de persoon die / wie daar loopt

Als een betrekkelijk voornaamwoord naar personen verwijst en in de bijzin de functie van onderwerp, lijdend voorwerp of naamwoordelijk deel van het gezegde heeft, is die correct.

  • De persoon die daar loopt, is mijn vader.
  • Ik heb eindelijk de vrouw ontmoet die ik zo bewonder.
  • Hij is stilaan weer de renner die hij was.

Als het betrekkelijk voornaamwoord de functie van meewerkend voorwerp heeft, is naast die ook wie of een voorzetsel + wie mogelijk. Het gebruik van wie zonder voorzetsel is formeler.

  • De persoon die / aan wie / wie ik een vraag stelde, antwoordde niet.
  • De kinderen die / aan wie / wie ze het verhaal vertelde, luisterden geboeid.

Taaladvies.net
Wie / die (de man - me begroette)
Die / wie (de man - ik het boek gaf)

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons