Evaluatie van de werking en strategische evaluatie van de sectorconvenants
De Vlaamse Regering sluit sectorconvenants af met paritaire sectororganisaties. In deze studie evalueren we de sectorconvenants op het vlak van proces en uitkomsten, strategie en intersectorale werking. Ook worden aanbevelingen geformuleerd om de sectorconvenants te versterken.
Wat zijn sectorconvenants?
Sectorconvenants zijn sectorale overeenkomsten tussen de Vlaamse overheid en de sectorale sociale partners van de sectoren. In die overeenkomsten worden acties opgenomen die die bijdragen aan de beleidsdoelstellingen binnen volgende thema’s:
- De afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt
- Diversiteit en inclusie
- Levenslang leren en competentiebeleid
- Werkbaar werk
- Instroom-zijinstroom-doorstroom-retentie
De regering kan ook andere beleidsprioriteiten naar voren schuiven. De Vlaamse overheid stelt middelen ter beschikking aan de sectoren om de afgesproken acties uit te voeren. De acties zijn in hoofdzaak gericht op werkgevers en de (potentiële) werknemers op werkvloeren in de sector.
Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie (WEWIS) is verantwoordelijk voor de voorbereiding, onderhandeling, tussentijdse begeleiding en evaluatie van de sectorconvenants. De Sociaal Economische Raad van Vlaanderen (SERV) is verantwoordelijk voor de intersectorale werking.
Evaluatie van de sectorconvenants
IDEA Consult evalueerde de sectorconvenants. De evaluatie bestond uit vier onderdelen, elk met een eigen doel, aanpak en resultaat:
Evaluatie van proces en uitkomsten
In dit deel bracht IDEA consult het proces en de uitkomsten van het beleidsinstrument sectorconvenants in kaart. Er wordt een overzicht gemaakt van de mechanismen die een rol spelen bij de manier waarop het beleidsinstrument leidt - of potentieel zou kunnen leiden - tot het bereiken van de beoogde uitkomsten. Een voorbeeld van een mechanisme is de mate waarin sectoren de doelstellingen van het sectorconvenant ondersteunen. Ook wordt geduid welke interventies hier een rol spelen en welke contextfactoren er invloed kunnen hebben.
De focus wordt voornamelijk gelegd op ‘output’, en minder op ‘outcome’ (of impact). De outputindicatoren tonen niet welke veranderingen er tot stand kwamen op de werkvloer en breder in de sector.
Door de mechanismen te koppelen aan de interventies en uitkomsten kan er vanuit het Departement WEWIS concreet met deze resultaten aan de slag worden gegaan.
Aanbevelingen voor de instrumentele ontwikkeling
Op basis van de inzichten uit deze proces en outcome evaluatie worden beleidsaanbevelingen geformuleerd. Zo kunnen we de effectiviteit van het instrument sectorconvenants versterken. Die variëren van operationeel tot inhoudelijke aard:
- Globale visie op het instrument
- Kies expliciet voor één duidelijke visie die alle betrokkenen delen. De huidige uiteenlopende visies, zorgen voor wrijving en uiteenlopende verwachtingen. De onderzoekers schuiven het concept van meerzijdige sturing naar voor als geschikt voor het beleidsinstrument. Dat is een model voor samenwerking waarin consensus bereikt wordt via onderhandeling en dialoog.
- Geef het instrument vorm op basis van die visie.
- De oproep
- Maak een doordachte keuze over de scope van het structurele convenant met de decretaal bepaalde thema’s.
- Zorg voor afstemming en meer coherentie met initiatieven uit andere beleidsdomeinen.
- Blijf een breed kader hanteren en laat de (impliciete) verplichting om rond alle vijf de decretaal bepaalde thema’s te werken, los.
- Versterk het overleg van het Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité (VESOC) over het decretaal kader vastgelegd in de oproep.
- Verleng de looptijd van het sectorconvenant.
- Denk goed na over het gebruik van addenda bij de sectorconvenants.
- Ondersteuning bij de opmaak en de onderhandeling
- Maak van de onderhandeling een moment van strategische dialoog.
- Betrek de verschillende betrokken partijen in een krachtig pitchmoment.
- Ontwikkel een flexibel kader voor de onderhandeling en baseer de ambitieniveaus van de doelstellingen binnen het sectorconvenant op de ervaring van het sectorfonds.
- Voorzie voldoende hefbomen om het draagvlak voor ‘moeilijkere’ thema’s aan te wakkeren.
- Financiering
- Maak van transparantie in cofinanciering een vereiste.
- Zorg voor maximaal stimulerende financiering via een mix van basis, inspannings- en resultaatsfinanciering.
- Overweeg om ook werkingskosten met overheidsmiddelen te financieren.
- Opvolging, evaluatie en monitoring
- Creëer meer ruimte voor inhoudelijke dialoog tussen accountmanager en sector.
- Laat sectoren zelf instaan voor impactmeting.
- Organiseer visitatiecommissies om het continu en wederzijds leren nog sterker te stimuleren.
- Faciliteren van intersectorale werking
- Blijf investeren in de intersectorale werking.
Strategische evaluatie
De strategische evaluatie blikt vooruit. Ze maakt een toekomstverkenning met meerdere toekomstscenario’s. Op basis daarvan worden er algemene aanbevelingen uitgewerkt en zijn er drie concepten ontwikkeld voor een hervormd beleidsinstrument sectorconvenants.
- Bouw een sterke coherentie in het Vlaams sectoraal arbeidsmarktbeleid in.
- Onderzoek of het instrument op lange termijn bijgestuurd of grondig hervormd moet worden.
- Enkele concepten voor een hervormd beleidsinstrument sectorconvenants die inspiratie kunnen bieden aan beleid, sociale partners en sectororganisaties om het instrument toekomstgericht vorm te geven, zijn:
- Modulaire sectorconvenants: in dit concept worden sectorconvenants met deelnemende sectoren afgesloten, maximaal modulair en op maat van de sector en de ambities van de sector, en met een intersectoraal luik in elke module.
- Thematische intersectorale convenants: in dit concept worden thematische intersectorale convenants afgesloten met partnerschappen van sectoren.
- Eén intersectoraal convenant: in dit concept sluit de regering één intersectoraal convenant af met de interprofessionele sociale partners, die de sectorale sociale partners en de sectorfondsen betrekken bij de uitvoering van het convenant.
Evaluatie over de intersectorale werking
De intersectorale werking van de SERV en de intersectorale samenwerking tussen sectorfondsen wordt geëvalueerd door twee focusgroepen en een online survey bij de sectorfondsen.
Sectorfondsen waarderen de werking van de intersectorale adviseurs van SERV. De deelname aan en de tevredenheid over de activiteiten van de intersectorale werking is hoog. Men is tevreden over hun ondersteuning, de duidelijke communicatie en opvolging, het structureren van het overleg tussen de sectorfondsen, het opnemen van de trekkende rol, de verbindende rol die zij opnemen tussen de diverse sectoren, en hun expertise en professionaliteit.
Het belangrijkste aandachtspunt bij de intersectorale werking is efficiëntie. Er is nood aan meer structuur, transparantie en stroomlijning in het grote aantal vergaderingen en overlegplatformen. Daarnaast is het cruciaal om sneller over te gaan tot concrete acties. De outputs die uit de intersectorale werking resulteren, lijken nog enigszins versnipperd naast elkaar te bestaan. Om dat te verbeteren kunnen de intersectorale adviseurs sterker inzetten op het ontwikkelen van een gezamenlijke strategie per thema, gekoppeld aan een helder en samenhangend actieplan.