kortwieken (vervoegen)

Vervoeging:

  • ik kortwiek, jij kortwiekt, wij kortwieken
  • ... dat ik kortwiek, jij kortwiekt, wij kortwieken
  • ik kortwiekte, wij kortwiekten
  • ... dat ik kortwiekte, wij kortwiekten
  • ik heb gekortwiekt
  • de gekortwiekte papegaai

De vorm kortgewiekte* is niet correct.

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons