Lancering Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor 2018 en survey Samenleven in Diversiteit 2017

Het Agentschap Binnenlands Bestuur en Statistiek Vlaanderen publiceren vandaag de derde editie van de Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor en de eerste editie van de survey Samenleven in Diversiteit (SID-survey). Beide instrumenten dragen bij tot het beter begrijpen en kennen van de diversiteit die Vlaanderen kenmerkt. De Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor bundelt administratieve en andere statistische gegevens over migratie- en integratieprocessen van vreemdelingen en personen van buitenlandse herkomst in Vlaanderen. De SID-survey is een nieuwe grootschalige bevraging afgenomen in 2017 bij bijna 4.500 personen van Belgische, Marokkaanse, Turkse, Poolse, Roemeense en Congolese herkomst in Vlaanderen, waarbij vooral aandacht werd besteed aan de aspecten van het samenleven in diversiteit die in administratieve data ontbreken. Een volledig overzicht van beide rapporten wordt vandaag 8/5 om 12 uur gepubliceerd op https://www.samenleven-in-diversiteit.vlaanderen.be en op www.statistiekvlaanderen.be. Hieronder een samenvatting van een aantal belangrijke bevindingen.

Vlaanderen is divers

Vlaanderen wordt gekenmerkt door een groeiende diversiteit. Niet alleen stijgt het aantal vreemdelingen en personen van buitenlandse herkomst, ook de interne verscheidenheid bij deze groepen neemt toe.

Enkele bevindingen uit de Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor:

  • Begin 2016 is 20,5% van de bevolking in het Vlaamse Gewest van buitenlandse herkomst. Het gaat om de som van het aantal personen met een huidige buitenlandse nationaliteit (vreemdelingen), van het aantal personen die als vreemdeling zijn geboren en ondertussen Belg zijn geworden en van het aantal als Belg geboren personen met minstens één ouder met een buitenlandse geboortenationaliteit. Dat aandeel ligt 5 procentpunten hoger dan in 2009. In de jongere leeftijdsgroepen ligt het aandeel hoger: 37% van de 0- tot 5-jarigen is van buitenlandse herkomst; bij de 6-tot 11-jarigen gaat het om 34% en bij de 12- tot 17-jarigen om 30%.

  • In een beperkt aantal Vlaamse gemeenten ligt het aandeel personen van buitenlandse herkomst boven de 50%. Het gaat om Baarle-Hertog (68%), Maasmechelen (57%), Genk (56%), Machelen (52%), Drogenbos en Vilvoorde (elk 50%). In Antwerpen gaat het om 48% van de bevolking.

  • Personen van Nederlandse herkomst zijn de grootste buitenlandse herkomstgroep (17%), gevolgd door personen van Marokkaanse (14%), Turkse (10%), Italiaanse (5%), Poolse (4%), Franse (4%) en Russische herkomst (incl. USSR) (4%).

  • Het aantal vreemdelingen dat zich vanuit het buitenland langdurig in het Vlaamse Gewest kwam vestigen is tussen 2000 en 2016 meer dan verdubbeld.

  • Globaal wordt Vlaanderen gekenmerkt door een sterke immigratie vanuit de andere EU-landen (63% van de immigranten is afkomstig uit een EU-land). Bij de niet-EU-nationaliteiten valt in 2016 het hoge aantal Syrische immigranten op.

  • Tussen 2015 en 2016 is het aantal asielzoekers in België sterk gedaald (van 39.000 tot iets minder dan 15.000).

Evenwaardige deelname aan de samenleving?

Een manier om de volwaardige en evenredige participatie van personen van buitenlandse herkomst in Vlaanderen in kaart te brengen, is het berekenen van het verschil tussen de situatie van personen van Belgische herkomst en personen van buitenlandse herkomst op bepaalde indicatoren. De Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor stelt op heel wat domeinen een herkomstkloof vast.

Enkele bevindingen uit de Vlaamse Migratie-en Integratiemonitor. Tenzij anders vermeld, hebben de cijfers steeds betrekking op het Vlaamse Gewest:

Werk

  • In 2016 lag de werkzaamheidsgraad bij personen geboren in België op 74%, bij personen geboren in de EU op 72% en bij personen geboren buiten de EU op 53%. Vooral bij de niet-Europese vrouwen ligt de werkzaamheidsgraad laag. Van de vrouwen geboren buiten de EU is 43% aan het werk.

  • De werkzaamheidsgraad van personen geboren buiten de EU ligt in geen enkel EU15-land lager dan in België en de gewesten.

