kat: hij / zij

Diernamen als kat, muis en slang hebben van oorsprong een vrouwelijk woordgeslacht, maar hebben later in sommige delen van het taalgebied een mannelijk woordgeslacht gekregen. In het zuiden van het taalgebied worden die woorden doorgaans als vrouwelijk beschouwd. Er wordt naar verwezen met de voornaamwoorden ze, zij en haar. In het noorden van het taalgebied worden zulke woorden doorgaans als mannelijk beschouwd. Er wordt naar verwezen met de voornaamwoorden hem, hij en zijn. Als de spreker zich duidelijk bewust is van het biologisch geslacht van het dier of dat geslacht expliciet wil aangeven, wordt in het hele taalgebied meestal een voornaamwoord gebruikt dat overeenkomt met het biologisch geslacht.

  • Als een kat haar / zijn staart laag houdt, voelt ze / hij zich neutraal of angstig.
  • Een drachtige muis is meestal goed te herkennen aan een dikke buik. Ze heeft aan elke kant van haar lichaam een flinke bult zitten.

Taaladvies.net
Zijn / haar (de muis heeft - staart bezeerd)

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons