De werkwoordsvormen beland en belandt worden weleens met elkaar verward. Dat komt doordat ze dezelfde uitspraak hebben.

  • ik beland, jij belandt, u belandt, hij belandt, zij belandt, het belandt
    bij inversie: beland ik, belandt u, belandt hij, belandt zij, belandt het
    bij inversie met je/jij als onderwerp: beland je, beland jij
  • gebiedende wijs: beland
  • voltooid deelwoord: ik ben beland, hij is beland, wij zijn beland

Er is een eenvoudig trucje om te achterhalen of u de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd met -d of -dt moet schrijven: vergelijk het werkwoord waarover u twijfelt met een werkwoord waarvan de stam niet op een d of een t eindigt – bijvoorbeeld terechtkomen – en spel het op dezelfde manier. Hetzelfde trucje kunt u gebruiken bij de gebiedende wijs.

  • Wie weet waar hij belandt?, met stam + -t zoals in Wie weet waar hij terechtkomt?
  • Wie weet waar ik beland?, zonder -t zoals in Wie weet waar ik terechtkom?
  • Beland jij in het zwarte gat?, zonder -t zoals in Kom jij in het zwarte gat terecht?
  • Beland daar maar niet!, zonder -t zoals in Kom daar maar niet terecht!

Er is ook een trucje om te achterhalen of u aan het eind van het voltooid deelwoord -d of -t moet schrijven. U kunt daarvoor vergelijken met de verledentijdsvorm. Als die op -de(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -d. Als de verledentijdsvorm op -te(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -t.

  • Ik ben in Gent beland, met een -d zoals in (ik) belandde

Om te achterhalen of u wel degelijk met een voltooid deelwoord te maken hebt, kunt u het werkwoord vervangen door een werkwoord dat in het voltooid deelwoord ge- toegevoegd krijgt en niet al ge- heeft in de infinitief, zoals terechtkomen. Bij zulke werkwoorden is er geen verwarring mogelijk tussen het voltooid deelwoord en een andere vorm.

  • Ik ben in Gent beland, vergelijkbaar met ik ben in Gent terechtgekomen

Vergelijkbare werkwoordsvormen met be- die tot twijfel kunnen leiden, zijn: beantwoord / beantwoordt, bedraad / bedraadt, begeleid / begeleidt, behoed / behoedt, beïnvloed / beïnvloedt, bekleed / bekleedt, beland / belandt, benijd / benijdt, bereid / bereidt, bevrijd / bevrijdt.

werkwoorden vervoegen - spelling van de stam en de tegenwoordige tijd (o.t.t.)
werkwoorden vervoegen - spelling van de gebiedende wijs (imperatief)
werkwoorden vervoegen - spelling van het voltooid deelwoord