Regels organisatie basis- en secundair onderwijs
Vanaf 1 september 2026 wijzigt de organisatie van de lesdagen in het basis- en secundair onderwijs. Daarnaast wijzigt de financiering en de organisatie van levensbeschouwelijke vakken.
Lesdagen, evaluatiedagen en pedagogische studiedagen
Algemene principes:
- De 1ste dag van het schooljaar en de laatste dag voor de zomervakantie zijn gewone schooldagen. De gebruikelijke schooluren zijn van kracht. Elke school bepaalt zelf de pedagogische invulling.
- Facultatieve vakantiedagen verdwijnen.
- Lessen kunnen niet meer geschorst worden na verkiezingen in schoolgebouwen.
- Professionaliseren blijft een belangrijk onderdeel van de lerarenopdracht en zal nog aandacht krijgen in toekomstige beleidsprojecten.
Hervorming organisatie levensbeschouwelijke vakken
De financiering van de levensbeschouwelijke vakken wijzigt vanaf schooljaar 2026-2027: grotere klasgroepen en graadklassen zijn het uitgangspunt. Het recht van leerlingen en ouders om vrij te kiezen tussen 1 van de erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer blijft daarbij gegarandeerd.
Organisatie basisonderwijs
- Minder gevolgde en meest gevolgde cursussen krijgen dezelfde splitsingsnorm.
- Leerlingen groeperen over leerjaren heen is mogelijk.
- Lestijden voor de minder gevolgde cursussen worden toegekend voor 3 subgroepen.
- 3 subgroepen worden per graad ingedeeld.
Organisatie secundair onderwijs
- De cursussen levensbeschouwelijke vakken worden over de onderwijsvormen heen en per graad (de A- stroom B-stroom en de structuuronderdelen onthaaljaar anderstalige nieuwkomers samen, de tweede en derde graad) berekend.
- Minder gevolgde en meest gevolgde cursussen krijgen dezelfde splitsingsnorm.
Leerkrachten behouden
Vastbenoemde leerkrachten levensbeschouwelijke vakken die door de nieuwe organisatie uren verliezen, zullen via een wedertewerkstelling kunnen overstappen naar een ander vak of een andere functie als ze hiervoor een vereist (verplichte wedertewerkstelling) of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs (vrijwillige wedertewerkstelling) hebben.