Bevolking onder de armoededrempel
Hoogste armoederisico bij personen geboren buiten de EU, werklozen en eenoudergezinnen
Er is geen verschil in armoederisico tussen mannen en vrouwen. Naar leeftijd zijn er wel verschillen: in 2025 lag het aandeel personen onder de armoededrempel bij de jongste leeftijdsgroepen (0 tot 24 jaar) het hoogst.
Naar huishoudtype is het armoederisico het hoogst bij eenoudergezinnen (18%). Ook bij koppels met drie kinderen ligt het armoederisico relatief hoog (16%).
Naar arbeidsstatus laten werklozen in 2025 het hoogste armoederisico optekenen (26%). Ook niet-actieven (exclusief gepensioneerden) kennen een relatief hoog aandeel dat onder de armoededrempel leeft (15%).
Huurders hebben een duidelijk hoger armoederisico (17%) dan eigenaars (5%).
Het armoederisico neemt af naarmate het opleidingsniveau stijgt: bij hooggeschoolden bedroeg het in 2025 4%, tegenover 13% bij laaggeschoolden.
Personen geboren in België kennen het laagste armoederisico (5%), terwijl personen geboren buiten de Europese Unie (EU27) het hoogste armoederisico hebben (27%).
Armoederisico van ouderen tussen 2019 en 2025 gedaald
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de evolutie van het aandeel personen onder de armoededrempel in het Vlaamse Gewest, uitgesplitst naar relevante sociaaldemografische achtergrondkenmerken, voor de periode 2019-2025.
In 2019 maakten werklozen de groep uit met het hoogste armoederisico. In 2025 vormen personen geboren buiten de EU27 de groep met het hoogste armoederisico. Bij ouderen (65 jaar en ouder) daalde het armoederisico tussen 2019 en 2025 significant. Bij de andere groepen is die daling statistisch niet significant.
Armoederisico hoogst in provincie Antwerpen
Het armoederisico lag in 2025 het hoogst in de provincie Antwerpen (10%).
Armoederisico in Vlaams Gewest lager dan in andere gewesten en dan EU27-gemiddelde
Cijfers voor 2025 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar. In 2024 bevond België zich met een armoederisico van 11% in de groep van landen met een armoederisico onder het EU27-gemiddelde van 16%.
In 2024 lag het armoederisico het laagst in Tsjechië (9%). In Estland, Kroatië, Litouwen, Letland en Bulgarije lag het armoederisico daarentegen boven 20%. In Slovenië, Polen, Hongarije en Slovakije lag het aandeel personen onder de armoededrempel op een vergelijkbaar niveau als in meerdere West- en Noord-Europese landen.
In 2025 bedroeg het armoederisico in België 11%. In het Vlaamse Gewest lag het armoederisico in 2025 (7%) lager dan in het Waalse Gewest (13%). In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ligt het aandeel personen onder de armoededrempel met 23% aanzienlijk hoger dan in de andere gewesten.
Er moet worden opgemerkt dat het om een relatieve armoedemaat gaat, berekend op basis van de inkomensverdeling in elk land afzonderlijk. In landen met een lagere algemene levensstandaard ligt het mediaan inkomen lager en dus ook de armoededrempel.
Bronnen
- Statbel:
- Eurostat: