Gaat u de baan op? Controleer en ontdooi altijd uw ruitensproeiers, maak uw ruitenwissers los met de hand vooraleer u ze gebruikt en vul indien nodig het reservoir aan met ruitensproeivloeistof dat antivriesmiddel bevat. Die bevriest niet onder nul graden en is meestal bestand tegen -20° en zelfs tot -40° celsius. Ruitensproeivloeistof die in de zomer verkocht wordt, is vaak minder goed bestand tegen koudere temperaturen.

Wat kunt u doen wanneer uw sproeiers bevroren zijn?

Als uw sproeiers bevroren zijn, bijvoorbeeld omdat ze bedekt zijn met sneeuw en/of ijs, zijn de gaatjes niet vrij en komt er geen sproeivloeistof meer uit. In dat geval kunt u:

  • de sneeuw en/of het ijs wegvegen
  • indien nodig wat warm water toevoegen
  • zijn uw sproeiers nog altijd bevroren? Probeer dan het gaatje te doorprikken met een kleine naald.

Neem uw voorzorgen bij koude temperaturen

Controleren of uw ruitensproeiers goed werken, is niet het enige wat u moet doen. Maak uw voertuig altijd sneeuwvrij voor u vertrekt: niet alleen de lichten en de ruiten, maar ook uw motorkap en het dak. Pas zeker uw rijgedrag aan en wees voorzichtig wanneer u de baan op gaat.