Het werkwoord communiceren kan zowel met als zonder lijdend voorwerp gebruikt worden.

  • We communiceren niet altijd even helder.
  • Er werd tussen beide partijen niet gecommuniceerd.
  • We moeten de contactgegevens nog communiceren.
  • De minister zal de resultaten van het overleg nog communiceren.

Communiceren wordt ook vaak gecombineerd met het voorzetsel over.

  • De minister zal over de resultaten van het overleg nog communiceren.
  • We zullen daarover nog communiceren.