Wat is detachering?

Detachering houdt in dat werknemers naar een ander land uitgezonden worden voor een tijdelijke opdracht. In de praktijk is detachering binnen de EU een populaire vorm van tijdelijke economische migratie. Anders dan bij klassieke economische migratie gaat het bij detachering om een beperkte verblijfstermijn voor de realisering van een in-de-tijd-beperkte opdracht. De geleverde arbeidskrachten maken geen deel uit van de lokale arbeidsmarkt. De detachering vindt plaats voor de duur van de opdracht of het project, gemiddeld 105 dagen voor België.

Bij een detachering levert een ondernemer in een EU-lidstaat een dienst op het grondgebied van een andere Europese lidstaat. De ondernemer stelt hierbij werknemers ter beschikking in de lidstaat van ontvangst.

Detacheringsstatistieken van 2010 tot 2020

De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) verzamelt officiële inkomende detacheringsstatistieken via het Limosasysteem. In deze studie ligt de focus op data van 2010 tot 2020. Vanwege de aard van de data kan het weliswaar voorkomen dat er een beperkt aantal dubbeltellingen plaatsvinden. Op basis van deze data:

  • worden evoluties doorheen de tijd geïdentificeerd;
  • worden de statistieken geduid met beschouwingen over de impact op de Vlaamse arbeidsmarkt en
  • worden enkele voorzichtige beleidsreflecties geformuleerd.

Sterke groei van het aantal detacheringen

Het aantal detacheringen in Vlaanderen groeide sterk van 2010 tot 2017. In piekjaar 2017 werden er ongeveer 186.000 gedetacheerden geregistreerd. Vervolgens was er een lichte daling in de officiële statistieken.

Het aantal zelfstandige gedetacheerden bleef wel stijgen na 2017. In 2020 werden er meer dan 30.000 zelfstandige gedetacheerden geregistreerd in één van de drie risicosectoren, namelijk bouw, schoonmaak en vleesverwerking. Risicosectoren zijn die sectoren waarvan een vermoeden is van veel fraude of misbruik. In werkelijkheid zal het aantal zelfstandigen veel hoger liggen omdat sinds 2019 de beperking geldt dat landen enkel nog zelfstandigen binnen de drie risicosectoren mogen registeren. Vanwege hun zelfstandigenstatuut zijn zij in principe niet gebonden aan de in Vlaanderen geldende sectorale of wettelijk vastgelegde minimum loons- en arbeidsvoorwaarden. Meer dan de helft van deze zelfstandige gedetacheerden in Vlaanderen had in 2020 de Poolse nationaliteit.

Bouw als grootste detacheringssector

De bouw is verreweg de grootste detacheringssector in Vlaanderen met meer dan 60.000 gedetacheerde werknemers in 2020. Andere sectoren met veel gedetacheerden, zowel in absolute als in relatieve zin, zijn de metaalwerksector, transport en distributie en petrochemie.

De data wijzen uit dat sectoren die veel hooggeschoolden tewerkstellen, zoals de ICT-sector, slechts in beperkte mate gebruik maken van intra-Europese detachering. Een mogelijke verklaring voor de lage aantallen gedetacheerden uit de EU in hooggeschoolde sectoren is dat hooggeschoolden meer eigenaarschap hebben over hun eigen carrière en wellicht minder openstaan voor detachering. Een aantal sectoren/beroepsgroepen, waaronder wetenschappelijke experts en internationale organisaties, werd na 2013 niet meer geregistreerd, waardoor er ook deels een vertekend beeld zal zijn ontstaan van de trend binnen de sectoren met veel hooggeschoolden.

Toename van het aantal derdelanders

Europese detachering blijft niet beperkt tot Europese onderdanen. Elke werknemer of zelfstandige die wettig tewerkgesteld is in een Europese lidstaat, kan geldig gedetacheerd worden binnen Europa. Enkele nationaliteiten domineren evenwel de Vlaamse detacheringscijfers. In 2020 treffen we vooral Nederlanders, Polen, Duitsers, Roemenen en Oekraïners. De meest opvallende ontwikkeling in recente jaren is de afname in het aantal Nederlanders en de toename van derdelanders (personen met een andere nationaliteit dan van één van de EU-landen), met name Oekraïners, Wit-Russen, Brazilianen, Indiërs, Bosniërs, Kosovaren en Serven. Voor derdelandernationaliteiten gaat het, met uitzondering van Oekraïne, in absolute aantallen nog altijd om een vrij beperkte stroom, maar de stijging is opvallend. Brazilianen zijn relatief vaak als zelfstandige aan de slag. In 2020 gaat het om 12% van hen. De andere derdelandernationaliteiten zijn vooral werknemers en zelden zelfstandigen.

Nederland en Polen als grootste zendlanden

Het zendland is het land waar de onderneming die de diensten gaat uitvoeren, zetelt. Uitgesplitst naar zendland komen de meeste gedetacheerden uit Nederland en daarna uit Polen (wat niet wil zeggen dat zij ook die nationaliteit dragen). Het aantal gedetacheerden met Nederland als zendland daalt evenwel sinds 2017, terwijl het aantal afkomstig uit Polen blijft stijgen. Als deze trend doorzet, is het mogelijk dat binnen enkele jaren het absolute aantal werknemers afkomstig uit Polen het aantal uit Nederland zal overstijgen. Het is ook mogelijk dat Nederlandse ondernemingen meer gehinderd waren of zich meer gehinderd voelden door COVID-19 in 2020, en dat in de komende jaren een herstel optreedt in het aantal werknemers afkomstig uit Nederland.

Veel EU-landen hebben bilaterale verdragen afgesloten met niet-EU-landen om de immigratie en tewerkstelling vanuit deze landen te bevorderen. Vooral voormalige Sovjetlanden sloten vaak zulke verdragen af onderling. Dit betekent in de praktijk dat personen uit een niet-EU-land toch gedetacheerd kunnen worden in Vlaanderen, omdat ze via deze bilaterale verdragen wettig kunnen werken in de EU. Oekraïners en Wit-Russen komen zo vaak vanuit Polen of Litouwen, Brazilianen vanuit Portugal, en Bosniërs, Kosovaren en Serven uit Slovenië. Indiërs komen bijna uitsluitend uit India en worden vooral tewerkgesteld in sectoren met veel hoger opgeleiden voor zover deze werden gespecifieerd.

Conclusie

Detachering is als fenomeen in toenemende mate belangrijker geworden om arbeid in bepaalde sectoren uit te voeren. In Vlaanderen gaat dit vooral over de bouwsector. De effecten van detachering op de arbeidsmarkt en de economie zijn complex en niet eenduidig. De stijging van het aantal zelfstandige gedetacheerden dient gemonitord te worden, aangezien hun positie op de arbeidsmarkt (en daarbuiten) een stuk onzekerder is dan die van werknemers, omdat ze niet gebonden zijn aan de vastgelegde minimum loons- en arbeidsvoorwaarden.