Gedaan met laden. U bevindt zich op: Verplichtingen voor laadpunten bij parkings

Verplichtingen voor laadpunten bij parkings

In sommige gevallen moet u laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen voorzien op parkeerterreinen van gebouwen. Deze regels gelden alleen voor parkeerplaatsen van personenwagens.

Elektrisch rijden is aan een sterke opmars bezig in Vlaanderen. Om de overstap naar elektromobiliteit te kunnen maken, is het belangrijk dat een elektrische wagen gemakkelijk kan opladen. Daarom moet er een minimum aan laadinfrastructuur worden voorzien op parkeerterreinen bij bepaalde gebouwen. Zo wordt vermeden dat parkeerterreinen steeds weer moeten worden opengebroken voor de installatie van laadinfrastructuur.

Deze verplichtingen zijn het gevolg van de Vlaamse omzetting van de Europese Richtlijn over de Energieprestatie van Gebouwen.

Voor welke gebouwen?

De verplichtingen gelden voor gebouwen waarvoor vanaf 11 maart 2021 een omgevingsvergunning werd aangevraagd nieuwbouw of bij een ingrijpende renovatie. Een ingrijpende renovatie - specifiek in het geval van elektromobiliteit - betekent dat meer dan 25% van de oppervlakte van de bouwschil wordt gerenoveerd.

Sinds 1 januari 2025 gelden er ook verplichtingen voor bestaande niet-woongebouwen met een parkeerterrein met meer dan 20 parkeerplaatsen.

Overzicht van de verplichtingen voor laadpunten bij parkeerterreinen

Nieuwbouw

(omgevingsvergunning
sinds 11 maart 2021)
Ingrijpende renovatie

(omgevingsvergunning
sinds 11 maart 2021)
Bestaande gebouwen

(sinds 1 januari 2025)
Woon-
gebouwen
Parkeerterrein met
2 of meer parkeerplaatsen:
laadinfrastructuur verplicht
voor elke parkeerplaats
Parkeerterrein met
meer dan 10 parkeerplaatsen:
laadinfrastructuur verplicht
voor elke parkeerplaats
Geen verplichtingen
Niet-
woongebouwen

Parkeerterrein met meer dan 10 parkeerplaatsen:

  • minstens 2 oplaadpunten
  • én laadinfrastructuur voor 1 op 4 parkeerplaatsen
Parkeerterrein met
meer dan 20 parkeerplaatsen:
minstens 2 oplaadpunten

Wat wordt bedoeld met laadinfrastructuur?

Laadinfrastructuur is de infrastructuur voor leidingen, of minstens goten voor elektrische kabels, om de installatie van oplaadpunten voor normaal of hoog vermogen voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken. Dit moet in brede zin worden opgevat, met inbegrip van aan de muur bevestigde kabelbuizen.

Bekabeling zelf is dus niet verplicht, noch de installatie van een oplaadpunt. Er moet enkel aan de minimumvereiste voldaan zijn dat er goten of wachtbuizen aanwezig zijn die bekabeling voor de installatie van een oplaadpunt op een later stadium mogelijk maken zonder dat er ingrijpende breek- of graafwerken nodig zijn.

Gaat het om een woon- of niet-woongebouw?

Of een gebouw wel of niet voor bewoning bestemd is, wordt bepaald aan de hand van de functie die het gebouw heeft volgens de EPB-wetgeving. Voor bewoning bestemde gebouwen stellen we gelijk aan de residentiële gebouwen uit de EPB-gebouwtypologie. Onder niet voor bewoning bestemde gebouwen vallen dan weer de niet-residentiële gebouwen, alsook landbouwgebouwen en industriële gebouwen.

Meer informatie? Zie: Bestemmingen, waaronder een gedetailleerde lijst die aangeeft welke types gebouwen tot welke categorie behoren.

Wanneer gelden de verplichtingen (niet)?

De verplichtingen gelden:

  • als het parkeerterrein zich binnen het gebouw of parkeergebouw bevindt.
  • als het een naastgelegen parkeerterrein betreft.
  • als, in geval van ingrijpende renovaties de renovatiemaatregelen ook betrekking hebben op het parkeerterrein of de elektrische infrastructuur van het gebouw, parkeergebouw of parkeerterrein.
  • als uw parkeerterrein privaat of slechts soms publiek toegankelijk is (bijvoorbeeld enkel overdag), dient u de nodige laadinfra te installeren.
  • voor parkeerplaatsen die individueel aangekocht kunnen worden. Het parkeerterrein van een appartementsgebouw, bijvoorbeeld, waarbij de individuele parkeerplaatsen eigendom zijn van de individuele bewoners, telt als één parkeerterrein en dient dus als geheel aan de verplichtingen te voldoen.
  • als het gaat om meerdere parkeerterreinen op één site, moet voor elk afzonderlijk parkeerterrein aan de eisen worden voldaan.

De verplichtingen gelden niet:

  • als het gaat over de oprit van een woning. Die wordt niet als een parkeerterrein beschouwd, maar als een toegangsweg.
  • voor parkeerplaatsen van vrachtwagens, tractoren, werfmaterieel,…

Wat wordt gezien als een parkeerterrein?

De verplichtingen voor laadpunten gelden per parkeerterrein. Dat is belangrijk: u moet eerst correct bepalen hoeveel parkeerterreinen er zijn, want op basis daarvan wordt de verplichting bepaald.

Uitzonderingen

Bij ingrijpende renovaties gelden de verplichtingen alleen voor dat gedeelte van de werken aan en investeringen in oplaadinstallaties en leidingen waarvan de kosten niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van de renovatie.

Voor alle kosten gerelateerd aan oplaadpunten en -infrastructuur die tot en met 7% van de totale kosten van de renovatie bedragen, moet wel aan de voorwaarden voldaan zijn.

Handhaving

De eigenaar van het gebouw en parkeergebouw is verantwoordelijk voor het naleven van de verplichtingen. In afwijking daarvan is, indien toepasselijk, de houder van een zakelijk recht op het gebouw of parkeergebouw verantwoordelijk om te voldoen aan de eisen. Bij nieuwbouw is dat de vergunninghouder.

De handhaving van de verplichting gebeurt door het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA).

Wanneer wordt vastgesteld dat niet aan de verplichtingen is voldaan, kan het VEKA een administratieve geldboete opleggen van:

  • 2.000 euro per ontbrekend oplaadpunt voor elektrische voertuigen
  • 1.000 euro per parkeerplaats wanneer niet werd voorzien in infrastructuur voor leidingen om de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken.

Regelgeving