kunnen liggen van onze impact.
Dat maakt het soms moeilijk om verschillen tussen indicatoren en tussen opeenvolgende jaren in detail te duiden. 
- De gebruikte input-outputmodellen hebben een financiële basis.
De geregistreerde milieu-impact wordt (her)verdeeld over verschillende sectoren op basis van de **grootte van financiële stromen** tussen die sectoren.
Financiële stromen zijn niet altijd representatief voor verhandelde hoeveelheden goederen, noch voor hun milieu-impact.
Prijsfluctuaties kunnen een grote invloed hebben op het resultaat. 
- **Verschillen in de structuur** van het Vlaamse input-outputmodel en de internationale modellen laten voorlopig niet toe om de impact van Vlaanderen rechtstreeks te vergelijken met de impact van België en met die van andere landen. 
- De indicatoren zijn steeds te interpreteren als **schattingen van het “risico op impact”**, niet als exacte cijfers.
Ze rapporteren hoofdzakelijk data op **landniveau**. 
De exacte locatie van de productie en impact is met deze gegevens niet te achterhalen.
De impact is daarom steeds gebaseerd op **gemiddelde productiepraktijken** in een land.
In welke mate de goederen die Vlaanderen invoert en consumeert afkomstig zijn van duurzame productiepraktijken of ontbossingsvrije herkomsten, is niet uit de data af te leiden.
Dat maakt het moeilijk om het **effect van specifiek Vlaams beleid apart** te onderzoeken. 
- Omdat de betrouwbaarheid van de modelresultaten voorlopig niet ingeschat kan worden, is het niet mogelijk om na te gaan of de verschillen tussen opeenvolgende jaren te wijten zijn aan reële veranderingen van de impact op het terrein of aan schommelingen die eigen zijn aan het model, bijvoorbeeld prijsschommelingen in verschillende sectoren.
Dat maakt het model momenteel **niet geschikt om trends (op korte termijn) op te volgen**.

Elke eventuele **update** van de voorgestelde indicatoren moet rekening houden met de huidige **vorderingen in het onderzoek en het beleid** ter zake.
Zo is het bijvoorbeeld van belang dat de indicatoren voor ontbossing dezelfde definitie voor bos hanteren als het beleid dat de ontbossing wil aanpakken.
Op Europees en internationaal niveau wordt gezocht naar afstemming tussen verschillende mogelijke methodes en modellen.
Kant-en-klare modellen die de grootste beperkingen van de modellen die we in dit rapport gebruiken, aanpakken, zijn momenteel nog niet beschikbaar.
Maar verschillende internationale wetenschappelijke consortia werken hard aan verbeteringen. 

De voorgestelde indicatoren vormen een **eerste stap** om een beter zicht te krijgen op de impact van de Vlaamse economie op de biodiversiteit in de wereld. Ze zijn nog experimenteel en vormen een basis om op verder te bouwen. **Aanvullende indicatoren** zijn nodig om bijvoorbeeld een gedetailleerder beeld te krijgen van belangrijke goederenstromen of om acties die ondernomen worden om onze impact aan te pakken beter op te volgen.

## Download

```{r child = "../../template/download_tabel.Rmd"}
```

```{r tsv-tabel, results = "asis"}
download_tabel(
  rmd = "voetafdruk_biomassa_algemeen.Rmd",
  tsv = c(
    voetafdruk_totaal =
      "voetafdruk_totaal"
      ),
  rel_path = file.path("..", "voetafdruk_biomassa_algemeen")
)
```

## Referenties
