Gedaan met laden. U bevindt zich op: Trendrapport 2025: kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt Bijdragen van het kennisplatform

Trendrapport 2025: kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt

Nieuwsbericht
13 januari 2026

Jaarlijks publiceren het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie en het Steunpunt Werk een gezamenlijk trendrapport. Daarin worden kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt onderzocht. In deze editie bespreken we de cijfers van de afgelopen tien jaar, met een focus op 2024, het meest recente jaar waarvoor we over data beschikken.

Trendrapport

Het Trendrapport analyseert de positie van kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt aan de hand van hun werkzaamheidsgraad, werkloosheidsgraad en de niet-beroepsactiviteitsgraad. Nieuw dit jaar is dat we kijken naar de groep werklozen, of ze uitkeringsgerechtigd zijn en of ze al dan niet langer dan twee jaar werkzoekend zijn. Daarnaast brengen we per kwetsbare groep de niet-beroepsactieve arbeidsreserve in kaart. Via focusboxen worden enkele thema’s diepgaander geanalyseerd. Het trendrapport gebruikt cijfers van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK - Statbel) en data van VDAB.

Het Trendrapport 2025 gaat dieper in op:

  • personen met een migratieachtergrond
  • jongeren & NEET-jongeren
  • 55-plussers
  • kortgeschoolden
  • personen met een arbeidshandicap

Enkele begrippen uitgelegd

De Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK) deelt de bevolking op arbeidsleeftijd in drie groepen: werkenden, werklozen en niet-beroepsactieven, volgens de definities van de International Labour Organization.

Werkenden zijn personen die in de referentieweek minstens één uur betaald werk verrichtten of tijdelijk afwezig waren om redenen zoals ziekte, verlof of een opleiding, waarbij de afwezigheid niet langer dan drie maanden duurt. De werkzaamheidsgraad is het aandeel werkenden in de bevolking van 20-64 jaar.

Werklozen zijn niet-werkenden die actief naar werk zoeken en onmiddellijk beschikbaar zijn, of een job hebben die binnen drie maanden start. De werkloosheidsgraad geeft het percentage werklozen in de beroepsbevolking van 15 tot 64 jaar weer. De beroepsbevolking wordt gevormd door de werkenden en werklozen.

Niet-beroepsactieven zijn personen op arbeidsleeftijd die niet werken en niet als werkloos worden beschouwd. Ze zijn dus geen deel van de beroepsbevolking. Deze groep is heel divers en wordt verder onderverdeeld in subcategorieën:

  1. Niet beschikbaar, wel zoekend
    Personen die actief op zoek zijn naar werk, maar niet onmiddellijk beschikbaar zijn (bv. door studies, zorgtaken of tijdelijke arbeidsongeschiktheid).
  2. Niet zoekend, wel beschikbaar
    Personen die niet actief zoeken, maar wel bereid en beschikbaar zijn om te werken. Dit omvat vaak ontmoedigde werklozen die de hoop op werk hebben opgegeven.
  3. Niet zoekend en niet beschikbaar
    Deze groep is zeer divers, en bestaat o.a. uit gepensioneerden, studenten, huisvrouwen en huismannen.

Personen met een migratieachtergrond

In Vlaanderen is het aandeel personen geboren buiten de EU-27 sinds 2016 sterk gestegen tot 10,5% in 2024. De werkzaamheidsgraad van deze groep is de afgelopen tien jaar ook aanzienlijk verbeterd (van 53,6% naar 64,5%), met duidelijke verschillen tussen mannen (73,6%) en vrouwen (55,7%). Ook de generatie speelt een rol: mannen van de eerste generatie scoren beter dan die van de tweede, terwijl vrouwen van de tweede generatie juist beter presteren dan de eerste.

