Donaupissebed voor het eerst aangetroffen in het Schelde-estuarium
Tijdens de biologische monitoring van het Schelde-estuarium (MONEOS-programma) ontdekten INBO-medewerkers een nieuwe exoot: de donaupissebed.
Dit minuscuul, wit zoetwaterpissebedje van amper 2 tot 4 millimeter groot, vonden we in de Rupel bij Terhagen in juni 2025. De vondst bevestigt dat de Schelde een ware hotspot is voor exotische soorten. De donaupissebed is via een indrukwekkende reis in Vlaanderen beland: het diertje verspreidde zich via de Donau en het Main-Donaukanaal naar rivieren als de Rijn en de Elbe. Sinds de jaren 1990 is ze te vinden in Nederland en sinds 2000 ook in Vlaanderen (vooral langs de Maas en in enkele kanalen). De soort, die vooral op harde, door de mens gecreëerde ondergronden leeft, is mogelijk al wijdverspreid, maar moeilijk te vinden. Ze is een opruimer van dood organisch materiaal en graast op de biofilm van algen die op harde substraten zit. Hierdoor speelt ze een rol in het recycleren van voedingsstoffen in rivieren. Wat hiervan de impact is op het ecosysteem dient nog onderzocht.
De Conventie Biologische Diversiteit stelt als doel de introductie en impact van invasieve soorten sterk te verminderen. Alles begint bij een goed overzicht van welke exoten in Vlaanderen voorkomen. De donaupissebed voegt zich bij een lange lijst van Ponto-Kaspische nieuwkomers in de Schelde, waaronder vissen zoals de zwartbekgrondel en ook de beruchte reuzenvlokreeft, ook 'killer shrimp' genoemd, die andere kleine vlokreeften aanvalt. Ook bij andere groepen van organismen, zoals de borstelwormen en aquatische ringwormen, de aasgarnalen, de vlokreeftjes en tweekleppigen, zijn er vertegenwoordigers van dat gebied in Zuidoost-Europa. Ponto-Kaspische soorten maken zo een vijfde uit van de exotische fauna van de Zeeschelde.
Jan Soors, Ada Coudenys, Gunther Van Ryckegem, Carl Van Colen, Merlijn Jocqué