  • Bij personen van niet-EU-herkomst ligt het aandeel loontrekkenden in korte en onregelmatige contracten 4 keer hoger dan bij personen van Belgische herkomst.

  • Het aandeel van de laagste dagloonklasse ligt bij de EU13- en niet-EU-groepen beduidend hoger dan bij de Belgische en EU15-groepen. In 2016 leefde 31% van de personen (tot 60 jaar) geboren buiten de EU in een gezin waar door de aanwezige volwassenen niet of nauwelijks wordt gewerkt. Bij de personen geboren in België en in de EU gaat het respectievelijk om 8% en 10%.

Onderwijs

  • Er blijken verschillen in het aandeel vreemdelingen naar studierichting in het secundair onderwijs. In het ASO en TSO gaat het om resp. 4% en 6%. In het buitengewoon onderwijs, het BSO en het deeltijds beroepssecundair onderwijs ligt dit duidelijk hoger (resp. 11%, 13% en 23%).

  • In 2015 verlieten 38% van de leerlingen met een niet-EU-nationaliteit het secundair onderwijs zonder diploma. Bij leerlingen met een EU-nationaliteit is dit 24%, bij personen met de Belgische nationaliteit 10%.

  • Als we kijken naar de algemene opleidingsgraad van de bevolking, zien we dat bij de personen geboren buiten de EU het aandeel laagopgeleiden 44% bedraagt, bij de personen geboren in België 19% en bij de personen geboren in een EU-land 25%.

Inkomen en armoede

  • Het mediaan jaarinkomen van niet-EU-burgers ligt iets meer dan 10.000 euro lager dan dat van Belgen.

  • Het aandeel personen dat moet rondkomen met een inkomen onder de armoederisicodrempel ligt bij personen geboren buiten de EU op 40%,bij personen geboren in België op 8%.

  • Van de kinderen die recent in het Vlaamse Gewest in kansarmoede geboren zijn, hebben bijna 2 op de 3 een moeder met een buitenlandse geboortenationaliteit.

Gezondheid

  • Het aandeel personen met een (zeer) slechte gezondheid ligt lager bij de personen met een Belgische of EU-nationaliteit (respectievelijk 7% en 6%) dan bij de personen met een niet-EU-nationaliteit (17%).

  • Het aandeel personen dat leeft in een huishouden dat medische zorg moet uitstellen om financiële redenen ligt bij personen geboren in België op 2%, bij de personen geboren buiten de EU op 11%.

Enkele bevindingen uit de SID-survey:

  • 51% van de vrouwen van Poolse herkomst en 36% van de vrouwen van Roemeense herkomst geeft aan dat ze te hoog zijn opgeleid voor hun huidige werk. Ook 39% van de mannen van Congolese herkomst geeft dit aan.

  • Bij de respondenten van Congolese herkomst werkt 75% van de werkende mannen en 63% van de werkende vrouwen in een ploegenstelsel. Bij de respondenten van Marokkaanse en Turkse herkomst ligt dit een stuk lager, maar toch nog hoger dan bij de personen van Belgische, Poolse en Roemeense herkomst.

  • Vooral respondenten van Belgische en Turkse (79% en 74%) en in iets mindere mate Marokkaanse herkomst (56%) zijn eigenaar van hun woning. De andere drie herkomstgroepen zijn vaker huurder.

Hefbomen voor evenwaardige deelname?

Een aantal hefbomen kunnen zorgen voor een betere deelname. Voor nieuwkomers is er het inburgeringsbeleid dat hen op weg wil helpen. Ook kennis van het Nederlands draagt bij tot een betere participatie.

  • In de periode 2012-2017 hebben in totaal 118.075 personen een inburgeringscontract ondertekend. De respondenten van de SID-survey die inburgering gevolgd hebben, zijn hierover over het algemeen (zeer) tevreden. Van nagenoeg alle bevraagde herkomstgroepen geven 7 tot 8 op de 10 personen aan dat inburgering hen (zeer) goed geholpen heeft om België te leren kennen.

  • Bij 47% van de Marokkaanse en 45% van de Turkse herkomstgroep is het Nederlands de best gekende taal. Bij de Poolse en Congolese herkomstgroep gaat het om 25% en 22%. Bij de Roemeense herkomstgroep ligt dit aandeel het laagst (11%).

