Help broedende kieviten bij landbouwbedrijf Depotter
Het agro-ecologische akkerbouwbedrijf van familie Depotter-Beuselinck uit Wulpen (gelegen tussen Koksijde en Veurne) voert natuurinclusieve landbouw hoog in het vaandel. Ze houden er maximaal rekening met akkervogels, zoals kievit, scholekster en veldleeuwerik, die op of rond de percelen broeden. In het kader van het Meetnet Agrarische Soorten (MAS) voerde het INBO de afgelopen twee jaar bij dit landbouwbedrijf bijkomend onderzoek uit naar veldleeuwerik en kievit, met als doel maatregelen te adviseren die de populaties een boost geven. Om de geleverde inspanningen niet verloren te laten gaan, zijn we nu op zoek naar helpende handen bij de nestbescherming van kievit en scholekster!
Gevaar voor nestverliezen vermijden
Veldleeuweriken broeden in de brede akkerranden rondom de percelen of in de zomergewassen zelf. Ze zitten er relatief veilig, maar voor kievit en scholekster ligt dit anders: deze steltlopers broeden bij voorkeur op een kale bodem of in een laagblijvende vegetatie, zoals braakliggende of pas ingezaaide landbouwpercelen. Dit brengt gevaren voor nestverlies met zich mee wanneer er na de eileg landbouwbewerkingen op uitgevoerd worden. Het broedseizoen (met zwaartepunt in april-mei) valt namelijk grotendeels samen met de drukste periode op de landbouwpercelen. Bij landbouwbedrijf Depotter wordt voornamelijk zomergraan ingezaaid. Om zo min mogelijk pesticiden te moeten gebruiken, worden de gewassen na de inzaai geschoffeld met de tractor. Deze mechanische onkruidbestrijding leidt zonder nestbescherming tot verlies van legsels, omdat de nesten en eieren door de bewerking beschadigd kunnen raken.
(lees verder onder de foto)

Nestbescherming tijdens landbouwbewerkingen kan de kievitpopulatie een boost geven. (foto: Simon Desmet)
Hetzelfde geldt voor sleepslangbemesting, die als volgt in zijn werk gaat: verschillende tractoren voeren drijfmest aan afkomstig van veehouderijen uit de ruime omgeving. De drijfmest wordt naar een permanent reservoir bij de boerderij of naar een tankwagen aan de rand van het perceel overgepompt. Het reservoir of de tankwagen is vervolgens via een honderden meters lange darm (de sleepslang) verbonden met de tractor die de drijfmest over het perceel uitrijdt. Behalve tijdwinst zorgt deze bemestingstechniek voor een lagere bodemdruk op de landbouwpercelen. De sleepslang ‘kronkelt’ echter over het gehele perceel achter de tractor aan en verplettert daarbij o.a. de nesten of kuikens van akkervogels. Deze bemestingstechniek wordt vooral in Nederland toegepast, waar metalen beschermkappen ontworpen werden die over opgespoorde nesten geplaatst worden.
(lees verder onder de foto's)

Tijdens de sleepslangbemesting beschermen we het nest door er een koepel over te plaatsen. (foto: Simon Desmet)

Ook een jong haasje dat zich drukte voor het naderende gevaar overleefde de passage van de sleepslang niet. (foto: Simon Desmet)
Observeren en interpreteren
Het beschermen van de nesten begint met het opsporen ervan. Dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan: kieviten en scholeksters broeden doorgaans op ruime afstand van de openbare weg en de percelen hebben soms een grillige vorm, waardoor je als observator niet altijd in de zaairichting of tussen de rijtjes van het gewas kan kijken. Bovendien helpt het om het gedrag van de kieviten en scholeksters correct te (leren) interpreteren. Je komt er namelijk makkelijker achter waar ze precies hun nest hebben door hun gedrag goed te bestuderen: baltsgedrag, ‘strootje werpen’, nestkuiltjes draaien, het benaderen of wegsluipen van het nest zijn allemaal aanwijzingen die je op het juiste spoor zetten. Leerrijke filmpjes vind je in de gratis BTS-lesmodule van Boerennatuur Nederland. BTS staat voor Bruto Territoriaal Succes, een manier om het broedsucces te bepalen.
Eens je een broedende vogel ziet, zet je kijklijnen uit vanaf je observatiepunt naar een herkenbaar punt in het landschap, zoals een kerktoren, struik, boom of huis, of opvallende zaken op het perceel: denk aan een grote aardekluit, een steen, akkeronkruid, enz. Indien nodig, vooral wanneer je niet tussen de zaailijnen kan kijken, zet je een tweede kijklijn uit vanaf een ander observatiepunt. Het nest bevindt zich dan bij benadering op het snijpunt van beide kijklijnen. Om de verstoring van broedende vogels tot het minimum te beperken, zet je best kijklijnen naar meerdere nesten uit voordat je het perceel betreedt. Afgelopen broedseizoen hebben we geen nesten opgespoord met een drone uitgerust met een warmtebeeldcamera. Dit kan ongetwijfeld tijdwinst opleveren tijdens de zoektocht naar nesten.
Nestbescherming: hoe doe je dat?
Het nest effectief opsporen doe je bij voorkeur met z’n tweeën: de observator blijft op het observatiepunt staan kijken (door een telescoop is het handigst) en begeleidt de nestzoeker met gebaren of mondelinge aanwijzingen richting het nest. Zodra je het perceel betreedt - wat je enkel en alleen met toestemming van de betrokken landbouwer doet! - lopen de vogels van het nest af. Kieviten gaan snel de lucht in, terwijl scholeksters soms gewoon een eindje van het nest vandaan blijven zitten. Soms zullen de vogels afleidingsgedrag vertonen. De eieren zijn uitstekend gecamoufleerd, kijk daarom goed uit waar je je voeten neerzet. Als je het nest gevonden hebt, markeer je het met twee bamboestokken op een paar meter voor en achter het nest in de rijrichting van de tractor. Neem een foto van het nest (dat is o.a. handig om achteraf bij te houden hoeveel eieren het bevatte op het moment van de nestvondst) en sla de locatie van het nest zo nauwkeurig mogelijk op in je smartphone. Door de locatie met de landbouwer te delen, kan hij het nest sparen tijdens de bewerkingen. De nestlocaties verzamelen we in een gedeelde online kaart.
(lees verder onder de foto)

