Voorwaarden

  • de onderneming en de jongere hebben een overeenkomst in het kader van een alternerende opleiding:
    • een overeenkomst van alternerende opleiding (OAO) 
    • een stageovereenkomst alternerende opleiding 
    • een deeltijdse arbeidsovereenkomst 
  • De jongere werd opgeleid bij een werkgever in het Vlaamse Gewest. 
  • De jongere werd in het schooljaar waarvoor de stagebonus wordt aangevraagd minstens 3 maanden in uw onderneming opgeleid. Een schooljaar loopt van 1 september tot 31 augustus. Was de jongere minder dan 3 maanden bij u aan de slag? Dan kunt u geen stagebonus krijgen. 
  • De jongere is jonger dan 18 jaar op 1 september van het schooljaar waarvoor de bonus voor het eerst wordt aangevraagd. Deze voorwaarde geldt alleen bij de eerste aanvraag die tot een goedkeuring leidt. Ontving de jongere zelf, u of een andere werkgever eerder al een bonus voor deze jongere? Dan vervalt de leeftijdsvoorwaarde.
    Enkel de bevoegde dienst, en niet de school, kan met zekerheid zeggen of u recht heeft!
  •  De onderneming vraagt de stagebonus aan voor 31 december na het einde van het schooljaar 

Stagebonussimulator

Via de simulator kunt u nagaan of u in aanmerking komt voor de stagebonus.

Bedrag, uitbetaling en fiscaal voordeel

Bedrag

De stagebonus bedraagt: 

  • 500 euro bij de 1ste en de 2de toekenning 
  • 750 euro bij de 3de toekenning. 

Als werkgever kunt u de premie maximaal 3 keer per jongere krijgen. 

Uitbetaling 

U ontvangt de stagebonus 1 keer per schooljaar, voor elke jongere uit een alternerende of duale opleiding die u opleidt in uw onderneming. De bonus wordt uitbetaald ten laatste een maand na de goedkeuring van uw aanvraag.

Fiscaal voordeel

Vanaf 1 januari 2020 werd dit fiscaal voordeel afgeschaft in de vennootschapsbelasting vanaf het aanslagjaar 2021 (voor boekjaren die ten vroegste aanvangen op 1 januari 2020).

De werkgever zijn belastbare winsten en baten worden vanaf 1 januari 2020 nog enkel vrijgesteld in de personenbelasting naar rato van 40% van de leervergoedingen of de loonkosten die hij normaliter als beroepskosten mag inbrengen. Het moet hierbij natuurlijk gaan om leervergoedingen of lonen die hij betaalde aan een of meer jongeren voor wie hij in aanmerking kwam voor de stagebonus.

Om het belastingvoordeel te krijgen, moet u de volgende documenten kunnen voorleggen aan de fiscus: 

  • De beslissingsbrief van het Departement Werk en Sociale Economie (DWSE) die bewijst dat u een stagebonus ontving. 
  • Een lijst van de tewerkgestelde jongeren, met daarin: 
    • de identiteitsgegevens en het rijksregisternummer van de jongeren 
    • het brutoloon dat u aan de jongeren betaalde, inclusief alle verplichte bijdragen en premies.