  • Aan de respondenten van wie het Nederlands niet de best gekende taal is, werd gevraagd om zelf hun kennis van het Nederlands te beoordelen. Bij de Marokkaanse en Turkse herkomstgroep geven meer dan 4 op de 10 personen aan het Nederlands (zeer) goed te verstaan. Bij de Poolse en Congolese herkomstgroep gaat het om 39% en 33%, bij de Roemeense herkomstgroep om 22%. De aandelen respondenten die aangeven het Nederlands (zeer) goed te lezen, te spreken en te schrijven liggen telkens iets lager.

Diversiteit in het samenleven

De SID-survey leert dat meer dan de helft van de respondenten van buitenlandse herkomst een diverse vrienden/kennissengroep heeft. In het alledaagse leven heeft men de meest diverse contacten via het werk.

Enkele bevindingen uit de SID-survey:

  • De meerderheid van de respondenten van buitenlandse herkomst heeft meer dan 5 vrienden/kennissen van Belgische herkomst (gaande van 56% bij Marokkaanse herkomst tot 76% bij Congolese herkomst). Het aantal vrienden/kennissen dat men heeft van een andere herkomst (andere dan de eigen herkomst of de Belgische herkomst) is lager. 3 op de 10 respondenten van Belgische en Roemeense herkomst hebben geen vrienden of kennissen van een andere dan de eigen herkomst.

  • Ondanks de verscheidenheid van de vrienden en kennissengroep bij de meerderheid van de respondenten, gaat een minderheid frequent (minstens 1 keer per maand) op bezoek bij of krijgt bezoek van iemand van een andere dan de eigen herkomst.

  • De meest diverse contacten hebben de respondenten via het werk. 7 op de 10 respondenten van Belgische herkomst hebben minstens wekelijks contact met iemand van buitenlandse herkomst via het werk. Bij de buitenlandse herkomstgroepen hebben 8 à 9 op de 10 werkende respondenten dagelijks contact met iemand van Belgische herkomst, 4 à 5 op de 10 respondenten hebben ook dagelijks contact met iemand van een andere dan de eigen herkomst.

  • Via het verenigingsleven blijven diverse ontmoetingen relatief beperkt, enerzijds omwille van de beperkte deelname aan het verenigingsleven door respondenten van buitenlandse herkomst, anderzijds omdat de verenigingen eerder homogeen zijn.

  • 47% (Marokkaanse herkomst) tot 75% (Roemeense herkomst) wil graag meer personen van Belgische herkomst leren kennen. 32% (Belgische herkomst) tot 65% (Congolese herkomst) wil graag meer personen van een andere dan de eigen herkomst leren kennen.

  • Respondenten ervaren het vaakst negatieve ervaringen tijdens de zoektocht naar werk, tijdens de opleiding en bij de zoektocht naar een huurhuis.

  • Personen van Congolese herkomst ervaren van alle herkomstgroepen het vaakst negatieve ervaringen (bij de zoektocht naar een huurhuis, op het werk, bij de schoolervaringen van de kinderen, tijdens de eigen opleiding en in de openbare ruimte). Enkel bij de zoektocht naar werk ervaren personen van Marokkaanse herkomst iets vaker negatieve ervaringen. Wel is het zo dat sommige buitenlandse herkomstgroepen in bepaalde situaties net minder negatieve ervaringen rapporteren dan de Belgische herkomstgroep. Wat betreft negatieve ervaringen in de open ruimte bijvoorbeeld ervaren personen van Belgische herkomst meer negatieve ervaringen dan personen van Turkse, Poolse of Roemeense herkomst. Buitenlandse herkomstgroepen duiden wel vaak aan dat ze denken dat hun herkomst de reden is van de negatieve ervaring. Respondenten van Congolese herkomst duiden daarenboven ook vaak ‘huidskleur’ aan. Daarnaast wordt er ook vaak aangeduid dat men niet weet waarom men de situatie heeft meegemaakt.

Houding ten opzichte van de samenleving en identiteit

In de SID-survey hebben we de houding van de respondenten bevraagd rond verschillende thema’s zoals de culturele diversiteit, gendergelijkheid, holebiseksualiteit en religieuze diversiteit.

Enkele bevindingen uit de SID-survey:

  • Meer dan 8 op de 10 personen van Marokkaanse, Turkse en Congolese herkomst vinden de aanwezigheid van verschillende herkomstgroepen een verrijking voor onze samenleving. Bij de personen van Belgische, Poolse en Roemeense herkomst ligt dit aandeel beduidend lager.

