Als boven in gevolgd wordt door een zelfstandig naamwoord of een persoonlijk voornaamwoord, schrijven we de combinatie in twee woorden. In is dan een voorzetsel en boven een bijwoord bij dat voorzetsel.

  • De vaas staat boven in de kast.
  • De rapporten zitten boven in de stapel.

Als na bovenin geen zelfstandig naamwoord of persoonlijk voornaamwoord volgt, schrijven we de combinatie in één woord. Bovenin is dan een bijwoord van plaats.

  • De vaas staat bovenin.
  • De rapporten zitten bovenin.

aaneenschrijven - combinaties met voorzetsels en bijwoorden

Taaladvies.net
Vlakbij / vlak bij de school ((opent in nieuw venster))