Formuleringen als het druk hebben (met iets), druk bezig zijn (met iets), druk in de weer zijn (met iets), druk aan het … zijn zijn standaardtaal in het hele taalgebied.

  • Ze heeft het erg druk met de voorbereiding van het congres.
  • Hij is druk bezig met zijn huiswerk.
  • Ze is druk in de weer met het huishouden.
  • Mijn collega’s zijn druk aan het vergaderen.

Druk zijn met iets is standaardtaal in Nederland. Ook druk zijn zonder het voorzetsel met komt voor in de standaardtaal in Nederland in de betekenis ‘het druk hebben'. In de betekenis ‘actief, onrustig, luidruchtig' is druk zijn zonder voorzetsel standaardtaal in het hele taalgebied.

  • Ieder kind kan weleens druk doen, maar er zijn kinderen die elke dag druk zijn.