De werkloosheidsgraad van personen met een migratieachtergrond daalde van 15,3% in 2014 naar 8,2% in 2024, maar steeg licht sinds 2023. We zien hierbij een toename van niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden die minder dan 2 jaar werkzoekend zijn. Dit is vooral te wijten aan activeringsmaatregelen zoals verplichte inschrijving van inburgeraars bij VDAB en verhoogde doorstroom vanuit OCMW’s.

In 2024 is 30% van de personen geboren buiten de EU-27 niet-beroepsactief, vooral vrouwen (39,9%). Hoewel er een inhaalbeweging is, blijft de kloof met mannen groot. Een aanzienlijk deel van personen geboren buiten de EU-27is niet beschikbaar voor werk. Bijna 3 op de 10 (27,5%) van de personen geboren buiten EU-27 zijn niet op zoek en ook niet beschikbaar voor werk, wat beduidend hoger ligt dan bij personen geboren in België (18,3%). Toch is er potentieel: de werkzaamheidsgraad bij deze groep kan stijgen tot 74,7% bij activering van een deel van de arbeidsreserve bij personen geboren buiten de EU-27.

Jongeren (15-24 jaar) en NEET-jongeren (15-29 jaar)

De werkzaamheidsgraad van jongeren (15-24 jaar) daalt licht van 31,9% in 2023 naar 31,5% in 2024. Tegelijk stijgt de jeugdwerkloosheidsgraad voor het tweede jaar op rij tot 14,5%, met vooral een kwetsbare positie van kortgeschoolde jongeren (werkzaamheidsgraad van 23,3%). Het aantal ingeschreven werkzoekende jongeren bij VDAB steeg sterk, waarbij het aandeel niet-uitkeringsgerechtigden opliep tot 72%. Dit komt door strengere uitkeringsvoorwaarden en verplichte inschrijving van bepaalde groepen sinds 2022.

NEET-jongeren zijn jongeren die niet werken en geen onderwijs, opleiding of training volgen. Deze groep jongeren wordt doorgaans gekenmerkt door een hogere kwetsbaarheid dan andere jongeren. De NEET-ratio steeg licht tot 5,7% bij 15-24-jarigen. Jongeren met een migratieachtergrond, een laag opleidingsniveau of gezondheidsproblemen zijn oververtegenwoordigd in deze groep. De arbeidsmarktpositie van NEET-jongeren blijft kwetsbaar, met risico’s op langdurige werkloosheid en een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

In 2024 is 63,2% van de jongeren (15-24 jaar) niet-beroepsactief, vooral omdat velen nog studeren. Slechts 4,2% is op zoek naar werk of beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Vrouwelijke jongeren zijn iets vaker niet-beroepsactief dan hun mannelijke leeftijdsgenoten, al is de kloof kleiner geworden. De werkzaamheidsgraad bij deze groep zou sterk kunnen stijgen naar 41,7% door een deel van de arbeidsreserve te activeren.

De werkzaamheidsgraad van 55 tot 64 jarigen steeg sterk van 44,3% in 2014 naar 62,4% in 2024. Hoewel de kloof in werkzaamheidsgraden tussen de 55-65 jarigen en de 25-54-jarigen daalde in de voorbije tien jaar, blijft ze met 23,9 procentpunt aanzienlijk. Tot 59 jaar blijft de werkzaamheid relatief hoog, maar daalt daarna snel.

De werkloosheidsgraad van 55-64-jarigen daalt tot een historisch laag niveau van 1,9% in 2024, lager dan bij jongere leeftijdsgroepen. Tegelijkertijd is de uitstroom naar werk bij oudere werkzoekenden beperkt: meer dan de helft van de werkloze 55-plussers is al langer dan twee jaar werkloos. Bovendien daalt het aandeel uitkeringsgerechtigde werkzoekenden sinds 2021 voor deze groep.