  • Meer dan de helft van de personen van Turkse, Poolse en Roemeense herkomst vindt dat er te veel personen van buitenlandse herkomst in België wonen. Bij de personen van Belgische herkomst vinden iets meer dan 4 op de 10 dit.

  • De helft van de personen van Marokkaanse, Turkse en Congolese herkomst vindt dat personen van buitenlandse herkomst te weinig kansen krijgen. Bij de andere herkomstgroepen ligt dit aandeel lager. Het aandeel is het kleinst bij de Belgische herkomstgroep.

  • Meer dan de helft van de respondenten van elke herkomstgroep vindt dat personen van buitenlandse herkomst thuis hun eigen cultuur en manier van leven moeten kunnen behouden. Op het werk of op school vindt men dat dit minder moet kunnen.

  • Wat gendergelijkheid betreft, vindt zo goed als iedereen dat studeren en een goed diploma even belangrijk zijn voor vrouwen als voor mannen. Iets minder personen vinden het normaal dat een vrouw leiding kan geven aan mannen op het werk. 2 tot 3 op de 10 personen van Turkse en Marokkaanse herkomst vinden dat de vrouw best thuisblijft in plaats van te gaan werken als er kinderen zijn in het gezin.

  • De aanvaarding van holebiseksualiteit ligt bij de buitenlandse herkomstgroepen moeilijker dan de aanvaarding van gendergelijkheid. Bij de Belgische herkomstgroep vindt 90% dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen hun leven moeten kunnen leiden zoals zij dat willen. Bij de Poolse en Roemeense herkomstgroep is meer dan 6 op de 10 het hiermee eens. Bij de Turkse en Congolese herkomstgroep is minder dan de helft het hiermee eens. 75% van de Marokkaanse en Congolese herkomstgroep en 81% van de Turkse herkomstgroep zou het niet oké vinden als zijn/haar kind een partner heeft van hetzelfde geslacht.

  • Personen van Belgische herkomst voelen zich in eerste instantie Belg (90%), in tweede instantie Vlaming (87%) en op de derde plaats inwoner van hun stad of gemeente (82%). Personen van buitenlandse herkomst voelen zich in eerste plaats Marokkaan, Turk, Pool, Roemeen of Congolees (telkens bijna 9 op de 10), op de tweede plaats inwoner van hun stad of gemeente en op de derde plaats voelen zij zich Belg.

  • De meeste respondenten voelen zich thuis in België, maar een groot deel voelt zich niet als Belg beschouwd. Meer dan de helft van de Turkse en Roemeense herkomstgroep voelt zich zelden tot nooit door anderen als Belg beschouwd.

  • Ongeveer 4 op de 10 respondenten van de Turkse herkomstgroep vinden dat de regels van hun geloof altijd moeten voorgaan op de Belgische wetten. Bij de Marokkaanse en Congolese herkomstgroep gaat het om ongeveer 2 op de 10.

  • Bij de Marokkaanse en Turkse herkomstgroep vindt 70% dat mensen in België veel te negatief zijn over de islam. Bij de Congolese herkomstgroep en Belgische herkomstgroep gaat het om respectievelijk 49% en 36%.

  • Enkel bij de Marokkaanse herkomstgroep vindt de meerderheid (60%) dat de westerse manier van leven goed samengaat met hoe moslims leven. Bij de Turkse herkomstgroep gaat het om 36%, bij de andere groepen ligt dit aandeel lager. Meer dan de helft van de Marokkaanse en Turkse herkomstgroep is het (helemaal) niet eens met de stelling het oké te vinden dat zijn/haar dochter een partner zou hebben met een ander geloof. Bij de Poolse herkomstgroep ligt dit percentage op 29%, bij de andere herkomstgroepen onder 25%.

De gegevens van de SID-survey zullen verder geanalyseerd worden. Deze diepgaande analyses zullen op de website https://www.samenleven-in-diversiteit.vlaanderen.be  gepubliceerd worden. Op deze website vindt u ook meer informatie over de methodologie en de resultaten.

Over het Agentschap Binnenlands Bestuur:

Het Agentschap Binnenlands Bestuur wil burgers en bestuur verbinden en versterken.

Meer info over ABB 

 

Over Statistiek Vlaanderen:

Statistiek Vlaanderen is het netwerk van Vlaamse overheidsinstanties die openbare statistieken ontwikkelen, produceren en publiceren. 

Meer info over Statistiek Vlaanderen

Bram Evens
Agentschap Binnenlands Bestuur
Teamverantwoordelijke Communicatie & Organisatieontwikkeling