Slachten en doden van dieren in een slachthuis en buiten een slachthuis

De bescherming van dieren bij het slachten of doden (920.31 kB) wordt geregeld door de Europese verordening (EG) nr. 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden. Die verordening bepaalt de regels die van toepassing zijn

  • op het slachten of doden van dieren die gehouden worden voor de productie van levensmiddelen, wol, huiden, pelzen of andere producten
  • op het doden van dieren in het kader van dierziektebestrijding.

De verordering is niet van toepassing op het doden van dieren in het kader van wetenschappelijke experimenten, jacht of visserij en culturele of sportieve evenementen. En ze is ook niet van toepassing op pluimvee en konijnen die door hun eigenaar voor eigen consumptie buiten een slachthuis worden geslacht. Hier geldt wel nog steeds de algemene dierenwelzijnswet van 1986.

Buiten een slachthuis

Varkens, schapen, geiten, konijnen, pluimvee en gekweekt wild mogen buiten het slachthuis geslacht worden voor particulier huishoudelijk verbruik, op voorwaarde dat de dieren van tevoren worden bedwelmd.

Voor de slachting van varkens, schapen, geiten en tweehoevig gekweekt wild moet de eigenaar

  • zich eerst laten registreren bij de Lokale Controle-Eenheid (LCE) van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) waarvan hij afhangt.
  • minstens 2 weken op voorhand aangifte doen bij de gemeente.

Het doden van een dier buiten een slachthuis is ook altijd toegestaan als een dier ziek of gewond is en niet vervoerd kan worden. Dat moet gebeuren volgens een toegelaten methode, met respect voor het welzijn van het dier, en door een persoon die daarvoor de nodige bekwaamheid heeft.

Binnen een slachthuis

Bedwelmen van dieren

De dieren moeten zoveel mogelijk van lijden, stress of pijn worden gespaard. Daarom moeten ze voor het doden worden bedwelmd, waarbij de dieren snel het bewustzijn verliezen en de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid wordt aangehouden tot de dood is ingetreden.

De verordening legt in Bijlage 1 de toegestane bedwelmingsmethoden vast.

Op de verplichting om de dieren te bedwelmen voor de slacht, is een uitzondering voorzien voor dieren die volgens een religieuze ritus geslacht worden. Het onverdoofd religieus slachten is alleen toegelaten in een erkend slachthuis en mag alleen worden verricht door offeraars die gemachtigd zijn door:

  • het Centraal Israëlitisch Consistorie van België, als het om de Israëlitische ritus gaat
  • de Executieve van de Moslims van België.

Vanaf 1 januari 2019 geldt een totaalverbod op onverdoofd slachten bij kleine herkauwers en pluimvee. Er wordt dan dus geen uitzondering meer gemaakt voor dieren die worden geslacht volgens een religieuze ritus.

  • Kleine herkauwers en pluimvee mogen dan alleen maar geslacht worden volgens de methode van de omkeerbare elektronarcose: een pijnloze techniek waarbij het verdoofde dier ongevoelig wordt voor pijn.
  • Bij kalveren en runderen wordt de post-cut-stunning verplicht: een methode die meteen na de halssnede wordt toegepast. Zodra de omkeerbare elektronarcose ook voor deze dieren op punt staat, zal ze eveneens verplicht zijn.

Fixeren van dieren

Het fixeren van dieren is nodig voor de veiligheid van het personeel en de goede uitvoering van sommige bedwelmingstechnieken. De fixatie veroorzaakt stress bij de dieren en moet daarom van zo kort mogelijke duur zijn. De fixatie mag geen vermijdbaar lijden veroorzaken.

Dieren die zonder bedwelming worden geslacht, mogen geen teken van bewustzijn of gevoeligheid meer vertonen voordat zij uit de fixatie worden losgemaakt.

Standaardwerkwijzen en monitoringprocedures

Slachthuisoperatoren moeten standaardwerkwijzen (SOP’s: standard operating procedures) opstellen voor het bedwelmen en doden van dieren. Die standaardwerkwijzen beschrijven hoe de dieren moeten worden bedwelmd en welke maatregelen moeten worden genomen als blijkt dat een dier niet voldoende is bedwelmd, of als een dier nog tekenen van leven vertoont bij een slachting zonder bedwelming. De standaardwerkwijzen moeten rekening houden met de jongste beschikbare wetenschappelijke kennis en met de aanbevelingen van de producent van de gebruikte toestellen.

Verder moeten de operatoren ook monitoringprocedures opstellen om na te gaan of hun bedwelmingsmethoden adequaat werken. Die procedures moeten indicatoren beschrijven om tekenen van bewusteloosheid, bewustzijn of gevoeligheid te detecteren en moeten de omstandigheden, het tijdstip en het aantal dieren vermelden waarbij de monitoring moet gebeuren.

Infrastructuur

De bouw, indeling en uitrusting van slachthuizen moet zo zijn opgevat dat het lijden van de dieren zoveel mogelijk wordt beperkt. De drijfgangen moeten bijvoorbeeld zo geconstrueerd zijn dat gebruikgemaakt kan worden van het kudde-instinct, en het slachthuis moet adequate wachthokken hebben waar dieren ondergebracht kunnen worden en water en voeder kunnen krijgen.

Voor slachthuizen die gebouwd worden na 1 januari 2013 of die na die datum hun infrastructuur of apparatuur aanpassen, gelden enkele bijkomende regels, met name voor de aanhaaklijnen voor pluimvee en de uitrusting voor elektrische bedwelming. Alle bestaande slachthuizen zullen aan die nieuwe regels moeten voldoen vanaf 8 december 2019.

Personeel

Het personeel dat in de slachthuizen met levende dieren omgaat, moet daarvoor opgeleid zijn en moet in het bezit zijn van een ‘getuigschrift van vakbekwaam slachten’. Dat getuigschrift wordt behaald door te slagen voor een examen na het volgen van een opleiding.

Personeelsleden die nieuw aangeworven worden, kunnen bij de Dienst Dierenwelzijn van de Vlaamse overheid een tijdelijk getuigschrift aanvragen in afwachting van hun definitieve getuigschrift.

Verder moet elk slachthuis waar meer dan 1.000 grootvee-eenheden of meer dan 150.000 stuks pluimvee per jaar geslacht worden, een functionaris voor het dierenwelzijn aanstellen. Die functionaris staat in voor de naleving van de dierenwelzijnsregels in het slachthuis en rapporteert rechtstreeks aan de operator. Hij eist van het personeel dat bij problemen corrigerende maatregelen worden genomen. Hij moet ook een register bijhouden van alle maatregelen ter verbetering van het dierenwelzijn die in het slachthuis zijn genomen. Momenteel biedt de Hogeschool Thomas More cursussen ‘functionaris voor het dierenwelzijn’ aan, in samenwerking met de Universiteit Luik en het Vormingsinstituut voor de Voedingsnijverheid IPV.

Contact

Inspectiedienst Dierenwelzijn

Adres
Departement Omgeving
Inspectiedienst Dierenwelzijn
Koning Albert II laan 20 bus 8
1000 Brussel
België
Telefoon
1700
E-mail
Website