Met een kaderovereenkomst kunnen organisaties hun klanten, bezoekers of leden door een vervoeronderneming laten vervoeren. Het precieze voorwerp van het verhuurcontract is in een kaderovereenkomst nog niet bepaald. Bij elke opdracht ter uitvoering van de kaderovereenkomst moet een concrete overeenkomst worden opgesteld.

Er werd een standaardovereenkomst opgesteld die de uitbaters van verhuurdiensten van voertuigen met bestuurder moeten gebruiken. Deze modelovereenkomst kunt u verkrijgen bij de gemeente.

Een essentiële voorwaarde voor het gebruik van de overeenkomst is dat het voertuig met bestuurder voor minstens 3 uur ter beschikking wordt gesteld aan de klant (het bedrijf, reisbureau, ziekenfonds, ...). Deze tijdsperiode kan al dan niet opgesplitst worden in meerdere ritten.

Telkens wanneer de uitbater van de verhuurdiensten de opdracht krijgt de kaderovereenkomst uit te voeren, moet deze opdracht ingeschreven worden in het register en moet er een concrete overeenkomst opgesteld worden. Het precieze voorwerp van de verhuring moet worden opgenomen in de overeenkomst.

Deze overeenkomst kan per fax opgestuurd en teruggestuurd worden of de klant kan ze ondertekenen op het ogenblik dat hij in het voertuig stapt.

  • Decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 21 augustus 2001.
  • Besluit van 18 juli 2003 van de Vlaamse regering betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 19 september 2003.