Om naar een vrouwelijke zaaknaam zoals bibliotheek te verwijzen, is in het zuiden van het taalgebied ze het gebruikelijkst. Haar wordt er als formeler beschouwd. In het noorden van het taalgebied, zeker in spreektaal en in informele schrijftaal, wordt steeds vaker hem gebruikt om naar vrouwelijke voorwerpsnamen te verwijzen. In formele schrijftaal is het niet aan te raden om mannelijke voornaamwoorden te gebruiken om naar vrouwelijke zaaknamen te verwijzen. Enkele voorbeelden van vrouwelijke zaaknamen zijn bestelling, explosie, generatie, getuigenis, handigheid, lengte, serie, techniek, vertaling, voorwaarde, uitzending.

  • Waar is de nieuwe bibliotheek? Je vindt ze / haar / hem tegenover de kerk.
  • Heb je gisteren de nieuwsuitzending over de verkiezingen gezien? Ik heb ze / haar / hem opgenomen.

In de praktijk worden bij zaaknamen ook vaak de aanwijzende voornaamwoorden die en deze gebruikt. Die kunnen naar mannelijke én vrouwelijke zelfstandige naamwoorden verwijzen.

  • Waar is de nieuwe bibliotheek? Die vind je tegenover de kerk.
  • Heb je gisteren de nieuwsuitzending over de verkiezingen gezien? Ik heb die opgenomen.

Taaladvies.net
Hem / ze / haar (de bibliotheek, hij heeft - geopend) ((opent in nieuw venster))