Meestal komt er geen komma voor de nevenschikkende voegwoorden en en of.

  • Hij eet graag cornflakes, havermoutpap, boterhammen en spiegeleieren.
  • Agna is op kamp en Osip logeert bij vrienden.
  • Ryad komt morgen of overmorgen.
  • Je komt op tijd of je komt niet.

In lange zinnen of als de kans bestaat dat de zin verkeerd geïnterpreteerd wordt, is het aan te raden om een komma te gebruiken.

  • Hij eet graag cornflakes, havermoutpap, boterhammen met choco, en spiegeleieren.
  • We helpen mannen die problemen hebben met alcohol, en alleenstaande moeders.
  • Hij houdt meer van truien dan van pakken, en meer van cafés dan van driesterrenrestaurants.
  • Stuur je e-mail naar de persoon die je aan de lijn hebt gehad, of naar de directie.
  • Dat was wel heel bijzonder, of – zoals mijn zoon zou zeggen – 'vet cool'.