Overdracht van bevoegdheden

Naar aanleiding van de zesde staatshervorming werden heel wat federale bevoegdheden en maatregelen overgeheveld naar de deelstaten. Het gaat om de grootste overdracht van bevoegdheden sinds de derde staatshervorming uit 1988. De Vlaamse overheid is voortaan onder meer bevoegd voor:

  • arbeidsmarktbeleid (o.a. arbeidskaarten, het activerings- en doelgroepenbeleid en de controle van werkzoekenden)
  • economisch beleid, handel en sociale economie (o.a. handelshuur, prijzencontrole, vestigingsvoorwaarden en dienstencheques)
  • energiebeleid (o.a. de distributienettarieven)
  • gezinsbeleid (o.a. kinderbijslag, geboortepremies en adoptiepremies)
  • gezondheidszorgbeleid (o.a. de normen voor ziekenhuizen, de erkenning van zorgberoepen, ouderenzorg en geestelijke gezondheidszorg)
  • justitieel beleid (o.a. justitiehuizen en jeugdsanctierecht)
  • landbouwbeleid (o.a. dierenwelzijn, pachtwetgeving, regeling rond restituties en interventies in het kader van landbouwbeleid en tegemoetkomingen uit het landbouwrampenfonds)
  • mobiliteit en verkeersveiligheid (o.a. de technische keuring van wagens, rijopleiding en rijscholen,…)
  • woonbeleid (o.a. de belastingaftrek voor de enige en eigen woning)

In veel gevallen is de Vlaamse overheid bevoegd voor zowel de regelgeving als de uitvoering. Dat betekent dat de Vlaamse overheid zelf de regels zal kunnen vaststellen en de federale regelgeving kan aanpassen, opheffen of vervangen. In een aantal domeinen worden de huidige bevoegdheden versterkt of krijgt de Vlaamse overheid meer homogene bevoegdheden, waardoor zij een efficiënter beleid kan uittekenen. Daarnaast krijgt Vlaanderen bijkomende controle- en inspectietaken, vooral in de domeinen werk, gezondheidsbeleid, mobiliteit en openbare werken.

Officieel zijn de bevoegdheden overgedragen op 1 juli 2014. De Vlaamse Regering heeft elke nieuwe bevoegdheid toegewezen aan de beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid die het best aansluiten bij die bevoegdheid. Hoe de overgehevelde bevoegdheden worden ingevuld in Vlaanderen, zal de huidige Vlaamse Regering bepalen. Bepaalde beleidskeuzes zijn al vastgelegd in het regeerakkoord 2014-2019. De praktische uitwerking zal gefaseerd verlopen.

Voorbereiding van de staatshervorming door de Vlaamse administratie

De uitvoering van de zesde staatshervorming werd door de Vlaamse overheid al grondig voorbereid. Al bij het afsluiten van het akkoord over de staatshervorming, maakten de Vlaamse overheidsdiensten in 82 fiches een inventarisatie van de impact van de zesde staatshervorming (pdf) (PDF bestand opent in nieuw venster) op het gebied van bevoegdheden, personeel en middelen.

In september 2012 besliste de Vlaamse Regering om een diepgaande analyse te laten uitvoeren over de implementatie van deze nieuwe bevoegdheden en de impact ervan op het bestaande beleid. Men wilde daarbij onder andere een antwoord krijgen op volgende vragen:

  • Wat is het bestaande beleid rond de nieuwe bevoegdheden en zijn er opportuniteiten om het bestaande beleid aan te passen of bij te sturen?
  • Hoe kunnen deze nieuwe bevoegdheden ingepast worden binnen de bestaande organisatie van de Vlaamse overheid?
  • Moet er voor sommige maatregelen een overgangsperiode voorzien worden?
  • Wat is de impact van deze bevoegdheidsoverdracht op het gebied van personeel, ICT, organisatiecultuur, budget,…?

Dat onderzoek leidde in september 2013 tot het 'Groenboek zesde staatshervorming'. In dat Groenboek worden verschillende mogelijke beleidskeuzes geschetst en tegen elkaar afgewogen. De huidige Vlaamse Regering kan het Groenboek gebruiken om beslissingen te nemen over de invulling van deze nieuwe bevoegdheden.

Groenboek zesde staatshervorming

Groenboek zesde staatshervorming

Beleidsdocument • september 2013

Concrete uitvoering van de staatshervorming

De overdracht van bevoegdheden is officieel in werking getreden op 1 juli 2014. Dit werd zo vastgelegd in de bijzondere wetten van 6 januari 2014, waarin de zesde staatshervorming wettelijk werd bekrachtigd.

Op dat ogenblik beschikten de gewesten en gemeenschappen echter nog niet ten volle over de nodige 'instrumenten' (personeel, logistieke middelen, IT …) om hun nieuwe bevoegdheden uit te oefenen. Daarom zijn er afspraken gemaakt tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten om de continuïteit van de dienstverlening te verzekeren. Deze afspraken, die vastgelegd zijn in 'protocollen', zijn gemaakt door een interfederale taskforce, met vertegenwoordigers van de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten. In de protocollen wordt onder meer bepaald:

  • hoe lang de overgangsperiode zal zijn (d.w.z. de periode tussen de officiële overdracht van bevoegdheden op 1 juli en de datum van effectieve overdracht van personeel, goederen en gebouwen. In de meeste domeinen is de effectieve overdracht gebeurd op 1 januari 2015).
  • op welke manier de bevoegdheden zullen ingevuld worden tijdens de overgangsperiode. In principe blijft de federale overheidsdienst haar taken verder uitvoeren tijdens de overgangsperiode. De bevoegde Vlaamse minister kan sinds 1 juli 2014 het beleid inhoudelijk wijzigen. De uitvoering van dat (gewijzigde) beleid zal gebeuren door het personeel dat van de federale overheid overgekomen is, in samenwerking met de ambtenaren van de Vlaamse overheidsdienst, die voortaan zal instaan voor de uitvoering van die bevoegdheid.

Om de praktische uitvoering van de staatshervorming na de overgangsperiode in goede banen te leiden, is er binnen de Vlaamse overheid ook een taskforce opgericht. De taskforce is samengesteld uit de leidend ambtenaren van de betrokken beleidsdomeinen en zal de implementatie van de zesde staatshervorming binnen de Vlaamse overheid coördineren en opvolgen.

Impact op de organisatie

Samen met de bevoegdheden komen ook heel wat federale personeelsleden over naar de Vlaamse overheid. In totaal gaat het om 2.220 voltijdse equivalenten, plus de bijhorende financiële middelen, berekend op zo'n 11,7 miljard euro. Daarnaast worden ook een aantal gebouwen overgedragen.

Op de website Overheid.vlaanderen.be krijgt u een stand van zaken m.b.t. de interne implementatie van de staatshervorming, voor wat betreft:

  • overdracht van personeel
  • organisatorische impact
  • vastgoed en facilitair management
  • ICT en informatiebeheer.