In 2024 is 36,4% van de 55-plussers niet-beroepsactief, het laagste cijfer in tien jaar. De reden voor niet-beroepsactiviteit is vooral door pensioen en arbeidsongeschiktheid. Vrouwelijke 55-plussers zijn vaker niet-beroepsactief dan hun mannelijke leeftijdsgenoten, al zijn er binnen deze groepen ook onderlinge verschillen. Meer dan 3 op de 10 (35,7%) van de 55-plussers zijn niet zoekend en niet beschikbaar. Er blijft echter potentieel binnen de groep: de werkzaamheidsgraad van 55-plussers kan nog stijgen tot 65,5% door een deel van de arbeidsreserve te activeren.

Kortgeschoolden

Na jaren van daling stabiliseert het aandeel kortgeschoolden in Vlaanderen. De eerdere daling kwam vooral door uitstroom van oudere generaties, terwijl de recente afvlakking samenhangt met een gelijker opleidingsniveau tussen leeftijdsgroepen en een toename van midden- en hooggeschoolden onder mensen met een migratieachtergrond.

In 2024 is 53,7% van de kortgeschoolden aan het werk, tegenover 90,0% bij hooggeschoolden. Kortgeschoolden zijn de enige groep die een stijging in werkzaamheidsgraad kende t.o.v. vorig jaar. De ongelijkheid tussen mannen en vrouwen is groot, met een werkzaamheidsgraad die 20,2 procentpunten lager ligt bij kortgeschoolde vrouwen in vergelijking met mannen. In 2024 bedraagt de werkloosheidsgraad 5,3%, en het aantal geregistreerde werklozen stijgt door verplichte inschrijvingen van kwetsbare groepen.

Van alle kortgeschoolden is 43,3% niet-beroepsactief in 2024, een cijfer dat al tien jaar stabiel blijft. De kloof tussen mannen en vrouwen is toegenomen, in tegenstelling tot andere groepen. Slechts 1,6% van de niet-beroepsactieven is op zoek naar werk of beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Kortgeschoolden zijn vaker arbeidsongeschikt, gepensioneerd of huisvrouw/-man. De werkzaamheidsgraad kan nog stijgen tot 60,0% door een deel van de arbeidsreserve bij kortgeschoolden te activeren.

Personen met langdurige hinder

In 2024 ondervond ongeveer 15% van de bevolking tussen 15 en 64 jaar langdurige hinder bij werk of dagelijks leven. Binnen deze groep zien we vaker andere doelgroepen voorkomen zoals kortgeschoolden en 55-plussers. Ongeveer de helft van personen met langdurige hinder is aan het werk, maar er is een groot verschil in werkzaamheidsgraad naargelang de ernst van de langdurige hinder. Terwijl de werkzaamheidsgraad hoger ligt bij personen met enige mate van langdurige hinder (65,1%), ligt de werkzaamheidsgraad beduidend lager bij personen die in erge mate langdurige hinder ondervinden (27,7%). Hoewel de werkzaamheidsgraad licht stijgt over de jaren heen, werkt deze groep vaker deeltijds.

In 2024 stijgt de werkloosheidsgraad naar 6,2% van de personen die langdurige hinder ervaren. Als we de werkloosheidsgraad naargelang geslacht en de ernst van de hinder bekijken, dan zien we vooral bij mannen die in erge mate langdurige hinder ondervinden een hogere werkloosheidsgraad (13,6%).

Van de Vlamingen met langdurige hinder is 47,2% in 2024 niet-beroepsactief, aanzienlijk hoger dan bij mensen zonder hinder (15,3%). Vrouwen met langdurige hinder zijn vaker niet-beroepsactief dan mannen. Slechts 1,4% van de niet-beroepsactieve groep is op zoek naar werk of beschikbaar voor de arbeidsmarkt, maar de werkzaamheidsgraad van deze groep kan stijgen tot 55,8% door een deel van de arbeidsreserve te activeren. Personen met langdurige hinder, vooral arbeidsongeschikten en huisvrouwen/-mannen, zijn minder zichtbaar bij VDAB, hebben minder recente werkervaring en ontvangen vaker een uitkering, wat wijst op een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.