gezin / familie

Gezin is de gebruikelijke aanduiding voor een huishouden, traditioneel met een of twee ouders en een of meer kinderen.

  • In ons gezin hebben we strikte regels over smartphonegebruik.
  • Na hun huwelijk willen ze snel een gezin stichten.

Familie wordt gebruikt voor alle aanverwanten bij elkaar: niet alleen het eigen gezin, maar ook (schoon)broers, (schoon)zussen, (schoon)ouders, (over)grootouders, neven en nichten enzovoort.

  • Eén keer per jaar houden we een groot tuinfeest met de familie.
  • Een deel van zijn familie woont in het buitenland.

Het is niet aan te raden om familie te gebruiken voor een huishouden met kinderen, behalve als de familienaam erbij staat, zoals in de adressering van een brief.

  • Familie De Wit-Meeuws (adressering)
  • Ik ging nog even langs bij de familie Jansens.

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons