De werkwoorden irriteren en ergeren betekenen ongeveer hetzelfde en zijn allebei overgankelijk. Er moet dus een lijdend voorwerp bij staan.

  • Het rumoer van zijn kinderen ergert / irriteert hem mateloos.

Ergeren kan ook wederkerend gebruikt worden, maar irriteren niet. Ik irriteer me* is dus niet correct.

  • Sinds ze met de trein gaat werken, heeft ze zich al blauw geĆ«rgerd.
  • Ik ergerde me aan de luide muziek op dat feest.

Taaladvies.net
Irriteren / ergeren ((opent in nieuw venster))