Jos Depotter bij een gevonden kievitsnest. (foto: Johannes Jansen)
Je rol als nestbeschermer zit er nu op en het is nu aan de oudervogels om hun taak te vervullen! Opvolging van het broedsucces is minder eenvoudig: soms leggen kieviten en scholeksters met hun jonge kuikens grote afstanden af op zoek naar de beste foerageergebieden: plasdras-situaties, kruidenrijk grasland, enz. Dankzij de brede akkerranden rondom de percelen van dit akkerbouwbedrijf stijgen de overlevingskansen van de kievitkuikens aanzienlijk. In de ruige zone van de akkerrand zoeken ze beschutting tegen predatoren, terwijl ze op het kort gemaaide deel voedsel vinden. Beide elementen zijn cruciaal voor de kuikenoverleving. De akkerranden zijn zogenaamde beheerovereenkomsten die de landbouwer afsluit met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). De benaming van dit type akkerrand is Faunarand Plus.
Waarom nestbescherming?
Het is waardevol om aan nestbescherming te doen om het aantal verloren legsels te beperken tijdens beide hierboven beschreven vormen van landbouwbewerking. Kieviten en scholeksters broeden namelijk in clusters: ze zoeken elkaars gezelschap op om gezamenlijk predatoren te verjagen - samen sterk! Tot die predatoren behoren kraaiachtigen, die schade aan de ingezaaide gewassen kunnen veroorzaken. Broedende steltlopers fungeren dus als natuurlijke vogelverschrikkers.
Daarnaast bieden ze nog een bijkomend voordeel voor de landbouwer: ieder kievitkuiken eet maar liefst 800 à 5.000 prooidiertjes per dag! Het gaat daarbij vooral om insecten(larven), want hun snavel is nog te kort om volop regenwormen uit de bodem te pikken. Met andere woorden, de kievitkuikens doen aan natuurlijke plaagbestrijding. Het zijn nestvlieders, die het nest kort na het uitkomen van de eieren verlaten om zelfstandig naar voedsel te zoeken. Daarbij worden ze wel bewaakt en verzorgd door de oudervogels, maar - in tegenstelling tot scholeksterkuikens - niet gevoerd.
(lees verder onder de grafiek)

De Vlaamse kievitpopulatie is in vrije val. (INBO - Onkelinx et al.)
Dat kieviten en scholeksters ook vanuit het perspectief ‘soortenbehoud’ onze steun nodig hebben, is duidelijk zichtbaar in de negatieve trends die beide soorten sinds 2007 vertonen: -17% voor scholekster en maar liefst -75% voor kievit, zo blijkt uit het ABV-meetnet (Algemene Broedvogels Vlaanderen). Nestbescherming kan een lokale populatie een boost geven, zodat die opnieuw veerkrachtiger wordt. Beide soorten lijden namelijk niet enkel onder de algemene intensivering van de landbouw en toegenomen predatie als gevolg van een veranderend landschap, maar ook onder klimaatverandering. Ze hebben immers een vochtige bodem nodig om succesvol naar voedsel te zoeken.
(lees verder onder de foto)

Kievitkuikens en -eieren lopen gevaar tijdens landbouwbewerkingen. (foto: Simon Desmet)
Oproep: help mee! Startmoment op zondagvoormiddag 22 maart vanaf 9.30 uur
Help je mee de kievit te beschermen? Tijdens het startmoment maak je kennis met de werkwijze, het landbouwersgezin en de percelen. Hiervoor spreken we af op het landbouwbedrijf (Veurnekeiweg 20, 8670 Koksijde). We tonen je hoe we in de praktijk te werk gaan en zorgen voor een toelating om de nesten op te sporen. Neem (bij voorkeur voor 20 maart) vrijblijvend contact op met Simon Desmet om je aan te melden of voor verdere info. De kieviten zullen je dankbaar zijn!
Meer lezen?