Dagvlinders als de kanaries in de koolmijn: een nieuwe wereldwijde index voor insectenbescherming
Insectenpopulaties gaan wereldwijd met rasse schreden achteruit. Er is echter een prangend tekort aan globale indicatoren die deze achteruitgang in kaart kunnen brengen. Het dichten van deze kenniskloof is dan ook essentieel voor het behalen van internationale natuur- en beleidsdoelstellingen. Een nieuw initiatief stelt voor om vlindermonitoringsprogramma’s te gebruiken als fundament voor een effectief, wereldwijd netwerk dat in staat is om de vinger aan de pols te houden van de toestand van dagvlinders in het bijzonder en insecten in het algemeen.
Om dit te onderzoeken, ontwikkelde een internationaal consortium de “Global Butterfly Index”, gebaseerd op de beproefde Living Planet Index-methode van het WWF. Uit een analyse van 10.386 populatietrends van 213 dagvlindersoorten blijkt dat de achteruitgang van populaties voorspelbaar is op basis van specifieke soortkenmerken (aantal generaties, vliegperiode, mobiliteit …). Het gebruik van monitoringdata effent de weg voor een gestandaardiseerd wereldwijd netwerk van monitoringsprogramma’s. Omdat dagvlinders wereldwijd de best gemonitorde insecten zijn en op veel publieke sympathie kunnen rekenen, kan zo’n monitoringsnetwerk dienen als een ideaal platform voor bredere insectenbescherming.
Een wereldwijde structuur voor vlindermonitoring is meer dan alleen wetenschap. Het is een essentieel instrument voor beleidsmakers. Het stimuleert de maatschappelijke transitie naar een duurzame toekomst door monitoringdata te koppelen aan dagvlinders, onze kanaries in de koolmijn.
Beeld boven: monarchvlinders (Shutterstock)