Gedaan met laden. U bevindt zich op: Bevolking onder de armoededrempel Inkomen en armoede

Bevolking onder de armoededrempel

Gepubliceerd op 12 maart 2026 • Volgende update: maart 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Volgens de EU-SILC-enquête van 2025 leefde 7,2% van de inwoners in het Vlaamse Gewest in een huishouden met een inkomen onder de Belgische armoededrempel. Dat komt overeen met ongeveer 490.000 personen. Personen in deze huishoudens lopen een verhoogd risico op armoede.

Het aandeel onder de armoededrempel lag in 2019 nog op 9,7%.

Het armoederisico wordt berekend op basis van het totale beschikbare jaarinkomen van het huishouden in het jaar voorafgaand aan de enquête. De EU-SILC-enquête van 2025 heeft dus betrekking op de huishoudinkomens van 2024.

De EU-SILC-enquête werd in 2019 ingrijpend gewijzigd. Daardoor zijn vergelijkingen tussen de jaren voor en na 2019 niet mogelijk. In 2020 en 2021 werd de dataverzameling aangepast door de Covid-19-crisis. Vergelijkingen tussen de jaren 2020-2021 en andere jaren vereisen daardoor extra voorzichtigheid.

Hoogste armoederisico bij personen geboren buiten de EU, werklozen en eenoudergezinnen

Er is geen verschil in armoederisico tussen mannen en vrouwen. Naar leeftijd zijn er wel verschillen: in 2025 lag het aandeel personen onder de armoededrempel bij de jongste leeftijdsgroepen (0 tot 24 jaar) het hoogst.

Naar huishoudtype is het armoederisico het hoogst bij eenoudergezinnen (18%). Ook bij koppels met drie kinderen ligt het armoederisico relatief hoog (16%).

Naar arbeidsstatus laten werklozen in 2025 het hoogste armoederisico optekenen (26%). Ook niet-actieven (exclusief gepensioneerden) kennen een relatief hoog aandeel dat onder de armoededrempel leeft (15%).

Huurders hebben een duidelijk hoger armoederisico (17%) dan eigenaars (5%).

Het armoederisico neemt af naarmate het opleidingsniveau stijgt: bij hooggeschoolden bedroeg het in 2025 4%, tegenover 13% bij laaggeschoolden.

Personen geboren in België kennen het laagste armoederisico (5%), terwijl personen geboren buiten de Europese Unie (EU27) het hoogste armoederisico hebben (27%).

Armoederisico van ouderen tussen 2019 en 2025 gedaald

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de evolutie van het aandeel personen onder de armoededrempel in het Vlaamse Gewest, uitgesplitst naar relevante sociaaldemografische achtergrondkenmerken, voor de periode 2019-2025.

In 2019 maakten werklozen de groep uit met het hoogste armoederisico. In 2025 vormen personen geboren buiten de EU27 de groep met het hoogste armoederisico. Bij ouderen (65 jaar en ouder) daalde het armoederisico tussen 2019 en 2025 significant. Bij de andere groepen is die daling statistisch niet significant.

Armoederisico hoogst in provincie Antwerpen

Het armoederisico lag in 2025 het hoogst in de provincie Antwerpen (10%).

Armoederisico in Vlaams Gewest lager dan in andere gewesten en dan EU27-gemiddelde

Cijfers voor 2025 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar. In 2024 bevond België zich met een armoederisico van 11% in de groep van landen met een armoederisico onder het EU27-gemiddelde van 16%.

In 2024 lag het armoederisico het laagst in Tsjechië (9%). In Estland, Kroatië, Litouwen, Letland en Bulgarije lag het armoederisico daarentegen boven 20%. In Slovenië, Polen, Hongarije en Slovakije lag het aandeel personen onder de armoededrempel op een vergelijkbaar niveau als in meerdere West- en Noord-Europese landen.

In 2025 bedroeg het armoederisico in België 11%. In het Vlaamse Gewest lag het armoederisico in 2025 (7%) lager dan in het Waalse Gewest (13%). In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ligt het aandeel personen onder de armoededrempel met 23% aanzienlijk hoger dan in de andere gewesten.

Er moet worden opgemerkt dat het om een relatieve armoedemaat gaat, berekend op basis van de inkomensverdeling in elk land afzonderlijk. In landen met een lagere algemene levensstandaard ligt het mediaan inkomen lager en dus ook de armoededrempel.